Opinie

    • Ben Tiggelaar

Lessen uit een kinderverhaal

Column Ben Tiggelaar Wat te doen als leiders net zo onverstandig blijken als wij gewone stervelingen? Een kinderverhaaltje biedt hulp.

Het was de week van president Trump en van minister Blok. En gelukkig ook van NRC-collega Lamyae Aharouay. En van een oud kinderverhaal over drie zeven. Van hoogwaardigheidsbekleders als Trump en Blok die ondoordachte dingen roepen, raak ik vaak een beetje in de war. Ik hoop namelijk altijd stiekem dat leiders, of het nu politici, bestuurders of managers zijn, een beetje verstandigheid aan de dag leggen. En ook zelfbeheersing, rechtvaardigheid en dapperheid. Zeg maar het soort deugden waar het je zelf vaak aan ontbreekt. Maar uiteindelijk blijkt vaak dat een al te groot vertrouwen in de managende medemens net zo misplaatst is als een al te groot vertrouwen in jezelf.

Ook van columnisten, commentatoren en online-critici kan ik uit mijn evenwicht raken. Neem de verbazing over Bloks uitspraken. Die ontaarde online al gauw in een wedstrijd wie Blok, of juist zijn tegenstanders, het meest ad rem wist af te branden.

Donderdag las ik gelukkig columniste Lamyae Aharouay: „Bijna zou je vergeten dat het hebben van een mening geen verplichting is. Dat het goed is om te zeggen dat je ergens te weinig vanaf weet om er iets van te vinden.” Jammer alleen dat deze woorden afkomstig zijn uit haar laatste column. Ze stapt over naar de verslaggeving.

Lees ook de column van Lamyae over meningen: Ik hoef niet meer zo nodig iets te vinden

Gelukkig heb ik nog een paar vrienden die hulp kunnen bieden. Een van hen liet me zien dat er op sociale media niet alleen ondoordacht wordt geroepen of gescholden. Dat het net zo goed een plek is voor het delen van opbeurende woorden. Hij wees me op een populair verhaal – vaak toegeschreven aan Socrates, maar eigenlijk uit een kinderboek – dat gaat over het ‘zeven’ van je woorden voor je ze uitspreekt. Het gaat ongeveer zo.

Een jongetje kom thuis uit school en rent naar zijn moeder: „Mam, moet je dit verhaal horen over Tom…”

„Voordat je begint, heb je het verhaal al door de drie zeven gehaald?”

„Zeven? Wat bedoel je?”

„De eerste zeef is die van de waarheid. Is het verhaal waar?”

„Tja, dat weet ik niet zeker. Maar Bob vertelde dat hij van Kees had gehoord dat Tom…”

„Dat is wel een beetje onduidelijk. Laten we even naar de tweede zeef kijken: vriendelijkheid. Is het vriendelijk?”

„Vriendelijk? Nou, nee, niet echt.”

„Dan de derde zeef: noodzaak. Is het echt noodzakelijk dat je mij dit verhaal vertelt?”

„Nee mam, eigenlijk niet.”

„Goed. Als het niet noodzakelijk is, als het niet vriendelijk is en misschien ook niet waar, laat het verhaal dan rusten.”

Deze parabel dook voor het eerst op in een Amerikaans schoolboek over burgerschap in 1914. Iets populairder werd het door de opname in een bloemlezing van verhalen voor kinderen uit 1920. En nu, bijna honderd jaar later, wordt het in allerlei talen op duizenden plekken online gedeeld.

Interessant dat zo’n (beetje bedaagd) verhaal zó populair is. Blijkbaar is er onverminderd grote behoefte aan deugden als eerlijkheid, vriendelijkheid en voorzichtigheid. Zelfs, of misschien juist wel, op sociale media. Eigenlijk best hoopgevend.

    • Ben Tiggelaar