Recensie

Indrukwekkende optredens op het vergeelde gras van Wonderfeel

Op Wonderfeel, festival voor klassieke muziek, luisteren 8.500 bezoekers in de buitenlucht naar vooral jonge musici. Op vergeeld gras horen ze geijkte meesterwerken in nieuwe verschijningsvormen.

Foto Foppe Schut

De verwondering kent vele gedaanten tijdens het driedaagse muziekfestival Wonderfeel: van de trage hartenklop van Vivaldi’s Cum dederit tot de bange doodsroffel van de paardenhoeven in het Schubert-lied Erlkönig. Op vergeeld gras, onder zuchtende bomen en langs stoffige paden belichaamt muziek de natuurlijke cyclus van geboorte, leven en sterven. Het credo van het festival verschuilt zich binnenin de polsband die iedere bezoeker draagt: „Wij stopten bij de horizon, daar bloeiden achter de lage dijk de sterrenvelden”, een regel uit het gedicht ‘Terug’ van Eva Gerlach.

Lugubere volksverhalen

Met 125 concerten door zo’n 350 – vooral jonge – musici toont Wonderfeel de rijke diversiteit van het muzikale landschap. Nieuwe generaties bouwen voort op oude tradities. Bijvoorbeeld de Estse violiste Maarja Nuut, die volksverhalen mengt met haar akoestische instrument, de stem en elektronica. Dat gaat van de lugubere moord op een jonger zusje om een mand aardbeien tot een klagende schommel, verklankt door een piepende viool.

Lees ook dit interview met Maarja Nuut: ‘Volksmuziek uit Estland is raar en natuurlijk tegelijk’

De vervreemding van het moderne bestaan krijgt indrukwekkend gestalte in de voorlopig laatste voorstelling van The Secret Diary of Nora Plain, met zangeres Nora Fischer, het Ragazze Kwartet en slagwerker Remco Menting. Talenten van nu kerven hun naam in de eeuwige boom van de kunst. Dat deed de 83-jarige Amerikaanse minimalist Terry Riley ruim vijftig jaar geleden. Nu kijkt hij bewonderd toe bij Nora Fischer.

Mystieke atmosfeer

Aan de andere kant van het uitgestrekte park van Natuurmonumenten staat Het Weeshuis van de Hits, een plek voor de geijkte meesterwerken, soms in nieuwe verschijningsvormen. Het Belgische saxofoonkwartet Blindman doet bewerkte orgelpartita’s van Bach, ze klinken als speelse gebeden, maar met een onverminderd mystieke atmosfeer. De countertenor Maarten Engeltjes zingt er aria’s van Monteverdi, Händel, Purcell en Dowland met zijn nieuwe ensemble PRJCT Amsterdam. Met zijn eigen ‘band’ lijkt zijn stem bevrijd uit eigenzinnige harnassen van barokdirigenten. Hij durft te vertragen tot bijna stilstand en boetseert vloeiende fluistertonen. Zijn twee concerten besluit Engeltjes in stijl met Händels hitaria Ombra mai fu, de lofzang van Perzische koning Xerxes aan een plataan. Op het gras zit een tienjarige meisje zachtjes mee te wiegen. ‘Mermaid in training’ staat er op haar goudglitterend hempje. Alle leeftijden bewandelen de paden van Wonderfeel. Onder de ruim 8.500 bezoekers dit weekend bevinden zich meer dan duizend kinderen.

Iedereen beleeft Wonderfeel op zijn eigen manier. Verstokte festivalgangers laten zich kennen door eigen zitkleden of klapstoelen die ze schaamteloos nog voor de eerste rij parkeren bij volle concerten. De één nuttigt muzikaal tapas door zoveel mogelijk optredens in brokken tot zich te nemen, de ander dompelt zich onder in de concerten. Dat laatste blijkt vaak lonender.

Betoverend toptalent

Wonderfeel bewijst ook hoeveel toptalent Nederland bezit. Violiste Isabelle van Keulen geeft met haar tango-ensemble nieuwe dimensies aan Piazzolla, althans aan de stem van de viool daarin. Rosanne Philippens betovert in het langzame deel van Francks Pianokwintet en zangeres Nora Fischer, Ragazze Kwartet en Menting houden het publiek in de ban van Nora Plain. En ook de kleinere podia beloven een mooie toekomst, met musici die in het oude landschap nieuwe wegen zoeken of - zoals componist Gustav Mahler het verwoordde – „niet de as vereren, maar het vuur doorgeven”.

    • Joost Galema