Vlees. U weet best wel waarom

Wat eten we? De vleesconsumptie daalt in de westerse wereld een beetje, maar elders op de wereld wordt steeds meer vlees gegeten.

Poster ReclameArsenaal

‘Vlees mevrouw, u weet best waarom’. Een affiche met die tekst, van het Voorlichtingsbureau Vlees, Vleeswaren en Vleesconserven, kon begin jaren zeventig nog net. Hier en daar klonk hoongelach. Er waren verontwaardigde reacties uit feministische hoek. Maar het was de tijd waarin voorlichters zich richtten op de ‘poortwachters’ van het huishouden, die bepaalden welk eten er in huis kwam. Dat was de vrouw des huizes, volgens de vleesetende voorlichters.

Tegenwoordig praat iedereen in het huishouden mee over de vraag of er vlees op bord of barbecue moet liggen. En we weten het helemaal niet ‘best’. Wat zijn de feiten?

Oké, voor mensen die voor een groot deel uit vlees bestaan, is vlees een prima voedingsmiddel. Vlees eten is een makkelijke oplossing. Vast staat dat de voedingsstoffen die een mens voor zijn vleesonderhoud nodig heeft heel goed uit planten geput kunnen worden. Dat dringt hier en daar door. De vleesconsumptie daalt in sommige westerse landen een beetje, hoewel daar gemiddeld nog steeds meer vlees wordt gegeten dan voor het onderhoud van eigen vlees nodig is. Elders op de wereld, vooral waar de welvaart toeneemt, stijgt de vleesconsumptie.

Veel mensen zijn het wel eens met het idee dat we zelf iets aan het klimaat moeten doen. Maar als het om zelf handelen gaat, raken ze geblokkeerd. Lees ook: Minder vlees, wat schiet ik daarmee op?

Cijfers, over consumptie, gezondheid en de milieubelasting van vlees eten, stonden afgelopen vrijdag in een overzichtsartikel in het wetenschappelijke tijdschrift Science. De wereldvleesconsumptie stijgt tot 2050 nog met 75 tot 100 procent. Drie voorspellende studies hebben die cijfers gemeen. Het kan ook 62 procent zijn, of 144, het is in ieder geval een flinke stijging. Die betrekkelijke vaagheid is ook te zien in de cijfers over de milieubelasting van de vleesproductie. Die is imposant, dat wel. In landen waar de mensen meer vlees eten, worden meer dieren gefokt en die moeten eten. China importeerde in 2000 5 miljoen ton soja-veevoer uit Zuid-Amerika. In ruim tien jaar verachtvoudigde dat naar 40 miljoen ton.

„Het is moeilijk in te zien hoe de wereld tien miljard mensen, of meer, kan voorzien van de hoeveelheid vlees die nu in veel hoge-inkomenlanden wordt gegeten”, concluderen de tien auteurs uit Oxford aan het eind van hun artikel.

De economie drijft op vlees

In het Westen groeit de afkeer van vlees, maar er zijn nog steeds krachten die de vleesconsumptie opdrijven. De landbouwsector haalt 40 procent van zijn omzet uit veevoer en vlees. De wereldhandel vaart wel bij het transport van voer en vlees. De economie van veel landen drijft op de landbouw, en dus op vleesproductie. Grote vleesproducenten en voedingsmiddelenbedrijven hebben krachtige lobby’s, schrijven de auteurs. De Amerikaanse vleesindustrie beïnvloedde heel direct de laatste Amerikaanse richtlijnen voor goede voeding.

Lees ook: Hoe een carnivoor een week zonder vlees overleeft

Daartegenover staan de organisaties en onderzoekers die wijzen op dierenwelzijn, milieuvervuiling en de (on)gezondheid van vlees. Het verzadigde vet in vlees bevordert hart- en vaatziekten. Rood vlees (mogelijk 50.000 doden per jaar wereldwijd) en worst (34.000 doden) zijn kankerverwekkend. Niet heel erg, maar toch. Wit vlees (van kip, kalkoen) is een gezondere variant voor mensen die aan vlees vasthouden en is minder milieubelastend. Maar als iedereen een loslopende scharrelkip wil eten die een redelijk leven heeft gehad, dan zal ook de kipconsumptie flink moeten dalen.

    • Wim Köhler