Verkeerschaos of niet, de maaltijdbezorger in India is altijd op tijd

Op pad met een lunchbezorger

In een stad waarin hoogbouw en billboards het nieuwe India uitschreeuwen, is de traditionele maaltijdbezorger – de dabbawalla – een nostalgisch overblijfsel van een oud systeem.

Dabbawalla bezorgt dagelijks eten in de Indiase stad Mumbai, voor zo’n 12 euro per maand. Foto Anshuman Poyrekar/Hindustan Times/Getty Images

Op de derde verdieping van een appartementencomplex in Mumbai voltrekt het leven van Payal Parekh (39) zich in een ritme van precieze tijdstippen. Om zeven uur, als haar oudste van 13 naar school is vertrokken, begint het hakken. Een uur later kan de snelkookpan aan. Kwart over acht: koken. Niet voor het ontbijt, eerst moet de lunch gemaakt. Want om tien uur stipt gaat de bel en de middagmaaltijd voor haar man en schoonvader dan niet af hebben, „dat kan niet”.

In Indiaas dichtst bevolkte metropool, met haar ruim 20 miljoen inwoners, gelden een paar zekerheden: de treinen zijn, – zeker in de spits – altijd vol, het verkeer staat altijd vast en de mannen die op hun zwarte herenfietsen de stad doorkruisen om thuisgekookte lunches bij hongerige vaders, zoons en echtgenoten af te leveren, zijn altijd, altijd op tijd.

Dabbawalla’s heten ze, te herkennen aan hun witte Nehru-petje, naar het mutsje van ’s lands eerste premier, en hun stuur en bagagedrager behangen met tiffin dabba’s: tinnen bakjes waarin dals, chutneys en roti’s netjes zijn opgestapeld. In een stad waarin hoogbouw en billboards het nieuwe India uitschreeuwen, zijn de dabbawalla’s een nostalgisch overblijfsel van het oude. Het India van de fiets in plaats van de auto en het eten van thuis in plaats van UberEats.

Maar op nostalgie is het moeilijk overleven, zeker in Mumbai. Want al heeft de komst van apps als UberEats en het Indiase Zomato de pakweg 5.000 dabbawalla’s nog niet echt klanten gekost (zeggen ze), de lunchbezorgers weten dat er weinig voor nodig is om dat wel te laten gebeuren.

Vraag maar aan Parekh’s man Himanshu (41). Waarom heeft de sarifabrikant, met een eigen auto en huis in een middenklassenwijk in het noorden van Mumbai, iemand nodig die zijn vers bereide lunch voor hem meeneemt? Vanwege zijn wisselvallige schema („Ik ga lang niet altijd meteen naar kantoor”), het verkeer („Ik pak liever de trein, maar daarin sta je op elkaar geperst”). Maar ook: omdat hij en zijn vader dat al twintig jaar zo doen. En, zegt hij: „Het is spotgoedkoop.”

Sorteer-dabbawalla

Voor omgerekend nog geen 12 euro per maand wordt zijn tiffin elke ochtend opgehaald, stipt om 12.30 uur op zijn kantoor afgeleverd, waarna de lege bakjes dezelfde tocht weer terug maken. Onderweg wisselt de katoenen tas met daarin zijn tiffin meermaals van handen, van de dabbawalla die hem ophaalt, naar de ‘sorteer’-dabbawalla op het station, tot de dabbawala die in de trein stapt om tientallen kilometers van noord naar zuid te reizen waar hij zijn fiets van het slot haalt om de maaltijd af te leveren.

Dit alles volgens een 135 jaar oud systeem van met stift geschreven coderingen dat even simpel als complex is en dat zelfs door academici van Harvard Business School is onderzocht. Want niet alleen zijn de laagopgeleide dabbawalla’s onwaarschijnlijk punctueel, ze zijn ook betrouwbaar: zelden komt een tiffin niet op het juiste adres terecht. En zelfs als de moesson de straten van Mumbai in rivieren verandert, zoals dezer dagen het geval is, stappen ze op hun fiets.

Foto’s Eva Oude Elferink:

Bij halte Marine Lines trekt Ahilu Adhav (40) een zakdoek uit zijn broekzak om het zweet van zijn voorhoofd te vegen. Een beetje regen is wel lekker, zegt hij. Onder zijn half openhangende blouse is een wit hemd zichtbaar, zijn witte mutsje staat scheef op zijn hoofd. Geroutineerd hangt hij zijn door veters bij elkaar gehouden bagagedrager vol. Net als de meeste dabbawalla’s kan Adhav niet echt lezen. Naar school ging hij tot zijn zesde. Zijn vader overleed jong, vandaar.

De codes zijn hun eigen alfabet geworden. Bovendien, zegt Adhav, hij doet dit werk nu al zo lang. „Ik hoef de codes niet eens te lezen om te weten waar een tas heen moet.” Maar van de 12.000 rupees die hij met het rondfietsen van lunches maandelijks verdient, zo’n 150 euro, lukt rondkomen voor hem en zijn gezin niet meer. Dus fietst hij voor een aantal klanten in de avond door. Alle prijzen zijn gestegen, zegt Adhav. „Behalve die van ons.”

Verderop, in een kantoor waar een ventilator de klamme hitte wegblaast, legt dabbawalla-voorzitter Shri Ulhas Shantaram Muke (35) uit waarom niet. Het is simpel, zegt hij: „Als we dat doen, gaan onze klanten weg. Onze service is er niet een waar mensen meer voor willen betalen.” Een oplossing zoekt hij elders, door de logistieke kunsten van de dabbawalla’s ook langzaam in te zetten voor andere dingen. Zo is er sinds een tijdje een samenwerking met online gigant Flipkart.

Maar ook dat heeft zo zijn beperkingen. Pakketjes hebben adressen, geen coderingen. Voor een werkkracht die voor ruim tweederde bestaat uit mannen als Adhav is dat geen optie. Voorzitter Muke: „We doen wat we kunnen.”

Om 12.29 uur sloft Adhav, de muts inmiddels recht, twee trappen op en klopt op een deur die door felle tl-lampen wordt belicht. In de opening verschijnt een breed grijnzende Parekh. Zie je wel, altijd op tijd.

Correctie 23 juli 2018: in een eerdere versie van dit artikel stond dat de dabbawalla’s gemakkelijk te herkennen zijn aan hun Nehru-petje, “verwijzend naar ‘s lands eerste president”. Jawaharlal Nehru was ‘s lands eerste premier.

Aanvulling 24 juli 2018: in een eerdere versie van dit artikel stond dat de dabbawalla’s werden geïntroduceerd onder de Britten. In het kader is nu de naam toegevoegd van de man die de service begon: Mahadeo Haaji Bachche.

    • Eva Oude Elferink