Opinie

    • Sjoerd de Jong

Nick reed zijn Tesla door krantenland – tot hij werd geflitst op Twitter

Maar moesten zijn handen nu aan het stuur in die autopilot-Tesla of niet? Die vraag bleef knagen na de allengs vrolijker ophef over een artikel in het katern Economie die de lezer van de papieren krant zal zijn ontgaan, maar die de redactie van NRC afgelopen woensdag behoorlijk bezighield.

Voor de rubriek ‘Verdienen & Uitgeven’ was een jonge architect geïnterviewd, de 31-jarige Nick Matulessy uit Breda, die de lof zong van duurzaam leven – én van de Tesla die hij had gekocht (‘Ik vind dat je soberheid moet trainen’, 13 juli).

Probleempje, noteerde een alerte Metro-journalist op Twitter, Jelmer Visser: diezelfde Nick had, in hele andere verhalen, óók al de lof gezongen van zijn Tesla in BN/De Stem en het Algemeen Dagblad (5 april), de Volkskrant (7 mei) én nog eens in BN/De Stem (6 april). Allemaal met montere foto’s van Nick bij zijn fiets, joggend, aan tafel, en in zijn Tesla. En dan stond hij ook nog met een juichend klantenverhaal op de Tesla-site.

Kortom, was dit sluikreclame voor Tesla, werd Nick betaald, bestónd hij wel? Na luttele uren begon het digitale stampvoeten: waar bleef de reactie van NRC op deze „inteelt”? Ook Ebru Umar meldde zich, want was „retenieuwsgierig”: „Weten we al meer van Nick?” En, wilde een ander weten, wat deed die ombudsman daar eigenlijk?

Nou ja, ik hing aan de lijn met Tesla, maar had even moeite me te concentreren. Het was toch al een drukke dag in de aandachts-economie. Niet alleen was er dus Nick, ook Stef, die zijn eigen multiculti-woorden alweer moest opeten toen ze nog warm waren, én natuurlijk Donald, die in zijn eentje zeventig jaar democratisch atlanticisme als een kladje verfrommelde.

Maar goed, prioriteiten. Ook de NRC-redactie was druk met Nick; Economie-redacteur Annemarie Sterk deed navraag, zette de feiten op een rijtje en maakte een tekst, die ’s avonds verscheen op het blog van de hoofdredacteur. Met nette uitleg. Ja, Nick bestaat en nee, hij wordt niet betaald door Tesla – hij stuurde de bon van zijn auto mee – maar is kennelijk een media-gewiekste liefhebber. Tesla herhaalde tegenover mij: „Zelfs de moeder van Elon Musk betaalde het volle pond voor haar auto.” Het bedrijf was van tevoren ook niet op de hoogte van Nicks media-optredens, zegt een woordvoerder.

Dat bedaarde de gemoederen. Jelmer, die een verslag van zijn vondst tikte voor Metro, lijkt zelf ook niet ontevreden: „heuj, ik sta in de NRC”, twitterde hij blij – en knalde door de 3.000 volgers. Verdiend, zeg ik jaloers.

Want hij wás oplettender dan de NRC-redactie, die net zo min als ik had gezien dat Nick zijn Tesla al door ten minste vier kranten had gereden. De medewerker die het artikel schreef, kende het AD-stuk, en benaderde Nick op grond daarvan.

O ja, en die handen?

De Volkskrant drukte bij het interview een foto af van Nick, achter het stuur lezend in een boek. Is dat de bedoeling?

Zeker niet, zegt een Tesla-woordvoerder. Nicks Tesla bevat een aantal „rijtaakondersteunende” functies (adaptieve cruise control, die de snelheid aanpast aan de voorligger, en auto steer, die ervoor zorgt dat de auto binnen de lijntjes blijft) maar „je moet wel je handen aan het stuur houden, dus wij zijn hier niet heel blij mee”. Ook voor Nick geldt wat de helaas minder duurzame Jim Morrison zong: keep your eyes on the road, your hands upon the wheel.

Lessen voor de redactie: de selectie van gegadigden voor zo’n rubriek moet worden aangescherpt. Niet om Jelmers peer te doffen, zoals ze in Suriname zeggen (in iemands licht gaan staan), maar ik wees op deze plek al eens op de lage drempel voor een andere rubriek, ‘Spitsuur’, waarin mensen mogen uitleggen hoe druk ze het hebben. Dat moet geen vrijbrief worden om reclame te maken voor zichzelf of een product. Ja, de krant is een marktplaats, maar de redactie beheerst het volume.

En vooral: zoek je eigen onderwerpen, in plaats van andere kranten na te doen.

Intussen wijst dit voorval nog op iets anders: de toegenomen gevoeligheid voor reclame in de kolommen. Ik krijg een gestage stroom post van lezers die zich ergeren aan „decadente” reclames (een vliegreis door Afrika, 32.000 euro; een Good Hope Golf Tour, 7.570 euro, een Bordeauxwijnpakket voor 75 euro, voor onderweg).

Terwijl het Commentaar ons nota bene toespreekt dat we soberder moeten worden en pleit voor belasting op vliegreizen (We moeten onze levens veranderen, 23 juni), en de krant ook nog eens een heel katern wijdt aan de gevaren van alcohol.

Het geijkte verweer: er staat een Chinese muur tussen redactie en advertenties, en dat is maar goed ook – journalistiek en reclame moeten apart kunnen opereren. Inderdaad. Maar ja, NRC Media is één bedrijf, en aangezien identiteit tegenwoordig alom hét slagwoord is, komt al snel de vraag op: praktiseert dat bedrijf wat het preekt?

De NRC-lijn blijft: de Chinese muur stáát. Al is die ook weer niet massief: een advertentie voor ‘fucking good wine’ kwam er niet door, met het oog op de normen voor taalgebruik in de krant. Je kunt ook beredeneren dat, bijvoorbeeld, advertenties plaatsen voor wijn nog iets anders is dan zélf wijn verkopen, wat NRC trouwens ook doet.

Ik heb er geen pasklaar antwoord op, maar ik voorspel dat deze kwestie zal blijven terugkomen, in de 24-uurseconomie van aandacht en identiteit.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong