Opinie

hoofddoek

Het nieuwe Nederland verdient een plaats in de media

Mag een columnist, meer in het bijzonder van NRC, een hoofddoek dragen? De vraag stellen is ’m beantwoorden: ja natuurlijk. Een hoofddoek is een uitdrukking van een religieuze overtuiging en daarin is iedereen vrij. Deze krant is vóór vrijheid van godsdienst en vóór individuele keuzes.

Dát we die vraag überhaupt stellen is een gevolg van de soms problematische reacties onder het publiek op de foto van columniste Lamyae Aharouay bij haar stukken. Dit weekend gaf zij een inkijkje in de reacties die ze kreeg. Die sporen overigens met reacties die journalisten met hoofddoek, die in andere media zichtbaar zijn, mogen ontvangen van het doorgaans autochtone mediapubliek. Ook bij NRC arriveerden de vertrouwde verwijten, over ‘islamisering’ van Nederland, over de hoofddoek als symbool van onderwerping, onderdrukking, zelfverachting. Onwenselijk nietwaar? En dus weg met die hoofddoek, om te beginnen van háár hoofd.

Dat is op zichzelf beargumenteerbaar en mag gezegd worden. De ergernis is wel te begrijpen: onwennigheid, weerzin tegen een bepaalde religie, bezwaar tegen culturele veranderingen. Het is een discussie waard, die we in deze kolom regelmatig voeren. Over de minister van ontwikkelingssamenwerking, op officieel bezoek, in islamitische landen met hoofddoek. Net als eerder de koningin. Over bezwaren van klanten tegen kassapersoneel met hoofddoek. Waarom advocaten wel een hoofddoek in de rechtszaal dragen, rechters dan weer niet, maar ‘buiten-griffiers’ dat wel zouden mogen. Over het hoofddoekverbod dat het EU Hof van Justitie toestond, namelijk voor strikt religieus- en politiek neutrale omgevingen.

Media staan echter in het volle leven en proberen iedereen met iedereen te laten praten. NRC is bovendien ‘van de inhoud’ en vraagt lezers vertrouwde kaders en verwachtingen bij te kunnen stellen. Met z’n columnisten tracht NRC bovendien een afspiegeling te tonen van een divers Nederland. Er zijn meer stemmen relevant dan die van de middelbare, witte man, die het in deze titel sinds 1828 doorgaans voor het zeggen had. Aharouay, met of zonder hoofddoek, is een van de gezichten van dat nieuwe Nederland. Ze kreeg op de opiniepagina een plaats aangeboden vanwege haar kwaliteit als auteur.

Lees ook hoe Lamyae Aharouay door het schrijven van haar columns een dikke huid kreeg

Lezers uitdagen, hen uitnodigen tot nadenken, tot het verlaten van de vertrouwde bubbel van gelijke opvattingen is mede onze taak. Dus ook over degene die een hoofddoek draagt en die in het medialandschap een vrijwel onbekende stem is. „Uw portret stoort mij”, schreef een lezer ronduit, wat al te denken geeft. Vervolgens gaf deze lezer goedmoedig toe dat gevoel „niet in overeenstemming te kunnen brengen met uw intelligente proza”. Doel bereikt dus.

Problematischer was de stroom persoonlijk bedoelde beledigingen, kwetsende en haatdragende taal die binnenkwam, waarin discriminatie en agressie de overhand hadden. Dat fenomeen is op zichzelf bekend van sociale media, maar in eigen postbus komt het toch harder aan.

Deze krant vraagt columnisten juist om hun opvattingen en als die dan eventueel mede religieus van aard zijn, dan is dat zo. Ook die staan ter discussie. In de beginselen van NRC zeggen we dat we de krant en de website maken vanuit een „liberale geesteshouding met eerbied voor het individu en de beginselen van verdraagzaamheid, redelijkheid en openheid”. Met hoofddoek. En zonder.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.