‘Wij krijgen de wat beter ontwikkelde toeristen’

Station De Pijp De Noord/Zuidlijn wordt zaterdag geopend. De nieuwe metrolijn in Amsterdam verandert de stad, bijvoorbeeld bij station De Pijp. Niet alle ondernemers overleefden de aanleg van het metrostation.

Therese van Leeuwen zit met haar FEBO vlakbij het nieuwe metrostation De Pijp. Foto Olivier Middendorp

Tien jaar lang hield textielwinkel Metro aan de Ferdinand Bolstraat opheffingsuitverkoop. ‘Wij moeten eruit vanwege de Noord-Zuid’, stond al die tijd op borden in de etalage. Eigenaar Therese van Leeuwen van de Febo moet hartelijk lachen als ze eraan terugdenkt. „Onzin natuurlijk. Maar wel een goede pr-stunt.”

Een paar jaar geleden werd de stunt ingehaald door de werkelijkheid: Metro moest écht weg. Genekt door de combinatie van omzetdaling en exploderende huren die de aanleg van de Noord/Zuidlijn met zich meebracht. Van Leeuwen somt geroutineerd de ondernemingen op die hetzelfde lot beschoren waren: de bedrijfskledingwinkel, de modezaak, de bh-shop, de broodjeswinkel. „De eigenaar van de lampenwinkel op de hoek repareert nu scootertjes.”

Van Leeuwen is geboren en getogen om de hoek, aan de Albert Cuypmarkt. De Febo in de Ferdinand Bol, die ze runt met haar zus Bianca, is het langst nog bestaande filiaal van het land. De snackketen ontleent zelfs z’n naam aan de straat: ‘Fe-Bo’.

Reusachtige bouwput

Straks zitten de gezusters Van Leeuwen op tweehonderd meter van het gloednieuwe metrostation De Pijp, dat volgens de gemeente dagelijks achttienduizend in- en uitstappers zal hebben. Toch heeft ze geen grote verwachtingen. „Er komen vast meer toeristen, maar die kopen alleen maar sleutelhangertjes.”

Bijna vijftien jaar lang had ze een reusachtige bouwput voor de deur: zandhopen, damwanden, graafmachines. Vanaf de dag dat de hekken geplaatst werden, 1 mei 2003, daalde de omzet. De taxichauffeurs en brommerrijders die altijd langswipten voor een kroket of een bamischijf kwamen niet meer.

Nog lastiger hadden ze het aan de overkant, bij slijterij Boorsma. „Vóór de metro hadden we op zaterdag rustig vierhonderd klanten,” vertelt eigenares Edith Buis. „Op een gegeven moment waren we al blij als het er honderdvijftig waren.” Ja, er was een compensatieregeling voor winkeliers, maar die zorgde voor veel administratieve rompslomp en het bedrag was „nét genoeg om je op de been te houden”.

‘Straks is het hier ook onbetaalbaar’

Dit artikel is deel van een tweeluik over hoe twee stations van de metrolijn bovengronds de stad veranderen. Lees ook over de omgeving van station Noorderpark


Het gaat De Pijp voor de wind: in twee decennia transformeerde de enigszins verlepte volksbuurt tot het yuppenparadijs van Amsterdam, vol terrassen en hippe zaakjes. De winkeliers aan de Ferdinand Bol profiteerden daar niet van: het succesverhaal voltrok zich in de kleinere zijstraatjes van De Pijp, waar de winkelhuren minder snel stegen en graafmachines op veilige afstand bleven.

Verse Portugese kip

In die kleine straatjes vestigden zich de afgelopen jaren allerlei hippe zaken, van een messenwinkel tot een avocadorestaurant. Zij kijken reikhalzend uit naar de opening van de Noord/Zuidlijn. Zoals Sjoerd van der Poot, eigenaar van boutique modezaak Rauw, in de Eerste Sweelinckstraat. Zijn kleding omschrijft hij als street chic: denim, T-shirts, gerecyclede kalfsleren jassen. Aan de muur hangen oude stalen racefietsen.

De komst van de metro, zegt Van der Poot, was een belangrijke reden om hier anderhalf jaar geleden neer te strijken. Hij ziet het station als „een deur” om makkelijker in de Pijp te komen. „Straks ben je vanaf het Centraal Station in zes minuten hier.” Een omzetstijging van tien procent moet zeker haalbaar zijn, denkt hij. Volgens Van der Poot delen de meeste ondernemers in de straat zijn optimisme. Vrolijk zwaait hij naar een voorbijfietsende collega. „Hij doet aan verse Portugese kip.”

Voor drukte en Britse vrijgezellenfeestjes is Van der Poot, anders dan sommige buurtbewoners, niet zo bang. Wie naar de Pijp komt, zegt hij, is sowieso „wat meer onderzoekend en beter ontwikkeld” dan de types die in de oude binnenstad blijven hangen. „Hier zie je meer de Lonely Planet-toeristen, die zoeken waar de locals heengaan.” En ja, de huizenprijzen stijgen – maar dat is toch overal zo in Amsterdam?

Met de ondernemers aan de Ferdinand Bolstraat heeft Van der Poot behoorlijk te doen. „Ze zitten op een triple-A-locatie, maar de vraag is of ze het hoofd boven water kunnen houden. Als het mij was overkomen, was ik net zo pissig geweest.”

Kranslegging

De Febo in de Ferdinand Bol is tot nu toe verschoond gebleven van de krankzinnige huurverhogingen die de Noord-Zuidlijn met zich mee heeft gebracht. Sinds de zandhopen weg zijn, steeg bij Therese van Leeuwen de omzet met dertig procent. Zij en haar zus zien de toekomst weer iets zonniger in.

Dat geldt niet voor Edith Buis. De slijterij draaide vorig jaar, hoewel de straat weer open is voor voetgangers en fietsers, de slechtste omzet in jaren. „Als die metro straks rijdt en het doet nog steeds niets, dan zullen we de zaak moeten sluiten.” De Ferdinand Bol kreeg van de gemeente een nieuwe look, met rode klinkers op de stoep én de rijbaan. Daar schiet zij ook niets mee op, zegt Buis. „We mogen niets op straat zetten, nog geen bord of plantenbak.”

Aan de feestelijke opening van station de Pijp doen zij en Van Leeuwen deze zaterdag niet mee. „We moeten werken.” Eigenlijk konden ze zich wel vinden in het voorstel van de thee- en koffiehandelaar, verderop in de Ferdinand Bol. Die had voorgesteld om geen feest maar een kranslegging te organiseren. „Voor alle gevallen ondernemers.”

    • Thijs Niemantsverdriet