Mel Kroon is trots op de wintrack-masten, hier in Nieuw-Vennep, met een smaller magneetveld dan gewone masten.

Foto Roger Cremers

‘Straks ben jij als burger je eigen energiebedrijf’

Afscheidsinterview Net nu elektriciteit spannender is dan ooit, vertrekt de man die staatsbedrijf Tennet groot maakte. Mel Kroon lijfde een groot deel van het Duitse stroomnet in.

Elektriciteit was een ander vak in 2002. Er stonden nul windmolens in de Nederlandse Noordzee. Zonnepanelen waren dure dingen voor enthousiastelingen. Bijna alle stroom kwam van centrales die draaiden op aardgas of steenkool.

En die fossiele elektriciteit ging naar de gebruikers – steden, dorpen, fabrieken – via de hoogspanningsmasten van Tennet, dat verantwoordelijk is voor het Nederlandse hoofd-elektriciteitsnet. 2002 was het jaar waarin Mel Kroon (1957) aantrad als bestuursvoorzitter. Tennet, dat geheel in handen is van de overheid, bracht stroom van A naar B. Niet voor niks schrijft het bedrijf zijn eigen naam als TenneT. Zie die letters: mast, kabel, mast.

Nu is het 2018 en is de Nederlandse stroomvoorziening snel aan het veranderen. 12 procent van de stroom komt van zon en wind. In 2030 is dat maar liefst 70 procent, voorzien de onderhandelaars voor het Klimaatakkoord in hun plannen die zij vorige week presenteerden.

Stroom gaat dan niet meer kalm van A naar B. Woningen, windmolens, auto-accu’s, fabrieken: alles en iedereen wordt onderdeel van een veerkrachtig netwerk waar elektriciteit in- en uitvloeit op het ritme van wind en zonneschijn. „We gaan naar een wereld waarin jij als burger je eigen energiebedrijf bent”, zegt Mel Kroon.

En net nu elektriciteit spannender wordt dan ooit, vertrekt de man die Tennet groot maakte.

Zijn opvolger Manon van Beek, nu baas van organisatieadviesbureau Accenture, treft op 1 september een heel ander Tennet aan dan toen Mel Kroon aantrad. Onder Kroons leiding groeide Tennet stormachtig, met als grootste stap de overname in 2010 van een groot deel van het Duitse stroomnet.

Drie maanden onderhandelde ‘de polder’ over de invulling van het Klimaatakkoord. Toch blijven er nog veel vragen onbeantwoord. Lees ook: De hete aardappels staan nog op tafel

In 2002 had het staatsbedrijf een half miljard aan bezittingen in Nederland. Van Beek erft nu een van de grootste netbeheerders van Europa, dat zo groot is als een serieus AEX-fonds, met 21 miljard op de balans, 4.000 werknemers en een jaaromzet van 3,9 miljard euro. Een bedrijf dat wel 80 procent van die omzet in Duitsland haalt. „Ik had niet verwacht dat het zo’n avonturenreis zou zijn”, zo begint Kroon het afscheidsinterview als zijn latte macchiato op tafel staat.

Hebben we over zestien jaar geen elektriciteitscentrales meer?

„Pin me er niet op vast, maar dat is wel de trend. We hebben het geluk dat we aan de Noordzee zitten. Als het lukt om daar windparken, natuur en visserij te combineren, hebben we op de Noordzee een gigantische bron van energie. Dan kom je op een punt dat je al die stroom zelfs niet meer kwijt kan.”

Hoge pieken, diepe dalen, legt Kroon uit: dat is de toekomst van de elektriciteitsopwekking met zon en wind. Het aanbod van wind en zon wordt bepaald door de natuur, en toch moet het stroomnet in balans blijven. „Zorgen dat vraag en aanbod iedere seconde afgestemd worden. Dat is de kerntaak van de netbeheerder.”

Waarmee Kroon weer terug is bij de vraag. „Dus hebben we dan geen centrales meer? Niet in de huidige vorm, en niet met de huidige uitstoot. Maar we hebben dan waarschijnlijk nog wel centrales nodig als back-up, om ons te helpen in het ‘elfstedenscenario’. In Duitsland noemen ze dat de Dunkelflaute. Winter, windstil, koud, mager zonnetje, en dat drie weken lang. Dan heb je ook elektriciteit nodig. En zulke lange periodes kun je niet overbruggen met batterijen.”

Een tekort aan stroom kan dus een probleem zijn, maar een overschot toch niet? De vraag naar elektriciteit groeit.

„Zelfs als de industrie gaat ‘elektrificeren’ – zoals gasgestookte boilers vervangen door elektrische – en er veel elektrische auto’s komen, heb je op een gegeven moment te veel elektriciteit, vanwege al die windparken op de Noordzee. Daarom is het essentieel dat we de vraag naar elektriciteit gaan stimuleren.

„Mijn ultieme scenario is dat we de windmolens inzetten om met elektriciteit ‘groene waterstof’ te maken [uit water, red.]. En van die waterstof maken we dan synthetische kerosine. Dan kun je de luchtvaart duurzaam laten vliegen. Technisch kan het. Niet morgen, en misschien ook niet over tien jaar, maar dit is waar het heen gaat.”

In die plannen staat ook dat het moeilijk wordt om al die windparken aan te sluiten op het elektriciteitsnet.

„Tot 2023 komen er vijf grote parken bij. Voor 2023 tot 2030 ligt er sinds dit voorjaar de Routekaart Windenergie op Zee, voor nog zeker dubbel zoveel windenergie. Daarmee kunnen we een redelijk deel van de huidige vraag bedienen.

