Dumoulin: ‘We gaan het zien in de Pyreneeën’

Tom Dumoulin reed in zijn eigen tempo over de slotklim, zoals altijd. Hij ziet de Pyreneeën met vertrouwen tegemoet. „Ik weet heel goed wat ik wel en niet kan.”

Froome, Dumoulin en Thomas komen samen over de finish van de veertiende etappe in Mende. Jeff Pachoud/AFP PHOTO

Een goed kwartier na de ineenstorting van de Vlaming Jasper Stuyven op de Côte de la Croix Neuve en de etappezege van Omar Fraile op de landingsbaan van Mende-Brenoux Aerodrome, volgt een fascinerend schouwspel.

Het peloton raast op een langgerekt lint het plaatsnaambordje van Mende voorbij. Het is alsof er in het Centraal Massief een massasprint wordt voorbereid, met treinen van renners die knokken voor hun klassementsmannen. Die moeten aan de voet gelanceerd worden, vandaar dat gebeuk. Op de finish knijpt Peter Sagan een bidon leeg. Hij is vierde geworden, god weet waarom-ie de hele dag in de kopgroep zat. Ja, hij won de tussensprint, hij wilde punten sprokkelen voor z’n groene trui: twintig stuks onderweg, en nog eens negentien op de streep. Het verschil met Alexander Kristoff is in dat klassment inmiddels van belachelijke proporties: 237. Maar de man is er niet gerust op.

Terug naar de apotheose van de dag, op de Côte de la Croix Neuve dus. De ellende begint op vier kilometer van het einde, op de Rue des Ecoles. Die meandert met 8, 10 en zelfs 11 procent bij Mende vandaan, richting een vlakte waar ruimte is voor de kleinere vliegtuigen. Bauke Mollema is ineens terug aan de kop, dansend op de pedalen. Die lijkt wel hersteld van zijn val in Roubaix, en draait zich misschien wel warm voor de rit van zondag, typisch zo’n Mollemaatje – een boel klimmen, en geen aankomst bergop. Zo’n etappe won de renner van Trek-Segafredo vorig jaar nog.

Zenuwen de baas

De groep smeert zich uit over de volle breedte van de weg. De spanning druipt er vanaf. Het is wachten op de renner die zijn zenuwen niet langer de baas is, hij die denkt dat acht minuten maximaal trappen op deze zaterdagnamiddag nog tot de mogelijkheden behoort.

Steven Kruijswijk fietst links, zijn mond wijd open, zijn knecht Antwan Tolhoek aan de andere kant. De twee zoeken oogcontact, en zij niet alleen. Renners die nu nog van voren rijden scannen elkaars gelaat. Wie zit waar en waarom? Is mijn concurrent aan het einde van zijn Latijn, of bereidt-ie juist een aanval voor?

Tom Dumoulin maakte eerder al veel indruk in de bergrit naar La Rosière: Hij vlamde in de Alpen voor zijn overleden oom

Michal Kwiatkowski leidt de dans, een vertrouwd beeld deze Tour. Op de Rue du Faubourg Saint-Gervais gooit de Pool in alle rust zijn drinkbus weg. Achteraan kan Adam Yates het allemaal niet meer aan, de Brit heeft niet de vorm van tweelingbroer Simon, een maand geleden in de Giro.

Twintig man nog, als de volgende Sky-renner op komt, Egan Bernal, 21 jaar. Dan is Mikel Landa het wachten beu. Op het steilste stuk van de klim gooit de nummer zes van de ranglijst de fik in de wedstrijd.

Kruijswijk springt mee, hij moet en hij kan ook. De Brabander koerst af op een plek bij de eerste tien, misschien wordt het meer. Met de vorm zit het nog altijd wel snor. Tom Dumoulin hangt achteraan, als alles voor even samensmelt.

‘Daar heb je ballen voor nodig’

Geraint Thomas over Tom Dumoulin

Primoz Roglic is de volgende die attaqueert, op zo’n 2,5 kilometer voor het einde. Dumoulin laat een gat, Chris Froome idem dito. Ploegmakker en geletruidrager Geraint Thomas kan blijven gaan. Hij is daadwerkelijk beter dan zijn kopman.

Een paar honderd meter verderop sluit Dumoulin weer aan. Als altijd rijdt hij in zijn eigen tempo omhoog, hij weet precies wat hij kan. Aan andermans tempowisselingen heeft hij een broertje dood. Hij vertrouwt erop dat ze vóór hem zullen stilvallen. „Daar heb je ballen voor nodig”, zou Geraint Thomas later zeggen. „Zeker als je alleen rijdt.”

Geen superbenen

Dumoulin fietst inderdaad het gat weer dicht, vlak voor de top. Hij heeft geen superbenen, hij moet het slim aanpakken, zich niet opblazen. Maar eenmaal aangesloten bij het genoemde Sky-duo valt hij toch aan. „Het ging daar even langzamer en ik zat dus onder mijn limiet. Toen dacht ik: probeer het zelf wel.” Hij krijgt Thomas in zijn nek, en ook Froome. Het beste van deze Tour duikt gedrieën richting vliegveld, en finisht op acht seconden van Roglic. Froome zit er daar stevig doorheen. De laatste inspanning moest overduidelijk van diep komen. Dumoulin oogt frisser. Bij de teambus drinkt hij rustig een gelig hersteldrankje weg, terwijl hij toeziet hoe mecaniciens zijn achterwiel in een rollerbank klemmen.

Roglic loopt in het klassement ietsjes in op Dumoulin. „Die kan dit soort inspanningen goed”, zegt de nummer drie van de Tour. “Een gevaarlijke klant voor het podium. We gaan het zien in de Pyreneeën.” Die bergketen ziet hij met vertrouwen tegemoet: „Ik heb nog niet het gevoel dat het minder wordt.”

    • Dennis Meinema