Opinie

Noord/Zuidlijn

Amsterdam heeft geen keus: het zal de nieuwe metrolijn omarmen

Blij zijn met de Noord/Zuidlijn lukt nog niet helemaal. Na vijftien jaar van bouwputten gaat de nieuwe Amsterdamse metro dit weekend eindelijk rijden. Maar buiten burgemeester Halsema komt er geen hoogwaardigheidsbekleder naar de feestelijke opening. En de Amsterdammers zelf morren vooralsnog over het verdwijnen van hun vertrouwde tramlijnen.

Dat rond het project een geur van mislukking blijft hangen, is niet gek. Het ding had in 2011 al moeten rijden. Huizen zijn verzakt, winkels verdwenen. En de kosten zijn uiteindelijk opgelopen tot 3,1 miljard euro – meer dan dubbel zoveel als oorspronkelijk was begroot.

Frustrerend is ook dat men de problemen op kilometers afstand kon zien aankomen. Onder druk van bewoners werd gekozen voor een complex en duur tracé. Het Rijk, dat kennelijk nattigheid voelde, kocht de financiële risico’s af waardoor die bij de gemeente kwamen te liggen – en daar had men er geen geld voor. En de technische uitdaging van het boren in de hoofdstad was immens – al is dat relatief goed afgelopen.

Het gevaar is dat nu grote-projecten-angst ontstaat. De plannen voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol – zoals in de oorspronkelijke plannen al bedacht – of naar Zaanstad, liggen in de ijskast. Er wordt geen geld voor gereserveerd. Ook een goede lightrailverbinding met Almere is niet in zicht. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven, die erover gaat, heeft al aangegeven geen trek te hebben in de aanleg van nieuwe metro’s of lightrail-lijnen in de Randstad. Dat is maar „duur, tijdrovend en complex qua besluitvorming”.

Maar dat grote infrastructurele projecten ontsporen, ligt niet aan die projecten, maar aan de mensen die ze uitvoeren. Zoiets moet niet worden geaccepteerd als onvermijdelijk, maar geanalyseerd om herhaling te voorkomen.

In het geval van de Amsterdamse metro is dat uitgebreid gebeurd en volgt een verdere evaluatie dit najaar. Een greep uit de lessen die al kunnen worden getrokken: maak het project niet te complex. Wacht niet met ingrijpen als de uitvoerders incapabel blijken te zijn. Reserveer voldoende geld voor de risico’s, waarbij betrokkenheid van het Rijk onvermijdelijk lijkt. Bepaal of de besluitvorming en de uitvoering niet te complex zijn om door het lokale bestuur te worden afgehandeld. Onderhandel beter met aannemers en leveranciers. Hoedt u voor wensdenken bij enthousiaste bestuurders.

Deze tijd vraagt het juist om groot te denken. Het kabinet gaat, en dat is zeer uitzonderlijk, decennia vooruitregeren door zich in een klimaatwet vast te leggen op een CO2-reductie van 95 procent in 2050. Tegelijkertijd zullen Amsterdam en de rest van de Randstad de komende jaren verder groeien. Alternatieven voor de auto zullen broodnodig zijn. Ambitieuze investeringen in nieuw openbaar vervoer zijn onvermijdelijk.

En natuurlijk gaan die projecten opnieuw gepaard met onzekerheden. Dertig jaar vooruitdenken is nu eenmaal moeilijk. Het was 1989 toen de Amsterdamse gemeenteraad de eerste opdracht gaf voor een plan voor de Noord/Zuidlijn. Zo’n proces zal niet altijd sneller kunnen verlopen. Het is hier immers anders dan in een land als Singapore, waar goedkope buitenlandse arbeidskrachten worden ingevlogen en inspraak beperkter is.

Na de aanleg van de eerste Amsterdamse metrolijn, die destijds zelfs tot rellen bij de Nieuwmarkt leidde, was het woord ‘metro’ twintig jaar taboe. Nu is hij niet meer weg te denken. Zonder Geinlijn was de Bijlmer nooit een volwaardig deel van de stad geworden, waar mensen naartoe reizen voor hun werk, voor een voetbalwedstrijd, voor de bioscoop of voor een concert in de Ziggodome.

Als de Noord/Zuidlijn straks zonder al te veel haperingen gaat rijden, is de kans groot dat het net zo’n succes wordt. De opkomst van Amsterdam-Noord is in aanloop naar de eerste rit al begonnen en zal nu verder voortschrijden. Vanaf het Centraal Station is een toerist straks sneller in het Noorderpark dan in het Vondelpark. Ook voor de Noord/Zuidlijn geldt de eerste metrowet van oud-NRC-hoofdredacteur H.J.A. Hofland: elke metro is mislukt totdat hij rijdt. In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.