Eigen nepnieuws maken, om daarna de echte trollen te herkennen

Nepnieuws Bestrijding van nepnieuws is nog weinig succesvol, zeggen de makers van een fake news-game.

In het online spelSlecht Nieuws maken spelers nepnieuws om het daarna beter te herkennen. Foto DROG

Ruurd Oosterwoud en Jon Roozenbeek hebben hun eerste doodverwensingen gekregen. GeenStijl had DROG, hun platform tegen desinformatie, op een website naast de gehate Europese nepnieuwswaakhond EUvsDisinfo zien staan. Het weblog waarschuwde de twee op de bekende wijze voor de laatste maal. Daarna begonnen de bedreigingen.

DROG heeft echter niets met EUvsDisinfo te maken. Oosterwoud vindt de door de EU ingestelde schandpaal met nepnieuwsverdachten evenmin een goed idee. Maar wie nepnieuws bestrijdt, zegt hij, zit kennelijk in het foute kamp, samen met journalisten van de ‘mainstream media’ die zouden liegen, wegkijken en niet het echte verhaal vertellen.

Lees ook: Veel blunders in de strijd van de EU tegen nepnieuws

„Maar nepnieuws is rechts noch links”, zegt Oosterwoud. „En het tegengaan ervan ook niet.” Het maakt niet uit welk kamp je kiest, de trol gedijt bij een zo groot mogelijke scheiding der geesten: bij links tegenover rechts, bij voor of tegen vaccinaties, bij ja tegen nee. Met medestudent Ruslandkunde Roozenbeek begon Oosterwoud tijdens het Oekraïne-referendum in 2016 met DROG. Samen maakten ze het online spel Slecht Nieuws. Ten grondslag aan het spel, aldus de makers, ligt de inentingstheorie van sociaalpsycholoog McGuire, die stelt dat ‘vaccinatie’ met een beetje van het kwade de weerstand ertegen verhoogt. In het spel leren spelers zelf nepnieuws maken. Zo leren ze de trucs van echte trollen doorzien.

Van conferentie naar lezing

Roozenbeek en Oosterwoud kwamen met de game op CNN, in The Guardian, in kranten in Pakistan, Iran, Brazilië. Roozenbeek is nu nepnieuwsonderzoeker in Cambridge. Oosterwoud trekt van conferentie naar lezing. Daags voor het gesprek was hij in Bonn, vandaag spreekt hij voor ambtenaren in Utrecht, ’s avonds gaat hij naar de Europese Commissie in Brussel.

Het spel is de enige bewezen remedie tegen desinformatie, zegt Oosterwoud. Of een beetje bewezen dan. Het onderzoek is gaande. Wat volgens hem niet werkt is het ontmaskeren van nepnieuws door factchecken of door uit te leggen hoe het wel zit. Correcties van feitelijke onjuistheden bereiken de verkeerd geïnformeerden niet, stuiten op onbegrip en woede. „Er is een kloof tussen wat waar is en wat mensen waar willen vinden.”

Mensen laten zich niets meer vertellen; dus is volgens Oosterwoud ervaren beter. In het spel sta je aan het roer van een hetzeblog. Leuk en leerzaam, de bad guy spelen. Het is de bedoeling een relbericht op Twitter – „Voor een leugenvrij Journaal!! #Fake-Media” – uit te laten groeien tot een bloeiende nieuwssite, De Nieuwe Fakkel. Je koopt volgers in India, wakkert angst aan, gooit olie op je zelf aangestoken vuur en haalt verhaal bij autoriteiten: „#KomOpMetDieWaarheid”.

Zo min mogelijk leugens vertellen

Zo ervaart de speler de glijdende schaal van gekleurd naar vals. Iedere journalist moet het doen met het uitzicht vanuit zijn denkraam. Maar desinformatie – doelbewust manipuleren met onwaarheden – gaat verder dan dat. Roozenbeek: „Goede leugenaars vertellen zo min mogelijk leugens.” Je moet dichtbij de waarheid liegen, volhouden, nooit toegeven. „Als je iets vaak genoeg herhaalt, wordt het waar.” Soms is het doel enkel de mist op zich. „Over MH17 zijn zoveel tegenstrijdige theorieën dat mensen het spoor bijster raken.”

Pogingen iets aan het probleem van nepnieuws te doen zijn nog weinig succesvol, vindt Roozenbeek. De factchecker loopt letterlijk achter de feiten aan. De overheid als waarheidshoeder: „Doodeng”. De enige oplossing: „Je moet jezelf wapenen tegen nepnieuws.”

In de Engelse versie van het spel krijgen spelers aan het begin en het eind een vragenlijst, om te testen of ze op het eind fake news beter herkennen. De eerste resultaten zijn bemoedigend. Spelers blijken nepnieuws inderdaad beter te herkennen. Maar het betekent nog niet dat het spel ‘werkt’, zegt Roozenbeek. Daarvoor is meer onderzoek nodig.

    • Bert Nijmeijer