‘Droogte dreigt ramp te worden’ - de zomer van 1976 was nóg erger

Droogte 2018 is hard op weg het droogste jaar ooit te worden – sinds dat wordt gemeten. Terugblik op de huidig recordhouder: 1976. ‘Eén persoon had pijnlijke ervaringen bij de masseur.’

IJsjes etende Nederlanders in juli 1976. Foto Rob Mieremet/Nationaal Archief

Lente 1976. De natuur is van slag. Na een koude en zeer droge winter ontstaan er in maart al bos- en heidebranden. En daar blijft het niet bij.

De weerman van De Leeuwarder Courant noteert op 24 maart: „De grote droogte van de lucht met relatieve vochtigheidsgraad enkele dagen achtereen tussen 30 en 40 procent, heeft aanleiding gegeven tot [...] bliksemontladingen op zeer kleine schaal. Door ophoping van statische elektriciteit, onder meer in radiatoren van de centrale verwarming, sprong bij aanraking een flinke vonk over, die pijn deed en schrik veroorzaakte. Wij hoorden hierover iets uit Lippenhuizen. Elders in het Noorden gebeurde hetzelfde met een stencilmachine. Eén persoon had pijnlijke ervaringen bij de masseur. Zijn er lezers, die iets dergelijks hebben waargenomen, dan horen wij dat graag.”

Wat de meteoroloog en zijn geschokte lezers op dat moment nog niet weten, is dat ze aan het begin staan van een heel jaar door het weer veroorzaakte overlast.

360 millimeter

Het jaar 1976 is nog altijd het droogste jaar uit de Nederlandse geschiedenis – sinds men dit in 1735 begon te meten aan de hand van het ‘neerslagtekort’: gevallen regen minus verdamping. Die verdamping gebeurt via planten. De wortels onttrekken water aan de bodem en de bladeren geven vocht af. Hoe warmer, zonniger en winderiger, hoe meer water verdwijnt.

Aan het eind van 1976 bedroeg het neerslagtekort maar liefst 360 millimeter. Deze week liep het op tot 230 millimeter, waarmee 2018 in de race is om het record te verbreken – al moet ook augustus daarvoor een zeer droge maand zijn.

Deze week volgden de droogteberichten elkaar in hoog tempo op. In Twente troffen wandelaars spartelende vissen aan in opgedroogde beken. In Sittard-Geleen zouden ratten het riool uitkomen op zoek naar voedsel en water. ‘Code geel’ geldt wegens „dreigend watertekort”.

Welke gevolgen waren er in 1976 en hoe reageerde Nederland toen? Een duik in het krantenarchief.

Fikkies stoken

In 1976 verschijnen er zo’n 2.500 krantenartikelen over de droogte. In het begin zijn het vooral de boeren die zich druk maken, maar al snel beginnen ook gewone burgers te klagen. De droogte treft de Nederlander daar waar het ’t meeste pijn doet: in de portemonnee. Zaken als groenten en fruit – maar ook wormpjes voor aan de vishengel! – worden aanzienlijk duurder.

Een boer in Harmelen (boven) kreeg in juli 1976 een motorspuit van het leger om zijn land te bewateren.Foto Dick Coersen/ANP

De eerste aandacht van de media gaat uit naar natuurbranden. Kinderen in de jaren zeventig stoken opvallend veel fikkies: de brandweer moet soms zes keer op een dag uitrukken om aangestoken brandjes te blussen. Maar niet alleen de jeugd gaat onverantwoordelijk om met vuur. Het Dagblad van het Noorden bericht op 9 april op de voorpagina over majoor W. ten N. die een stuk hei heeft afgebrand voor zijn zweefvliegclub, terwijl de brandweer dit nog zo had verboden. W. moet misschien voor de krijgsraad verschijnen, maar zijn overste A. Wouters toont zich desgevraagd weinig onder de indruk. Het zou slechts om „een miezerig stukje hei” gaan. De krijgsraad kan zich beter met belangrijke zaken bezighouden, vindt hij.

Eind april dringt de ernst van de situatie langzaam door. ‘Droogte dreigt ramp te worden’, kopt het Limburgs Dagblad op 30 april. „Als het binnen een week niet behoorlijk gaat regenen,” schrijft de redactie Economie, „dreigt er een financiële ramp voor de land- en tuinbouw. Bovendien: de prijzen van de verse groenten zullen de komende maanden dan zeer hoog blijven en het risico is aanwezig dat de aardappeloogst, evenals vorig jaar, lager ligt dan normaal.” Dagblad De Waarheid observeert op 3 mei dat op de Veluwe „het grote sterven” van de jonge aanwas is begonnen.

