Recensie

Naar de wereld van ‘Nevermoor’ wil je wel terug

Kinderboek Jessica Townsend heeft voor haar groots opgezette kinderfantasyserie heel goed gekeken naar hoe J.K. Rowling dat doet. Vooral de vaart en de humor maken dat haar debuut Nevermoor nieuwsgierig maakt naar meer.

Je voelt het al aan, als je even op weg bent in Nevermoor: dit boek kun je wel uitlezen, maar afgelopen is het dan nog niet. En spiek maar even op bladzijde 380, inderdaad staat daar ‘WORDT VERVOLGD…’ Dat zat erin: in het boekentijdperk na meerdelige-seriesuccessen als Harry Potter en De Hongerspelen is het vrijwel uitgesloten dat je nog een groots opgezette fantasiewereld betreedt zonder dat je na bezoek dient terug te komen. Zo ook bij een serie van de Australische debutant Jessica Townsend (1985), die, zo zei ze in een interview, in elk geval drie delen gaat krijgen, maar het zouden er ook negen kunnen worden.

Dat is maar een béétje erg. Je betrapt jezelf er vooral op dat je hoopt dat er een bevredigend einde aan Nevermoor zit (en dat zit er), dat je niet met een grote kluwen van onafgehechte lijntjes blijft zitten (en dat word je wél – maar er worden er ook genoeg afgehecht). In feite is die hoop natuurlijk een kwaliteit van het boek: Townsend weet je namelijk echt te grijpen, te interesseren en engageren, waardoor je werkelijk benieuwd bent naar hoe het allemaal in elkaar steekt, met de 11-jarige hoofdpersoon Morrigan Crow, haar verborgen magische talent en de semi-magische wereld waarin zij leeft. En wat nou de precieze betekenis is van het Wondergenootschap waar ze bij wil horen – de wedstrijd die de toetreding daartoe is, vormt de plot van Nevermoor.

Morrigans dood

Townsend begint het verhaal ronduit heerlijk: met de aankondiging van Morrigans dood en daarna de ontrafeling van de situatie waarin zij verkeert. Daarmee staat het spannende en wonderlijke verhaal meteen, en is Morrigan een personage dat je iets kan schelen. Het tragische meisje is ‘vervloekt’ en zodoende landelijk bekend als ongeluksbrenger voor alles en iedereen en daarom verheugt men zich ook op de verlossing, het aanbreken van de Avondstond – een soort magisch nieuwjaar, waarna alle seizoenen opnieuw beginnen. Dan zal Morrigan komen te overlijden.

Maar dat gebeurt niet, dankzij de komst van het enigszins Rubeus Hagrid-achtige en enigszins Albus Perkamentus-achtige personage Jupiter Noord. Hij neemt haar mee naar een ander deel van het land, Nevermoor, en wordt haar ‘begunstiger’, waardoor ze kan deelnemen aan de wedstrijd om een plek in het Wondergenootschap. Je zou kunnen zeggen: een soort Toverschooltoernooi. Ze blijven trouwens opduiken, de personages, verhaalwendingen en toverachtigheden die ontleend lijken aan J.K. Rowling. Die variëren van Jupiter Noords Zweinsteinachtige kasteel dat Hotel Decaleon heet en een Kerstmis-hoofdstuk dat een Zwerkbalachtige actie-opwinding losmaakt, tot een magisch reissysteem à la Brandstof dat de Netwerklijn heet, en de overkoepelende metaplot die Harry Potters strijd tegen Voldemort weerspiegelt. Morrigan is verwikkeld, zo blijkt tegen het einde, in een grote strijd tussen Goed en Kwaad.

Humor en vaart

Dat voelt aanvankelijk als een minpunt van Nevermoor: het Potter-sjabloon schemert er nog wel érg zichtbaar doorheen. Maar die bezwaren zijn uiteindelijk niet doorslaggevend, want de voornaamste lessen die Townsend uit Harry Potter trok zijn de toon en opbouw van haar verhaal. Net als Rowling neemt ze de fantasiewereld die ze uitdokterde volkomen serieus, terwijl ze ook met veel humor en merkbaar plezier schrijft – en ze verzandt zelden in taaie uitleg. Integendeel: veel blijft onuitgelegd, en ondertussen jakkert het verhaal vrolijk voort, zodat je bij de les blijft.

Die humor, die vaart en die grote greep en ambitie, die toch niet leiden tot een topzwaar verhaal – die kwaliteiten bepalen uiteindelijk de meeslepende leeservaring die Nevermoor is. En die maken dat Jessica Townsend zich voegt in het rijtje van de Britse schrijfster Diana Wynne Jones (van de onvolprezen Chrestomanci-reeks uit de jaren negentig) en de Duitse schrijfster Kerstin Gier (van de Edelsteentrilogie, die enkele jaren na Potter kwam). Oftewel: de auteurs die met hun jeugdboeken nog het dichtst in de buurt komen van het tamelijk onbereikbare genie van J.K. Rowling. Op de vervolgboeken – waarmee Townsend hopgelijk gaatbewijzen dat ze meer kan dan variëren op Rowlings voorbeeld – verheug ik me zeer.

    • Thomas de Veen