Hockey: meer landen doen mee, nu nog meer kijkers

WK hockey

De hockeysters zijn aan het WK begonnen. Het deelnemersveld is uitgebreid naar zestien landen, want hockey moet een „echte wereldsport” worden.

Vanaf boven: Kitty van Male aan de bal voor Nederland, Argentinië na de zege op Spanje en vreugde bij Italië. Foto’s EPA, AP

Gevarieerd is het zeker. Voor het WK van 2002 besloot de internationale hockeybond FIH om het deelnemersveld uit te breiden van twaalf naar zestien landen, in 2006 kwam ze daar alweer op terug. Drie WK’s verder doen er opnieuw zestien landen mee. En de kans bestaat dat het aantal over een paar jaar wordt uitgebreid naar 24 landen. Maar eerst zien hoe dit ‘vernieuwde’ WK voor vrouwen verloopt in Londen en, eind dit jaar, in India voor de mannen.

FIH-voorzitter Narinder Batra heeft grote ambities. Toen hij twee jaar geleden aantrad, zei de Indiër: „We moeten hockey op hetzelfde niveau brengen als cricket en voetbal.” Die sporten hebben miljarden fans wereldwijd. De beslissing om de WK’s van 2018 uit te breiden, volgde een maand na zijn aantreden – al werd er al over gesproken onder zijn voorganger Leandro Negre. Batra’s visie: als meer landen meedoen, wordt het enthousiasme voor de sport groter.

Diezelfde gedachte zit ook achter andere vernieuwingen van de afgelopen jaren: spelregels als de selfpass, videoscheidsrechters, en vier kwarten van 15 minuten in plaats van twee keer 35 minuten. Alles om hockey zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor publiek en sponsors.

Wake-upcall

Die popularisering is een opgave. Hockey mag dan in meer dan honderd landen gespeeld worden, het is in de meeste daarvan verre van een volkssport – en lijkt dat ook niet snel te worden. Volgens Erik Cornelissen, voorzitter van de Nederlandse hockeybond en sinds twee jaar bestuurslid bij de FIH, speelt dit ‘breedteprobleem’ eveneens mee bij de beslissing om het WK uit te breiden.

In 2012 kwam de olympische status van hockey ter discussie te staan, zegt hij. „Dat was een wake-upcall. Ineens was het niet meer vanzelfsprekend dat hockey altijd een olympische sport zou zijn. Toen zijn we gaan nadenken over de belangrijkste risico’s. Op plek één: hockey is niet breed genoeg. Het Internationaal Olympisch Comité wil dat de hele wereld meedoet.”

Maar met meer landen en meer wedstrijden ben je er nog niet. De FIH moet de WK-duels ook bij de mensen ‘thuis’ zien te krijgen. Ook op dat vlak heeft de internationale bond ambitieuze plannen. Voor het vrouwentoernooi is een deal gesloten met de Britse omroepgigant BT Sport, die met behulp van „vernieuwingen van wereldniveau”, zoals betere beeldkwaliteit en audio, en 24 camera’s ervoor moet zorgen dat het WK qua bereik de boeken in gaat als „beste in de geschiedenis van de sport”. Voor het eerst wordt het toernooi in alle deelnemende landen uitgezonden.

YouTube-kanaal

Maar lang niet overal, zoals in Nederland, door de publieke omroep. In Italië en Zuid-Korea zijn de wedstrijden bijvoorbeeld alleen te bekijken via het YouTube-kanaal van de FIH. „Liefst wil je dat het toernooi op grote zenders op prime time is te zien”, zegt Sebastiaan Westerhout van marktonderzoekbureau Nielsen Sports. „Je moet wel een diehard hockeyfan zijn om op dat FIH-kanaal te komen.”

De belangstelling voor hockey als kijksport is wereldwijd sowieso gering, zegt Westerhout. Zijn kantoor deed onderzoek naar het percentage mensen dat graag hockey wil zien op tv. In de negentien landen, exclusief Nederland, waar de enquête werd gehouden, ging het slechts in enkele gevallen om meer dan 1 procent. „Op lange termijn is er vast nog groei te behalen. Maar hockey zal nooit een volkssport worden zoals voetbal.”

KNHB-voorzitter Cornelissen zegt daarover: „Je probeert natuurlijk overal op de beste zenders op de beste tijdstippen te komen. Maar dat lukt niet in elk land.” Hij zegt wel te zien dat de traditionele kanalen almaar minder belangrijk worden. „Steeds meer mensen kijken via internet. Partijen als Amazon en Facebook bieden nu ook op sportrechten. De traditionele open-netzenders zijn niet meer zaligmakend.”

Een andere, niet onbelangrijke vraag is wat de uitbreiding van het WK in sportieve zin betekent. De coach van het Nederlandse vrouwenelftal, de Australische Alyson Annan, zei vorige week tegen hockey.nl dat het toernooi zo wel „heel lang” duurt: door de extra duels nu zestien dagen in plaats van twaalf. En de belasting is ook anders. Alle teams spelen in de groepsfase drie wedstrijden in pakweg tien dagen, terwijl in vijf dagen de kwartfinale, halve finale en finale worden gespeeld. „Dat is qua planning en fysiologie wel een uitdaging”, zei Annan.

Maar ook zij ziet dat met de nieuwe opzet het hockey „weer op de kaart wordt gezet”. „En dat is belangrijk voor onze deelname aan de Olympische Spelen in de toekomst, dus we schikken ons.”

Vrees voor niveau van het WK

Westerhout is ietwat bang voor het niveau van toernooi. „Je moet oppassen dat de verschillen niet te groot worden. Van uitslagen van 8-0 wordt niemand blij.”

Cornelissen erkent dat het spannend is of de opzet slaagt. „Het moet een serieus toernooi blijven.” Maar hij is ook hoopvol. „Je moet durven investeren. Als je andere landen geen kans geeft, kom je er nooit.”

Stilzitten is bovendien geen optie, zegt hij. Ook al omdat er tussen verschillende sporten onderling steeds meer concurrentie is. „Het WK voetbal wordt groter, het EK voetbal ook.” Dan moet je wel meedoen, bedoelt hij. „We concurreren als sporten allemaal met elkaar.” En in het geval van hockey staan er dus niet alleen sponsor en tv-gelden op het spel, maar ook de olympische status. „Alles hangt met elkaar samen. Hockey moet gewoon internationaal groeien.”

    • Chris Hensen