Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Vriend van Mandela

Nelson Mandela zou deze week honderd jaar oud zijn geworden, het nieuws zorgde ervoor dat ik in mijn hoofd weer even op de redactie van het verdwenen weekblad Intermediair was. Een van de laatste hoofdredacteuren daar vertelde graag en vaak dat hij in zijn tijd als Afrika-correspondent ‘Nelson’ tegen Mandela mocht zeggen. Tijdens een interview was er wederzijds gevoel van vriendschap ontstaan. Het beste verhaal was dat hij op een dag een beetje liep te lummelen in een Zuid-Afrikaanse stad, broedend op een verhaal, toen hij zacht werd geroepen. Het was Nelson, hij zat op een bankje achter een boek met een kop koffie.

How is your wife? And how are your daughters?

Ondanks de drukte in zijn hoofd ging hij toch even bij de ex-president zitten voor wat chitchat. Nelson had wat privéproblemen, maar was ondanks zijn zorgen toch zijn innemende zelf.

Later stuurde dezelfde hoofdredacteur me een maand liftend door Oost-Europa, een gebied dat hij als correspondent ook gecoverd had. De dag voor vertrek legde hij me op een terras in Haarlem alle ins en outs van het oude continent uit. Wat bleef hangen was dat ik mijn geld tijdens het liften het beste kon verdelen over verschillende broekzakken, dat ik mijn laptop onder mijn kleren in mijn tas moest stoppen en dat hij in Albanië was toen daar in 1997 het piramidespel instortte. Twee dagen lag hij met wat andere journalisten verdekt achter een muurtje in de haven van Durrës. Hij wist: als ik mijn hoofd omhoog steek jagen ze er een kogel doorheen.

Lang verhaal kort: de Italiaanse regering stuurde een fregat om hem te redden. Toen ik mijn biertjes op had kende ik mijn plaats, journalistiek gezien was ik een kruimel.

Liftend door Europa werd ik eerst ziek en daarna beroofd. Toen ik hem berooid belde regelde hij een contact van wie ik geld kon lenen. Hij zei dat het soms zinvol was om in hotelkamers niet in de spiegel te kijken. Ik moest er een handdoek voor hangen, het was een oude journalistentruc waar ik verder niets aan had.

Een half uur na thuiskomst verkeerde het tijdschrift in financieel zwaar weer. Hij ontsloeg alle freelancers. Het telefoongesprek was kort, maar vriendelijk. Hij was blij voor mij dat het tijdschrift zo lang een podium was geweest waar mensen zich konden ontwikkelen.

Vrij naar Nelson Mandela: de grootste roem in het leven ligt niet in nooit vallen, maar in telkens weer opstaan.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen