Haarlemse Honkbalweek: met een volle koelbox achter het eerste honk

Honkbalweek Haarlem

De profvoetballers gingen failliet, de basketbalweek verdween. Maar ondanks 60.000 euro tekort behield Haarlem zijn Honkbalweek. „Hier mag het zomers niet stil zijn.”

Het publiek op de tribunes in het Pim Mulierstadion volgt een geslagen bal. Foto Bastiaan Heus

De tribunes van het uitverkochte Pim Mulierstadion in Haarlem zijn deze woensdagavond alleen even stil als het Japanse volkslied klinkt. Als de hymne stopt mag de ambassadeur van Japan de eerste pitch van de avond gooien - een keurig boogje naar de catcher. Hiroshi Inomata maakt een buiging. Luid applaus van het Haarlemse honkbalpubliek.

Feest op de tribune, goed honkbal op het veld. Dat is de Honkbalweek in Haarlem. Als het publiek opspringt voor een hit worden de talloze koelboxen en boodschappentassen zichtbaar. Eigen eten en drinken meenemen mag hier, het is de charme van de sportweek die sinds 1961 in Haarlem wordt gehouden. Charme die de stad bijna was kwijtgeraakt.

Bijna. Want na de basketbalweek, de cricketdagen, een honkbalclub op het hoogste niveau en het faillissement van de profvoetbalclub leek Haarlem in 2016 opnieuw een sportevenement te verliezen. Weg honkbalfeest, weg aanzien van de sportstad - of wat daar nog van over was.

In 2016, na de vorige editie van wat toen nog de Haarlemse Honkbalweek heette, trok het bestuur achter het evenement zich terug wegens een gat in de begroting. 60.000 euro, zo’n tien procent van het totale budget.

Met zoveel krapte viel er geen eer meer te behalen, vond de Stichting Haarlemse Honkbalweek. Bij de edities van 2012 en 2014 werden al reserves aangewend. De hoop werd gevestigd op nog één goede editie. Dat zou de begroting er weer bovenop helpen. Maar in 2016 kon het niet langer. Na 29 edities in 55 jaar leek de laatste Honkbalweek te zijn gespeeld.

Haalbaarheidscomité

Haarlem zonder Honkbalweek, dat kon toch niet? Negen honkballiefhebbers uit voornamelijk Haarlem gaan begin 2017 met de lokale politiek op zoek naar een oplossing. De Haarlemse sportwethouder Merijn Snoek (CDA) is nauw betrokken en vraagt zich af waar er nog kansen liggen. Is een doorstart reëel? Zo ontstaat het ‘haalbaarheidscomité’, geleid door Henk Uildriks, een outsider met - naar eigen zeggen - „een goed Haarlems netwerk, maar een minder honkbalnetwerk”.

Honkbal is geliefd in Haarlem, getuige de vele clubs in de regio. Dat ziet ook wethouder Snoek, van origine zelf geen Haarlemmer. Hij had zich bij zijn aanstelling in 2014 al verbaasd over het aandeel van de honk- en softbalclubs in zijn gemeente. „Maar die sportverenigingen hebben het moeilijk, jongeren haken steeds eerder af. Dit evenement is essentieel om die verenigingen draaiende te houden.” Los van het feest, motiveert het ook om te gaan honkballen. „En: je kunt aan je kinderen, met je koelbox, laten zien hoe het vroeger ging. Dat wil je graag overbrengen.”

Om dat gevoel over te brengen, was ook de hulp van de bond nodig. De Koninklijke Nederlandse Base- en Softbalbond was bij eerdere edities nauwelijks betrokken. Daarom is nu algemeen directeur Bart Volkerijk namens de KNBSB afgevaardigd in het stichtingsbestuur van de Honkbalweek. „Dit toernooi is een visitekaartje voor de honkbalsport in Nederland”, zegt Uildriks. „Dat de bond daar niet bij betrokken was, kon natuurlijk niet. Bovendien heeft de KNBSB alle internationale contacten.”

Bij het derde honk wordt in de achtste inning steevast De Vlieger van André Hazes ingezet. Foto Bastiaan Heus

Dezelfde cateraar, dezelfde prijs

De structuur van de oude stichting bleek een volgend obstakel. In het verleden kende Haarlem een Stichting Sportinitatieven die verantwoordelijk was voor de diverse sportweken. Die organiseerde de evenementen zelf. Maar de Stichting Haarlemse Honkbalweek deed dat niet. Zij besteedde de organisatie van het evenement uit aan derden. „Dan heb je geen zicht meer op de uitgaven”, zegt Uildriks. Weg was de grip op de kosten.

Ruim zes maanden werkte het haalbaarheidscomité aan een nieuwe Haarlemse Honkbalweek. Een nieuwe stichting werd opgericht, die zelf de organisatie op zich zou nemen. „Anders heb je ook geen stichting nodig”, zegt Uildriks. Die kreeg de naam Stichting Honkbalweek Haarlem, een kleine verandering ten opzichte van de Stichting Haarlemse Honkbalweek. Faillissement van die laatste werd ondanks het financieringstekort ternauwernood voorkomen. Met crediteuren werden onderhandelingen gevoerd en deals beklonken, alles om de Honkbalweek zelf maar niet negatief in de publiciteit te laten komen.

40.000 euro subsidie

Daarmee had de organisatie de grip op de opgelopen kosten nog niet terug. Jarenlang leverde dezelfde cateraar de hapjes en drankjes, bouwde dezelfde leverancier de tijdelijke tribunes op en leverde hetzelfde bedrijf de tenten voor de genodigden. Altijd voor dezelfde prijs. Want: zo deed het bestuur dat nou eenmaal altijd. Hoezo offertes aanvragen?

Die vanzelfsprekendheid is een valkuil gebleken. „Ik ben ook zuinig op mijn relaties”, zegt bondsdirecteur Volkerijk, „maar juist die moet je scherp houden. Routine is een gevaarlijk ding.”

Het comité liet voor iedere noodzakelijke uitgave drie nieuwe offertes aanvragen. Dat was in jaren niet gebeurd. Met het voordeel dat werd behaald konden de grootste gaten in de begroting worden gedicht. De overige gaten werden gedicht met behulp van de gemeente. Bovenop de 40.000 euro subsidie per evenement verstrekte de gemeente nog eens twee keer 40.000 euro. In principe voor de komende twee edities, maar de organisatie mag het ook eerder uitgeven.

Binnen de gemeenteraad bestond er nauwelijks twijfel over die financiële steun. Al benadrukt wethouder Snoek dat terughoudendheid het devies is bij subsidiëring. „Want niet iedere Haarlemmer gaat naar deze week toe.”

3.500 toeschouwers kwamen af op het duel tussen Nederland en Japan op de Honkbalweek. Foto Bastiaan Heus

De Vlieger van André Hazes

Woensdagavond, tijdens de poulewedstrijd tussen Nederland en Japan, zijn alle 3.500 stoeltjes in het Pim Mulierstadion bezet. Als vanouds. Het is alsof de Honkbalweek nooit aan een zijden draadje heeft gebungeld. Venters struinen luidkeels met blikjes bier over de tribunes, plateaus met zelf meegebrachte kaas en worst gaan van hand tot hand. Tijdens de zevende inning weerklinkt het traditionele lied Take me out to the ball game uit 1908. In de achtste inning volgt er een Haarlems ritueel: keihard meezingen met een kraker van Hazes. Een van de bezoekers heeft zelfs een vlieger meegenomen.

Publieksvriendelijk

De traditie om eigen etenswaar mee te brengen was bijna afgeschaft. Zou een hoop extra geld binnenbrengen, dacht de organisatie. Maar zover kwam het niet. Mede op verzoek van de gemeente mag aan die traditie niet worden getornd. „Je komt dan aan de identiteit van het evenement”, zegt Uildriks. „We wilden het juist publieksvriendelijk houden.”

