Foto van Thierry K. in het huis van zijn ouders.

Foto Olivier Middendorp

Hoe de autistische Thierry K. bij IS kwam

IS Syriëganger Thierry K. uit Zoetermeer, deze week bij verstek veroordeeld, was zwaar autistisch. Juist dat maakte dat hij kon radicaliseren.

Met zijn Seat Leon koerste Thierry K. de snelweg op. Het was uit. Over. Val toch dood, had zijn vriendinnetje gezegd. Is goed, dacht Thierry. Hij gaf gas en boorde zo zijn auto de vangrail in.

Blikschade – verder niets. Ja, ouders die zich weer eens lam geschrokken waren.

„Thierry,” smeekte zijn moeder, nadat de politie hem had thuisgebracht, „wat bezielde je?”

Hij had zijn schouders opgehaald. Val toch dood. Thierry had gewoon gedaan wat hij altijd deed: de woorden letterlijk genomen.

Chantal en Ted vertellen over hun autistische zoon alsof hij zo kan binnenlopen. Ze zitten in hun woonkamer in Zoetermeer, dicht tegen elkaar aan. De bel kan elk moment gaan. Dan staat er een politieman voor de deur met een envelop: een dagvaarding.

Thierry K. (30) is opgeroepen om voor de Rotterdamse rechtbank te verschijnen. Hij staat terecht voor terrorisme, samen met twaalf medeverdachten. Zes jaar cel kan hij krijgen.

Maar niemand weet waar Thierry is. Of hij nog leeft.

Chantal en Ted hebben van hun zoon niets meer gehoord sinds hij anderhalf jaar geleden een laatste whatsappje stuurde vanuit het kalifaat van Islamitische Staat. Dat het met hem niet zo goed ging, dat er bommen vielen en dat hij zou proberen weg te komen.

En daarna: stil.

„We krijgen van niemand informatie”, zegt Chantal. „Maar nu staat Thierry ineens voor de rechter. We hopen dat het betekent dat hij nog onder ons is. Dat ze iets weten.”

Man van de AIVD

Het telefoontje kwam op 12 mei 2015. Onbekend nummer. „Ik kreeg een man van de AIVD aan de lijn”, herinnert Chantal zich. Dat is de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. „Of ik gelijk naar huis kon komen.” Ze dacht terug aan het incident met de auto en de vangrail. Zou hij weer zoiets geflikt hebben?

„Die man stond voor de deur te wachten”, zegt Chantal. „Hij vertelde dat Thierry bij de Grieks-Turkse grens was gesignaleerd en dat ze dachten dat hij zich ging aansluiten bij IS. ‘Dat kan niet kloppen’, zei ik. ‘Meneer, u moet begrijpen: mijn zoon is zwaar gehandicapt.’”

Thierry – die eens flauwviel nadat hij in de moestuin zijn vinger had geprikt aan een doorn en een druppel bloed zag opwellen. Die in de Albert Heijn een speciale app gebruikt die de beste route langs de boodschappen uitrekent, en als er een product ontbreekt in paniek zijn moeder belt.

De moestuin waar Thierry K. in heeft gewerkt.
Foto Olivier Middendorp

Die Thierry, hún Thierry, was naar Syrië?

Hoe dan?

Anders was hij altijd al. Als Thierry een jaar of zeven is, de tandartsbus staat geparkeerd voor zijn basisschool, krijgt hij een fluoridebehandeling. Bijten op een bitje, wachten, spoelen. Maar Thierry valt flauw. Schuddend ligt hij op de grond, het bitje muurvast tussen zijn kaken.

Hij wordt getest op epilepsie; daar is geen sprake van. Thierry, zou later blijken, is zwaar autistisch.

Hij groeit op tot een teruggetrokken puber. Nooit vriendjes. Bang voor de wereld. Met moeite worstelt hij zich de basisschool door en later het vmbo – het tegenbeeld van zijn populaire zus, bij wie alles komt aanwaaien. Thierry is eenzaam, hecht extreem aan zijn ouders, met name aan Chantal. Geen moment kan hij zonder zijn moeder. Als zij staat te douchen, zit Thierry in kleermakerszit voor de deur te wachten tot ze weer naar buiten komt. „Thierry was mijn schaduw.”

De AIVD’er bleek gelijk te hebben. Door een fout – justitie komt te laat met een arrestatiebevel – wordt Thierry niet aangehouden, maar bij de Turkse grens weggestuurd. Een volgende poging slaagt wel. Een dag na het bezoek, op 13 mei 2015, lichtte Chantals telefoon op. Whatsapp: „Hoi mam, als dit je bereikt ben ik in Syrië. Ik ben weggegaan om de moslims te helpen en met medemoslims te zijn. Kan komende periode niet bellen omdat het gevaarlijk is bij de vliegtuigen en er is niet overal bereik. Zodra ik kan neem ik contact op. Dit is de plaats waar ik wil zijn, ik wil absoluut niet terugkomen. Geen zorgen om mij, er wordt goed voor me gezorgd. Groetjes aan papa, zus en iedereen.

Paniekaanval

Op zijn zeventiende gaat Thierry vanuit het vmbo stage lopen in de keuken van een ministerie. Een ramp. Hij wil elke garnaal precies even groot, geen pootje mag uitsteken, symmetrisch op het bord. „Dit is geen vijfsterrenrestaurant”, zegt de chef tegen hem. Thierry, gefrustreerd, wordt na drie maanden naar huis gestuurd.

Hij ontkent zijn autisme. Om te bewijzen dat hij ‘normaal’ is laat hij gaatjes schieten in zijn oren – hij is als de dood voor naalden – en haalt hij zijn rijbewijs. Maar als ze naar Mauritius vliegen, het geboorteland van Chantal, krijgt hij in het vliegtuig een paniekaanval.

Mensen maken soms misbruik van hem. Vragen gunsten of geld, zijn telefoon, fiets – dan gehoorzaamt hij. „Thierry kan niet zoveel”, zegt Chantal. „Hij is zachtmoedig. Als ik hem vroeg om een slakje in de moestuin dood te maken, dan durfde hij dat weer niet. Dat nou juist hij…”

Het begon met een meisje. Thierry is een knappe jongen. Knapper dan goed voor hem is, zegt Chantal: als iemand er van buiten zo uitziet, kun je je bijna niet voorstellen dat de boel van binnen scheef zit. Het duurt vaak een tijd voor mensen dat bij Thierry doorkrijgen.

Op straat in Zoetermeer wordt hij herhaaldelijk aangesproken door scouts van een castingbureau. Of hij weleens aan modellenwerk heeft gedacht. „Zo’n strak gezicht heeft hij”, zegt Chantal. „Het bizarre is: dat kómt juist door zijn autisme. Hij staat continu onder spanning.” Thierry laat een paar proeffoto’s schieten, maar de flitsen maken hem ziek.

Door zijn uiterlijk krijgt hij ook veel aandacht van meisjes, maar als ze hem beter leren kennen haken ze meestal af. Tot hij, rond zijn eenentwintigste, met iemand thuiskomt – onaangekondigd, zoals Thierry dat doet, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. „Een schat van een kind”, zegt Chantal. „Prachtig. Somalische wortels. Haar oma zei tegen Thierry: jij komt met mijn kleindochter mee, dan moet je wel de Koran lezen. Nou, als je zoiets tegen Thierry zegt, dan doet hij dat.”

Prediker

Zoetermeer is in die tijd een broedplaats voor radicalisering. Dat geldt voor tientallen van de 305 Nederlandse ‘uitreizigers’ die vertrokken naar IS. Beroemdste voorbeeld is Laura H., die als een van de weinigen wist terug te keren, samen met haar twee kinderen.

Een hoofdrol is weggelegd voor de Al-Qibla-moskee, een onopvallend gebouwtje omringd door galerijflats, en de daar later ontslagen prediker Mohamed Talbi. Deze vijftiger bleek jongeren te onderwijzen in het jihadistische gedachtegoed. „Thierry had het alleen nog maar over hem”, zegt Ted. „Hij was idolaat van deze man. Hij kreeg Arabische les, zei hij.”

Op 16 augustus 2013 stappen ze naar de politie. Chantal en Ted zien hun zoon veranderen. Ze zeggen dat Thierry onder invloed staat van deze imam, dat ze zich daar zorgen over maken. „Daar werd niet veel mee gedaan.”

Thierry’s beleving van de islam trekt een wissel op de relatie met zijn vriendin. Waarom draagt zij de ene dag een hoofddoek en de andere niet? De regels zijn toch duidelijk? Thierry raakt ervan in de war. Je kunt toch niet een béétje moslim zijn?

Na een zoveelste ruzie maakt zij het uit. „Val toch dood”, zegt ze.

Nadat Thierry zijn auto in de prak gereden heeft, zien zijn ouders hoe hij zich steeds verder in de islam verdiept: hij laat zich ritueel bekeren, zijn baard groeien, draagt op vrijdag islamitische kledij. Eet halal. En de hele dag praat hij over de Zoetermeerse moskee waar alle jongens zo aardig tegen hem zijn.

Vrienden over de vloer

„Ik ben gelovig”, zegt Chantal. „Katholiek. Zo ben ik opgevoed op Mauritius. Ik sta open voor alle religies van de wereld.” Thierry wordt gedoopt, doet communie, is zelfs een tijd misdienaar.

„Toen de islam in zijn leven kwam, waren we aanvankelijk blij”, zegt Chantal. „Hij was zo ongelukkig geweest. De rechtlijnigheid, de regelmaat van het vijf keer per dag bidden, dat gaf hem houvast. Maar als je alles zo letterlijk neemt als Thierry, schuilt daar ook een gevaar in.”

Natuurlijk heeft radicalisering door hun hoofd gespookt. Hoe gaan geloof en autisme samen? Ze maken een afspraak bij het Centrum Autisme om het erover te hebben. „Ze zeiden daar: ‘Maakt u zich geen zorgen. Thierry is zo passief, dat zal hem niet gebeuren.’ Maar toen hij eenmaal was vertrokken, zei een van hen: ja mevrouw, daar waren we al bang voor.”

Babyfoto van Thierry K., die later zwaar autistisch zal blijken te zijn
Foto Olivier Middendorp
Een foto van na zijn bekering tot de islam.
Foto Olivier Middendorp

Zeker dertien jongens van de groep rond prediker Mohamed Talbi vertrokken uiteindelijk naar het strijdgebied in Syrië en Irak. Ook Talbi zelf. Het Openbaar Ministerie heeft inmiddels een soort organogram van deze ‘Zoetermeerse groep’ geconstrueerd. Daarin staat Thierry centraal. Of liever, zijn woning.

Talbi en zijn entourage werden door heel Zoetermeer geweigerd vanwege hun radicale opvattingen. In de moskee was hij niet langer welkom, de gemeente weigerde sportzaaltjes te verhuren. Ze moesten op zoek naar een nieuwe locatie. Dat werd het appartement van Thierry K., dat hij huurde van zijn Wajong-uitkering, net bij zijn ouders weg. De plannen om naar Syrië te gaan, werden volgens de politie mogelijk in Thierry’s huiskamer gesmeed.

„Wij hoorden hem in die tijd, eigenlijk voor het eerst in zijn leven, over vrienden die bij hem over de vloer kwamen”, zegt Chantal. „We waren zo blij voor hem.”

Trainingskamp

Een maand na het eerste appje krijgen Chantal en Ted weer contact met hun zoon. Hij is op trainingskamp van de Islamitische Staat geweest, appt hij, verplicht voor alle mannelijke arrivés: „Vijf uur ’s ochtends wakker worden, trainen, hardlopen, opdrukken, oefeningen.” Het ging Thierry niet goed af. Ze hebben hem maar in de keuken neergezet, vertelt hij.