‘Luchtverkenners’ helpen de brandweer om snel ter plaatse te zijn bij natuurbranden. Lees ook: Vanuit een Cessna over de Veluwe waken

Loslopende koe

De zo gewenste regen blijft uit. Daarbij gaat begin mei de kou meteen over in grote hitte. Nog nooit is het in Nederland zo vroeg in het jaar zó warm geweest.

De al wat oudere flora kan met haar wortels nog op zoek naar dieper gelegen grondwater – hoewel de stand daarvan al een meter lager is dan normaal – maar dieren komen door gebrek aan drinkwater in de problemen. ‘Hulpacties op gang voor dorstende natuur’ kopt NRC Handelsblad al op 8 mei op de voorpagina. De brandweer uit Ede vult drooggevallen vennen op de Hoge Veluwe met vele tienduizenden liters water voor de zevenhonderd herten, reeën, moeflons en wilde zwijnen.

Andere dieren moeten zelf op zoek naar water. De Leeuwarder Courant meldt een aantal keer dat rundvee uit een weiland is ontsnapt op zoek naar vocht. „Een bromfietser werd lichtgewond, toen hij met zijn brommer tegen een loslopende koe aanbotste”, valt op 12 juli te lezen.

De droogte leidt in de zomer inderdaad tot sterk gestegen prijzen van groente en fruit. De Waarheid ziet hierin, geheel conform de communistische signatuur, ook de hand van speculanten. Een journalist doet uitvoerig verslag vanuit een groentewinkel. „Het is een opgewonden toestand en de groenteman die met zijn vrouw al achter de toonbank staat, maakt wanhopige gebaren. [...] ‘Ik durf op de markt niet eens meer groente in te kopen, zo duur. Dat raak ik nooit meer kwijt in deze buurt. Wie kan er nou in hemelsnaam vijf gulden voor een pondje sperciebonen betalen. Moet ik ze soms per stuk verkopen?’ ‘Komt door de droogte’, zegt iemand voor de toonbank. ‘Me zolen, als het niet de droogte is, dan is het de nattigheid wel of de kou, of de hitte, maar ze hebben altijd wel wat om de prijzen de hoogte in te jagen.’

Een Zeeuwse boer uit Kloetinge in juni 1976.Foto Henk Busman/ANP

„De groenteman legt uit dat het allemaal door de export komt, die de groothandelaren meer winst oplevert dan de verkoop in eigen land. ‘Ze zeggen gewoon, als ik die prijs in Duitsland kan krijgen, nou, dan moet die juffrouw hier in de winkel het er ook maar voor over hebben.’”

Onderzoek van De Telegraaf op 31 juli bevestigt dat er grote prijsverschillen zijn ontstaan. „Een kilo tomaten kostte gisteren op de Bos en Lommermarkt in Amsterdam ƒ 2,25. Op de markt aan het Visserijplein in Rotterdam ongeveer de helft.”

Joop den Uyl

In het najaar eist vakcentrale FNV een toeslag van veertig gulden per maand om de gestegen kosten van het levensonderhoud te compenseren. De werkgevers willen er niets van weten en premier Joop den Uyl (PvdA) weigert in te grijpen in het prijspeil. De regering komt wel de getroffen boeren te hulp. De totale schade aan de land- en tuinbouw wordt geschat op twee miljard gulden (gecorrigeerd voor tussentijdse inflatie zou dit nu ongeveer 2,49 miljard euro zijn). Boeren die de tegenslag niet kunnen verwerken, hebben recht op bijstand.

Eind september beginnen de prijzen bij te trekken en wordt ook het weer langzaam een beetje ‘normaal’. In december publiceert het KNMI een rapport waarin het uitzonderlijk droge jaar van alle kanten wordt belicht. De kans dat het ooit nog een keer zó droog zal worden, is bijzonder klein, berekenen de meteorologen in De Bilt: ongeveer 0,3 procent. Dat betekent dat een jaar als 1976 zich statistisch gezien pas over drie eeuwen weer zou voordoen.

De auteurs voegen tussen haakjes één clausule toe aan hun voorspelling: „tenzij het klimaat verandert”.

Lees verder: 42 graden in Nederland? Die kans is klein, zegt deze weerman
    • Bart Funnekotter