Verpleegkundigen gaan met schuldgevoel op vakantie

Zorg Het tekort aan verpleegkundigen is groot. Er worden daarom krachten uit Zuid-Europa gehaald. Tegelijk zijn de werkgevers weinig flexibel.

Janine ter Reehorst (37) raakte anderhalf jaar geleden in scheiding met haar man. Haar baan als gespecialiseerd verpleegkundige was niet meer vol te houden. Ziekenhuizen, wijkverpleging, „ze eisen allemaal dat je minimaal 24 uur per week werkt én avond- en nachtdiensten draait”. Haar kinderen zijn 11 en 12 jaar. „Ik moet er voor ze zijn”, zegt ze. Ze wonen acht van de veertien dagen bij haar en zes dagen bij haar ex.

Ter Reehorst heeft de verpleging verlaten. Ze ging werken als triagist (die het eerste verhaal van patiënten duidt) bij een huisartsenpost. Daar mocht ze zestien uur per week werken, op avonden die zíj uitkoos. Nu wordt ze doktersassistent, zestien uur in de week. Voortaan hoeft ze alleen maar overdag te werken. Dat is fijn, al verdient ze dan minder. En eigenlijk vindt ze het erg want ze houdt van de verpleging. „Maar ziekenhuizen en wijkverpleging zijn erg inflexibel. Ze willen iemand niet voor maar twee dagen per week.”

Duizenden verpleegkundigen en verzorgenden, zoals Janine ter Reehorst, verlieten vorig jaar hun functie. De een vindt de onregelmatige diensten te zwaar, de ander het loon te laag of de carrièreperspectieven te klein.

Verpleegkundige Caren Kunst (59) coacht verpleegkundigen in twee verpleeghuizen. Ook haar vriendenkring telt veel verpleegkundigen. „De werkdruk is hoog, ik hoor iedereen erover. Het ziekteverzuim ook en daardoor weer de werkdruk voor anderen. In de zomer helemaal – door vakanties – dat is elk jaar zo. Maar er zijn nu ook overal vacatures die niet worden ingevuld. Mijn vriendinnen en ik hadden het er laatst over dat we ons schuldig voelen dat we vakantie hebben omdat de rest dan zo hard moet werken.”

Bovendien neemt de vraag naar zorg op de lange termijn toe: de bevolking vergrijst, medici kunnen steeds meer en mensen verwachten gemiddeld ook meer dan vroeger.

Het tekort aan verpleegkundigen en verzorgenden is dan ook groot. Volgens het ministerie van VWS en vakverenigingen moeten er de komende zeven jaar 125.000 nieuwe collega’s bijkomen. Vorige week sloten vier operatiekamers in het Groningse UMCG – te weinig gespecialiseerde verpleegkundigen. Een week eerder sloot de kinder-ic van het VUmc in Amsterdam om dezelfde reden. Veel ziekenhuizen moeten regelmatig bedden ‘sluiten’ omdat ze te weinig handen aan het bed hebben. De verpleegkundigen díé er zijn, moeten extra hard werken.

Het tekort sluimert al lang. Er gold tot een paar weken geleden een studentenstop bij de zeventien hbo’s die verpleegkundigen opleiden. De scholen konden namelijk geen stageplaatsen vinden voor hun studenten. Tegelijk hadden verpleeghuizen en de wijkverpleging geen geld om nieuw personeel aan te nemen. Sinds vorig jaar wel, in elk geval in de ouderenzorg. Die heeft twee miljard euro gekregen van het nieuwe kabinet.

Lees ook: Ook het onderwijs kampt met grote tekorten. Hoe lossen ze het daar op?

Nederlands leren via Skype

Dát bood de Spaanse Gaby Ichaso (24) een uitgelezen kans. Een slimme, opgeruimde verpleegkundige uit Alicante. Universitair geschoold, zoals alle Spaanse verpleegkundigen, maar zonder zicht op een baan in haar land. Ze leerde via Skype in drie maanden Nederlands en werkt sinds een jaar in de thuiszorg in Haarlem-Noord.

Haar Nederlands is met sprongen vooruit gegaan en ze heeft een contract bij Zorgbalans. 32 uur per week, en vaak langer, fietst ze rond – „ik viel een paar keer van de fiets” – van adres naar adres. Ouderen met suikerziekte, kankerpatiënten, dialysepatiënten, mensen die hulp nodig hebben bij het aantrekken van steunkousen. „Ik doe alles”, zegt ze blij. „Zulke lieve mensen.”

De eerste keren dat ze bij patiënten kwam, zonder begeleiding, moest ze snel op haar telefoon woorden opzoeken in Google Translate. „Misselijk? Ah, nausea. Duizelig? Mareado, in het Spaans. In het begin was ik zo bang dat ik een patiënt niet goed zou begrijpen en helpen. Of instructies van de huisarts niet goed zou opvolgen.”

Niet aan te slepen

Zoals Ichaso zijn er afgelopen jaar honderd Spaanse en Italiaanse verpleegkundigen in Nederland komen werken. Drie maanden lang leren ze Nederlands op kosten van het bedrijf dat hen hier naartoe haalt uit Zuid-Europa: European Multi Talent Group (EMTG). Dit bedrijf haalt er dit jaar nog zestig en volgend jaar vierhonderd naar Nederland.

Ze verdienen hier beter dan in Spanje, Italië en Portugal. Gaby: „Het leven is hier ook wel duurder hoor. De supermarkt, het terras, de huur.” Maar waar Nederlandse verpleegkundigen de grotere steden steeds vaker mijden omdat de huizen voor hen onbetaalbaar zijn, wonen de Spaanse verpleegkundigen met zijn tweeën of drieën in één woning. „Samen met Antonio, een Italiaanse verpleegkundige, betaal ik 1.260 euro huur hier in Haarlem.”

Via Facebook heeft ze Spaanse kennissen in Haarlem opgedaan. Met andere verpleegkundigen gaat ze stappen in Amsterdam. Ze is van plan om een masteropleiding te gaan volgen aan een Nederlandse universiteit.

De meeste jonge verpleegkundigen die naar Nederland komen, zijn echt van plan hier te blijven, zegt Arnold Smeink, directeur en oprichter van EMTG. „Wij begeleiden ze op taalkundig, sociaal en professioneel gebied.” De eerste vijftien maanden zijn ze bij EMTG in dienst en daarna bij de zorginstelling. Het bedrijf levert aan thuiszorginstellingen, verpleeghuizen en ziekenhuizen.

De taal beheersen is essentieel in de zorg. Gaby Ichaso merkt dat nog steeds. Als ze de huisartsenpost belt, voor een spoedvraag over een patiënt, schrijft ze alles precies op wat er wordt gezegd. Daarna herleest ze het en belt ze nog een keer als ze het niet volledig heeft begrepen. „Ik wil me niet vergissen.” Het is wel eens lastig, zegt ze, want de overbelaste huisartsenpost wil ze ook niet te veel bellen. „Maar ik móét het zeker weten.”

    • Frederiek Weeda