Thierry vraagt zijn moeder foto’s te maken van zijn medisch dossier en die door te sturen. Hij moet zien te bewijzen dat hij niet onwillig is, dat er écht iets met hem aan de hand is. „Je hebt hier geen hulpdiensten.” Chantal maakt een foto van elke pagina in zijn dossier. „‘Bedankt, mam’, en weg was hij weer.”

Weken blijft het stil, soms krijgen ze ineens weer bericht. Contact gaat altijd uit van Thierry. Hij moet ervoor naar het internetcafé, en dat is lastig: meestal mag hij niet weg van zijn bazen. Hij mag ook al geen eigen simkaart, zegt hij.

Thierry woont een tijdje in de Iraakse stad Mosul, krijgen zijn ouders mee. Daar werkt hij als schoonmaker. Hij wordt uitgebuit. „Hij kreeg nooit vrij, zei hij. Werken, werken, werken. De hele dag, elke dag. Hij zei: ik ben zo moe, mamma, ik ben zo moe.”

Wat kun je als ouder? Je kwetsbaarste kind aan de andere kant van de wereld – en hij heeft er zelf voor gekozen. „We hebben allemaal psychische hulp gekregen”, zegt Chantal. „Als ik ergens een terrasje pak, voel ik me al schuldig. Ik zit hier een broodje te eten, en mijn kind heeft misschien helemaal niets.”

In oktober 2016 is hij het zat. Thierry kan niet meer, zegt hij. Chantal stuurt hem het adres van het Nederlandse consulaat in Erbil, maar hij wil per se naar Raqqa, schrijft hij. Syrië. Ze krijgen het niet uit zijn hoofd gepraat.

Een paar weken later bericht hij dat hij vanuit Raqqa is teruggestuurd. Ze hebben hem gezegd dat hij zijn contract als schoonmaker moet uitdienen.

Het laatste bericht dat zijn moeder krijgt, op 16 december 2016: „Er vallen elke dag zoveel bommen van elke soort, maar als Allah niet wil dat ik dood ga, dan ga ik niet dood. (…) Je hoeft je ook geen zorgen te maken over of ik dood ben wanneer je een lange tijd niks van mij hoort, want als ik dood ben dan hoor je het wel. Allah stuurt dan wel een boodschap daarover aan jou.”

Een herinnering aan Thierry in Zoetermeer. Foto Olivier Middendorp

Zitting

Dagen nadat Chantal en Ted de dagvaarding voor Thierry’s rechtszaak in ontvangst hebben genomen, krijgen ze weer onverwacht bezoek. De AIVD’er. Hij brengt slecht nieuws. „Wij weten 95 procent zeker dat Thierry overleden is”, vertelt de man. Veel details kan hij niet geven. Het zou in Syrië zijn gebeurd.

De jongen die aan haar hing tot ze er gillend gek van werd, die voor de douchedeur op haar wachtte, is er niet meer. Chantal: „Hoe kan ik nou leven zonder schaduw?”

De rechtszaak gaat wel door – ruim anderhalf jaar na zijn verdwijning, en een week nadat Chantal en Ted vertrouwelijk door de geheime dienst op de hoogte zijn gesteld van zijn waarschijnlijke overlijden. Daar wordt tijdens de zitting met geen woord over gerept.

Het is een recordzaak: naast Thierry staan nog twaalf andere uitreizigers terecht, allen bij verstek. De strafeisen worden achter elkaar opgelezen. Zes jaar, zes jaar, zes, zes. Dan is Thierry K. aan de beurt. „Het is evident dat hij een persoon is die op veel gebieden moeite had zich staande te houden”, zegt de officier. „Ook in strijdgebied functioneerde hij niet optimaal.” Thierry heeft „een bijzondere naïviteit” en „grote afhankelijkheid van anderen”. Daarom, zegt ze, vraagt het OM voor hem een afwijkende straf.

Afgelopen donderdag werd hij veroordeeld. Thierry K., dood of levend, krijgt geen zes jaar, maar vier.

    • Thomas Rueb