Vijftig jaar na de Tour-zege van Jan Janssen en de strijd des geloofs

Tour 1968

De Tour-zege van Jan Janssen op 21 juli 1968 leidde tot een politieke rel.

Foto Spaarnestad/ANP

Jan Janssen won precies vijftig jaar geleden de Tour de France. In 2013 vertelde hij aan NRC hoe hij op 21 juli 1968 naar de zege in de afsluitende tijdrit „vlóóg” en zo de Belg Herman van Springel uit het geel reed. „Ik heb daar een prestatie van formaat geleverd.” Zonder doping, zo wezen negen testen in die Tour uit. Wel had de toen 28-jarige Janssen „wat cafeïne genomen” voor de tijdrit. „Stond niet op de lijst.”

De eerste Nederlandse Tourwinnaar ontving op die zondag in Parijs van de Christelijk-Historische Unie een gelukstelegram – het begin van een ongekende opstand in deze politieke partij.

De CHU had in 1968 twaalf parlementszetels en leverde twee ministers en drie staatssecretarissen aan het kabinet. Het belang dat deze partij hechtte aan de zondagsrust was vastgelegd in Artikel 12 van het Program van Beginselen. Toch stuurde partijsecretaris H.A. Schuring het gelukstelegram. Tot woede van een groot deel van de CHU, blijkt uit een map brieven die bij het Nationaal Archief ligt. „Ik vraag me af of Jan Janssen zijn zondag niet veel beter had kunnen besteden door ook de goede strijd, de strijd des geloofs te strijden. Zou de overwinning dan niet nog veel en veel heerlijker zijn?” Ook de Nederlandse Vereniging tot Bevordering van de Zondagsrust en de Zondagsheiliging was verontrust. „Wij vrezen de ernstigste gevolgen voor gezin en samenleving.”

Schuring verdedigde zichzelf in De Telegraaf: „Waarom mag een politieke partij van haar bewondering ook niet blijk geven? Dat ik daarmee gehandeld heb in strijd met het beginselprogramma van de CHU geloof ik beslist niet.”

Opstand als climax

Ruim een half jaar lang hield dit debat de partij in de greep met als climax een opstand onder een groep van zo’n vijftig leden. „Het hoofdbestuur acht dit ontoelaatbare groepsvorming”, aldus dagblad De Tijd. Pas in januari 1969 hamerde het partijbestuur deze discussie af.

Jan Janssen heeft hiervan nooit geweten, vertelde hij enkele jaren geleden. „Ik kan mij het telegram van de CHU niet herinneren. Alleen dat van de koningin weet ik nog.” Het verwijt dat hij beter de strijd des geloofs had kunnen strijden, trof hem onaangenaam. Als vroom katholiek haalde hij inspiratie uit zijn geloof, juist tijdens die Tour van ’68. „Ik had het soms op de fiets zo moeilijk”, zei hij tegen Katholiek Nieuwsblad, „dat ik nog maar één mogelijkheid zag: tot Onze-Lieve-Heer bidden. Zeker toen ik tijdens die laatste etappe reed. Ik was geen specifieke tijdrijder en toch won ik. Als je écht gelooft, dan denk ik dat je veel verder komt in het leven.”

    • Jurryt van de Vooren