Terwijl de dj elke honkslag van de opponent van een inkoppertje voorziet (Big in Japan), deint het publiek mee met het grillige spel van de Nederlandse ploeg. Nederland staat voor, maar zal uiteindelijk verliezen (5-3). „Het is gaaf om voor 3.500 man te spelen”, zegt Rob Cordemans, in 2011 nog pitcher toen Nederland wereldkampioen werd. „Zo’n groot enthousiast publiek dat volledig achter je staat, dat maak je in het honkbal zeker niet zo vaak mee.”

   In de zoektocht naar meer commerciële mogelijkheden hielp de ervaring van Volkerijk, die namens de KNBSB het EK in 2016 in Nederland had georganiseerd. Zo werd er zorgvuldig gekeken naar de uitbouw van het stadion. Was het wel nodig om meer dan twee extra tribunes bij te bouwen? Volkerijk: „Toen ik zelf nog meedeed aan de Honkbalweek, in de jaren zeventig en tachtig, was er plek voor 5.000 man. Dat is niet meer. Iedere lege zitplek kost je geld, net als iedere lege plek in de VIP-ruimte.”

Ook onder sponsors veranderde veel. Eens kon het niet op. Stond het lokale bedrijfsleven te trappelen voor een plek in de partytenten op palen, achter de tribunes. De laatste edities trokken bedrijven zich vaak op het laatste moment terug. Veel onzekerheid, weinig inkomsten.

Het publiek op de tribunes in het Pim Mulierstadion volgt een geslagen bal. Foto Bastiaan Heus

Regionaal

Inmiddels denkt de organisatie meer regionaal. Honkbal is geen nationale sport meer, met de 25.000 leden van de KNBSB. Daarom zoekt de organisatie het meer in de buurt. De cateraar is afkomstig uit Haarlem en veel (kleinere) sponsoren uit de regio huren een VIP-box voor een of twee dagen. Voor wie uit is op naamsbekendheid, is het toernooi minder interessant. De NOS kon de organisatie geen zendtijd in Studio Sport garanderen.

In oktober 2017 lag de blauwdruk van het haalbaarheidscomité klaar. En ook het nieuwe stichtingsbestuur, onder leiding van voorzitter Guus van Dee, was gevormd . „Een eer en een uitdaging”, zegt Van Dee. Eigenlijk wilde de gemeente verjongen, „maar het organiseren van de Honkbalweek is niet iets wat je in twee avonden per week kan doen”, aldus Van Dee, zelf gepensioneerd. De reacties van toeschouwers zijn hartverwarmend, zegt hij. De sfeer is goed, als vanouds bijna. „De traditionele elementen, mensen pakken het oude gevoel weer op.”

Financieel zijn er beperkingen. Toen Curaçao zich afmeldde omdat het de vliegtickets niet kon betalen, kon de Honkbalweek niets voor de beoogde smaakmaker doen. Cuba is er wel, zij het met een minder goed team dan normaal. Bij vorige edities vertrok Cuba soms met minder spelers dan het arriveerde: sommige spelers knepen ertussenuit, om vervolgens een tijdje later op te duiken in de Amerikaanse Major League, wat anders niet mocht. Sommige Cubanen brengen dozen sigaren mee om die na de wedstrijden heimelijk te verkopen.

Terwijl het Nederlands team zich richt op een plek in de finale van zondag, kijkt de organisatie al vooruit. Nu honkbal terugkeert op de Spelen van Tokio (2020), hopen ze in Haarlem een pre-olympisch toernooi te houden. En ook als dat idee mislukt, zal er dat jaar in Haarlem gehonkbald worden. Voorzitter Van Dee: „In Haarlem kan het zomers simpelweg niet stil zijn.”

    • Jelmer Kos