„Maar daarna zien we geen ruimte meer in het net: we hebben dan niet genoeg capaciteit aan de kust om de windparken aan te sluiten. Dus moeten we het slimmer doen. Door energie op te slaan. Door directe verbindingen aan te leggen met de industriegebieden in het Ruhrgebied, wellicht. En door waterstof te maken.

„We moeten er ook rekening mee houden dat in 2025 de Belgische kerncentrales sluiten. België heeft op zijn eigen Noordzee te weinig ruimte voor windparken. Moeten we niet samen met België een deel van onze Noordzee ontwikkelen?

Wordt met die ontwikkelingen al voldoende rekening gehouden?

„Nee, en daarom is het goed dat we het nu signaleren. Het gaat pas spelen ná 2030. Ik zie u opgelucht kijken, maar in onze ogen is dat morgen.”

En al die investeringen moeten nu gedaan worden.

„Precies.”

Tennet voorzag begin dit jaar al 28 miljard euro aan nodige investeringen tot 2030. Blijft het daarbij?

„De investeringen voor de Routekaart wind op zee zitten daar nog niet bij, want we weten pas sinds maart waar die windparken komen te liggen. Zoals ‘IJmuiden Ver’ – dat is, de naam zegt het, verder weg. Dat maakt het stroomtransport duurder. En je wilt dan misschien ook wel een faciliteit om waterstof te produceren. En een connectie met het Britse deel van de Noordzee, want dat ligt maar 30 kilometer verderop.”

Enig idee hoeveel dat gaat kosten?

„Nee. Nou, jawel, maar ik ga het u niet vertellen. Om een idee te geven: het aansluiten van die 3,5 gigawatt aan windmolens op zee tot 2023 kost al 2 miljard euro.”

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) schreef in maart een brief aan de Tweede Kamer over de 28 miljard euro aan investeringen die Tennet nodig acht in Nederland en Duitsland. Hoekstra meldde dat hij de Kamer voor de zomer zou informeren over „de mogelijke gevolgen voor de belastingbetaler”. Die informatie kwam nog niet.

Moet de belastingbetaler zich zorgen maken?

„Die moet wel rekening houden met kosten, en dat is breder dan Tennet. We hebben een net, we moeten naar een ander net dat past in een totaal nieuw energiesysteem. Daarbij komt dat we ook nog een tijdje wind- en zonne-energie moeten subsidiëren. Dat kost geld. Niet blijvend, maar het kost wel geld.”

Het beheren van een elektriciteitsnet wordt ook spannender. Waarom stopt u?

„Dat is een gewetensvraag. Ik vertrek met pijn in het hart. Maar ik zei altijd tegen mijn personeel: na een jaar of acht is het goed om iets anders te gaan doen. Ik zet liever zelf die stap, dan dat iemand anders zegt dat mijn muziek eentonig begint te worden.”

Wat is in uw jaren als topman uw grootste zorg geweest?

„De periode waarin we het net in Duitsland kochten. Vrij snel daarna besloot kanselier Merkel om alle hindernissen weg te halen voor de bouw van windparken op zee. De een na de andere bouwer stak zijn vinger op, en wij werden verplicht om al die windparken aan te sluiten. We moesten gelijkstroom-converters bouwen: enorme dozen op palen in zee, die nergens nog gebouwd waren. Ze kosten 1 à 1,5 miljard euro per stuk, en wij deden drie van die projecten tegelijk.

„De bouwers hadden ook geen ervaring. Het is voorgekomen dat een partij tijdens de bouw ontdekte dat het platform twee keer zo groot moest zijn. En de Duitse autoriteiten hadden nooit zo’n platform gecertificeerd. Het helikopterdek, de blusvoorziening… Na de geplande dertig maanden waren ze niet af. Het werd niet door ons veroorzaakt, maar we werden er wel op aangekeken. Wij waren de partij die de Energiewende tegenhield. Inmiddels staan die dozen er en zijn we weer een goede gesprekspartner.”

Is de aankoop van het Duitse net wel de moeite waard geweest?

„Vanuit Nederlands perspectief hebben we de onderneming [de Duitse netbeheerder Transpower, red.] op een goed moment kunnen kopen. Er is een enorme hoeveelheid waarde gecreëerd. En voor duurzame energie is het ook belangrijk. Als het in Haarlem waait, waait het niet per se in Hannover. Dus moet je stroomverbindingen over lange afstand creëren. Je moet één net zijn over grenzen heen. Daarvoor moet je één bedrijf zijn.”

Tot slot: wat vóelt u als u aan de komende dertig jaar denkt?

„Ik ben superpositief over alle technische ontwikkelingen. Ik vind het ontzettend leuk.”

Dan stelt Kroons woordvoerder hem een vraag. Of hij geen onbehaaglijk gevoel heeft bij de toekomst? Jawel, zegt Kroon. „Ik vind het een intellectuele uitdaging hoe we ervoor zorgen dat het elektriciteitsnet betrouwbaar blijft in dat ‘elfstedentochtscenario’, in koude weken zonder wind of zon.”

En of die Elfstedentocht nog komt die u ooit nog wil rijden?

„Ja, ik ben pas schaats-enthousiast geworden na 1997. En nu… Is het het klimaat?”

Zet u vraagtekens bij het bestaan van klimaatverandering?

„Nee, persoonlijk heb ik daarover geen enkele twijfel. Maar Tennet probeert een neutrale rol te houden. Vandaar is mijn benadering: het kan waar zijn, of het kan niet waar zijn. Maar stel dat je nu niets doet, en klimaatverandering blijkt werkelijkheid – en wat mij betreft is die kans veel groter – dan hebben we een totale ramp. Dus ook al heb je twijfels, dan moet je altijd aan de slag.”

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle