Opinie

    • Hugo Camps

Hollands glorie

De Nederlandse berg in de Tour de France is heroverd. Het territoriale instinct voor het sacrosanctum Alpe d’Huez was ouderwets bezitterig. Twee Nederlanders domineerden de twaalfde etappe naar Alpe d’Huez: Steven Kruijswijk met een heroïsche solo tot net voor de meet en Tom Dumoulin met een uitdagende sprint voor de tweede plaats. Het Hollandse dundoek on top van een geannexeerd gebergte.

Oranje zwermen in de bermen van de zware bergetappe vertoonden gaten die er vroeger niet waren. Nederland is nog steeds aanwezig in de 21 mythische bochten, met bocht 7 als residentie, maar het is niet meer de oranje hellhole van weleer. Er is ruimte voor anderen en dat tempert de waanzin van lelijkheid. Nog galmt André Hazes over de campers en drinken grote kerels het ontblote bovenlijf naar dubbele afmetingen, maar in de buurt van het parcours gedragen ze zich minder als nieuwe wilden. De verkleedpartijen blijven gênant en van een agrarische onnozelheid, maar de agressie is speelser. Hoog op de Alp blijft de geheimzinnige stilte ongerept.

Op de beklimming van de Col de la Croix de Fer, 72 kilometer voor de streep, vertrekt Steven Kruijswijk uit een vluchtersgroep. Een solo van de zesde geplaatste in het klassement is ongewoon. Maar Kruijswijk vliegt, hangt diep gebogen over het stuur, kijkt niet om en fietst op de roes van het soleren. Op een gegeven moment is hij virtuele geletruidrager. Hij neemt tot zes minuten op het verhakkeld peloton. Drie kilometer voor de meet wordt hij alsnog gepakt door een handvol klassementsrijders. De prijs voor de strijdlust als schrale troost.

Bij het uitrijden bleef hij stil en ingetogen. Niet één verwijzing naar zijn heroïsch nummertje. Alsof hij even op weg was naar de bakker in Nuenen, zo zat hij op de fiets. Later zal hij zeggen dat de prestatie hem gelukkig heeft gemaakt, niet de glorie ervan. Steven heeft tegenslag gekend, het heeft hem te nederig gemaakt. De bijna-winnaar van de Giro kijkt nog steeds in verwondering om naar zijn goeie benen. Hij weet wat knielen is. Het luik waar het spreken zit, blijft op een kier.

Een dag na zijn spectaculaire afdaling in de etappe naar La Rosière sleurde Tom Dumoulin opnieuw het groepje klassementsrijders uit elkaar. Na een schakelfoutje in de sprint werd hij tweede op Alpe d’Huez, maar andermaal had hij zich getoond als concertmeester van de happy few. Dumoulin fietst steeds meer met de afstandelijke superioriteit van Miguel Indurain. Gestandbeeld op de fiets. Slimme woorden na de koers. Tom is reeds podiumvast, maar de gele trui had ook gekund.

De Tour is nog niet gedaan. Eindwinnaar wordt Froome of Dumoulin. Geraint Thomas zal op een dag langs de weg staan met mechanische pech en op dat moment zal Froome zijn duivels ontbinden. Tot een koningsdrama komt het niet bij Sky, daar is het team te cynisch voor.

Twee etappezeges met Groenewegen, Dumoulin twee keer tweede in de Alpen en bezieler van elke aanval, Kruijswijk held voor een dag op Alpe d’Huez … Hollands glorie lijkt wel onbegrensd. Daarbij komt nog het morele karaat van het succes: de ploegen van Dumoulin en Kruijswijk hebben alom sympathie losgewoeld. Door het lef van de kopmannen en de taaiheid van de helpers in verweer.

Het Nederlandse cyclisme is onaangekondigd macht geworden.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps