Opinie

    • Caroline de Gruyter

Kunnen Zwitsers bij de EU werken?

Een Zwitserse onderdirecteur van het ministerie van Migratie stelde onlangs tijdens overleg met EU-functionarissen in Brussel de vraag: waarom kunnen Zwitsers niet vast bij Europese instellingen werken? Is dit geen discriminatie?

Sommige gesprekspartners van deze Zwitserse rolden met hun ogen. De ironie: de Zwitsers hameren altijd op hun soevereiniteit en dat ze alles op hun eigen manier willen doen. En nu vragen ze toegang tot de gehate kaste van eurofunctionarissen?

Maar ze hadden het goed gehoord. En ze kunnen maar beter een helder antwoord formuleren – want wie weet gaat dit straks ook het Verenigd Koninkrijk aan. En daarmee de hele EU.

Volgens EU-ambtenarenstatuten kunnen alleen mensen uit EU-landen in vaste dienst komen – de meesten nadat ze een zware selectieprocedure (het Concours) hebben doorlopen, en een enkeling die als hooggeplaatste door zijn land op een Brusselse topfunctie wordt geparachuteerd. Bij de Commissie werken wel Zwitsers, Liechtensteiners, IJslanders of Noren, maar alleen tijdelijk – als nationaal expert of gedetacheerd ambtenaar. Na een paar jaar gaan ze terug naar hun ministerie. Zwitserland heeft twintig experts en gedetacheerden in Brussel (mensen met dubbele nationaliteit meegerekend), die zich bezighouden met Schengen, academisch onderzoek of een ander terrein waarop hun land samenwerkt met de EU.

De vraag over vaste contracten bij de EU werd vorig jaar al gesteld, door een christendemocratisch parlementslid in Bern. Deze Yannick Buttet is intussen afgetreden, omdat hij een drankprobleem had en vrouwen zou hebben belaagd. Maar zijn vraag heeft het schandaaltje overleefd. Buttet wilde van zijn eigen regering weten of het geen discriminatie was, dat Zwitsers alleen tijdelijke contracten krijgen bij EU-instellingen terwijl allerlei EU-burgers wél bij de Zwitserse overheid in vaste dienst zijn. Hij baseerde zich op het feit dat Zwitserland meedoet aan het vrij verkeer van personen, waarbij niet gediscrimineerd mag worden. Waarom hij die vraag stelde, is onbekend. Het ging hem om „het principe van wederkerigheid”, zei hij.

Zwitserland neemt zelf een loopje met het vrije personenverkeer. In 2014 stemden de Zwitsers voor immigratiequota, en ze zoeken nog steeds naar die ene maatregel die strookt met het vrije verkeer én de uitslag van het referendum.

Hoe dan ook, de Zwitserse regering gaf Buttet eind 2017 het volgende antwoord: Zwitsers kunnen niet bij de EU in vaste dienst werken, maar wel bij EU-lidstaten – dus er ís wederkerigheid. Toch had hij volgens de regering een punt: volgens sommige van de 120 bilaterale akkoorden tussen Brussel en Bern mogen Zwitsers bij EU-agentschappen werken waar Zwitserland aan meedoet, zoals die voor milieu en grensbewaking. Maar gaat dit om vaste banen? Tijdelijke contracten? Er waren nooit problemen gemeld, maar Bern beloofde het met Brussel op te nemen. Dit is wat de dame van het ministerie laatst deed.

In Brussel liggen weinigen hiervan wakker, natuurlijk. Die paar Zwitsers of Noren zijn hartelijk welkom. Maar stel dat Zwitserland gelijk krijgt, wat betekent dit dan na Brexit? Kunnen de Britten, afhankelijk van hun toekomstige deal met Brussel, dan ook mensen in het systeem houden? En – nu komt de crux – als de Britten het mogen, zeggen sommige EU-landen dan niet óók binnen de kortste keren: „Hee, het is best leuk daarbuiten. Laten we ook een exit doen!”

Zo beïnvloedt Brexit de relatie tussen Zwitserland en de EU: het dwingt Brussel om beter te definiëren wat het verschil is tussen insiders en outsiders, en om strenger te worden tegen niet-EU-landen die bijna overal aan meedoen maar niet meebeslissen. Geen schemerzones meer. Geen privileges. Vanaf nu telt, helaas, vooral nog „het principe”.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter