Opinie

    • Luuk van Middelaar

Tijd Trump als politieke vijand te zien

Na zijn persconferentie met de Russische president in Helsinki is Trump thuis teruggefloten – Amerika’s president mag niet voor het oog van de wereld zijn inlichtingendiensten in twijfel trekken. Het beeld van Trump naast boeman Poetin raakte een zenuw bij het grote publiek en verenigde Democraten en Republikeinen in Washington. Trump moest achteruit.

Deze storm van verontwaardiging toont grenzen voor het buitenlandpolitieke handelen van de Amerikaanse president, maar biedt Europa geen soelaas. De terechtwijzing volgde niet op een teveel maar op een tekort aan ‘America First’. Bovendien laten Trumps anti-Europese acties het Amerikaanse publiek koud. Ook nu hij steeds verder gaat. Vorige week viel hij Duitsland op de NAVO-top hard aan en torpedeerde hij Mays Brexit-strategie, met lof voor haar rivaal Boris Johnson. Trump lijkt meer uit op regime change in Berlijn en Londen dan in Moskou of Pyongyang, aldus een Politico-commentator.

Toen Trump twee maanden geleden het kernakkoord met Iran opblies en een handelsoorlog tegen de EU inzette zei Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad: „Met zulke vrienden hebben we geen vijanden meer nodig.” In Den Haag en elders reageerde men besmuikt: „Nou nou, tuttut, wel erg scherp.” Premier Rutte recent, op zijn wegwuiftoon voor lastige uitspraken van coalitiepartners: „Donald Tusk kiest zijn eigen woorden.”

Inmiddels kiest Trump dezelfde woorden. Aan de vooravond van de top in Helsinki vroeg een CBS-journalist hem wie Amerika’s vijand (foe) is. Inkoppertje om over Poetin te beginnen. Maar Trump zei: „De Europese Unie is een vijand, wat ze ons in handel aandoen; je zou niet meteen aan de Europese Unie denken maar ze zijn de vijand. En natuurlijk China, en Rusland.” Daarna zei hij: „Maar dat betekent niet dat ze slecht (bad) zijn.”

Dat laatste zinnetje is geen Trumpiaanse wartaal of zigzaggende zelfcorrectie. Het onthult het realpolitieke wereldbeeld van de president. Een politieke vijand hoeft niet moreel slecht te zijn, zoals hij ook niet per se lelijk hoeft te zijn; hij valt in een politieke categorie, geen morele of esthetische. In Het begrip politiek (1932) – een intelligent maar vanwege de nazisympathie van de auteur controversieel boek – wees de Duitse politiek denker Carl Schmitt erop dat het Latijn twee woorden voor vijand kent: hostis, de publieke vijand, tegen wie je als land oorlog zou kunnen voeren (‘foe’); en inimicus, een vijand in het persoonlijke leven, de niet-vriend (‘enemy’). Schmitt: „De vijand in politieke zin hoeft men niet persoonlijk te haten.” De christelijke leefregel ‘Hebt uw vijanden lief’ slaat dus op de private vijand, niet de publieke.

Dit onderscheid is echter uit onze taal en ervaring weggevallen; de meeste Europese talen hebben maar één woord. Ook het rijkere Engels voelt het verschil tussen foe en enemy niet meer aan. Trump kennelijk wel. Hij ziet Europa, Rusland en China als politieke en economische vijanden van Amerika. Terug te drijven binnen hun grenzen, waar nodig met oorlog (in ons geval: handelsoorlog). Maar hij ziet – in tegenstelling tot wat de Amerikaanse publieke opinie van hem verwacht – Vladimir Poetin niet als persoonlijke vijand, noch als duivel die moet worden vernietigd. De Rus is voor hem een tegenspeler op het toneel, met wie hij even goed een deal kan sluiten als een oorlog beginnen. Zo beziet hij, met iets minder respect, ook de leiders van Europa.

Zijn zij en wij in staat zo terug te kijken? Los van de morele verontwaardiging, Trump te nemen voor wat hij is, politieke tegenstander? Hoog tijd.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).
    • Luuk van Middelaar