‘Door nasynchronisatie Bad Banks nog minder Duits op televisie’

Publieke omroep De NPO zendt de Duitse serie Bad Banks nagesynchroniseerd uit. Jammer, want ondertitelen is goed voor de taalverwerving, zeggen taalkundigen.

De Duitse bankiersserie Bad Banks, met Paula Beer en Barry Atsma (rechts). Avrotros

De publieke omroep heeft de zaak een keer omgedraaid: we krijgen een Duitse tv-serie nagesynchroniseerd in het Nederlands. Met als extra attractie dat de Nederlandse acteur Barry Atsma een hoofdrol heeft in de serie en nu zijn eigen rol kon nasynchroniseren. Bad Banks gaat over een stel roekeloze bankiers die een crisis veroorzaken.

„Het is een waanzinnig leuk en grappig experiment, maar wel vanuit een serieuze achtergrond”, zegt Frans Klein, directeur video van de NPO. Grappig is vooral dat juist de Duitsers bekend staan om hun nasynchronisatie, en Nederlanders daarop neerkijken. Maar de NPO wilde toch eens kijken hoe nasynchronisatie zou vallen bij het Nederlands publiek. Dat Barry Atsma meedoet, bood een goede gelegenheid „om een Nederlandse held te vieren in het experiment.” Als het een succes is, wil de NPO het vaker gaan doen.

Volgens Klein maakt nasynchronisatie een serie laagdrempeliger en trekt Bad Banks zo „andere publieksgroepen” voor wie ondertiteling lastig is. Laaggeletterden bijvoorbeeld. Klein: „We maken ook tv voor de zwijgende meerderheid, die we eens willen verrassen met een experiment.”

Zo klinkt ‘Bad Banks’ in het Nederlands:

Giselinde Kuipers, hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam, vindt het experiment van de NPO raar. Zij deed onderzoek naar de diverse manieren om tv-programma’s te vertalen. „Dit jaagt mensen van de televisie weg. De weerstand tegen nasynchronisatie is enorm. Het is ook nog heel duur, en de NPO moest juist bezuinigen.” Volgens haar heb je in Nederland ook niet de traditie en ervaring zoals de grote buitenlandse nasynchronisatie-industrieën die wel hebben.

Klein bestrijdt dat: „Er wordt hier veel kinder-tv nagesynchroniseerd, dus die industrie is er wél.” Volgens hem is het ook helemaal niet duur.

Series inkopen is sowieso veel goedkoper dan ze produceren. Zelf series maken kost zo’n twee ton per aflevering. Een serie kopen kost ongeveer 10.000 euro per aflevering. Voor nasynchronisatie komt er nog eens dat bedrag bij. Dus de NPO krijgt een uur Nederlandstalige televisie voor slechts 20.000 euro. Dat terwijl de zesdelige Duitse serie 8 miljoen euro kostte.

Cultuursocioloog Kuipers stelt dat ondertitelen eigenlijk de norm is op de wereld. „Nasynchronisatie is een West-Europese hobby. Alleen in de vier grote Europese landen gebeurt het: Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië.” In Oost-Europa praat een vertaler door de oorspronkelijke taal heen. „Voor een nagesynchroniseerde tv- en filmcultuur heb je genoeg geld nodig, een groot taalgebied en een actieve taalpolitiek. Dat heb je hier niet.”

De weerzin die Nederlanders hebben tegen nasynchronisatie, ziet zij gespiegeld in landen met een ander systeem: „Iedereen vindt zijn eigen systeem logisch, en het andere belachelijk.”

Minder Duits op tv

Duitse series zijn er niet veel meer op de Nederlandse tv. Vroeger had je de Krimi’s: Derrick en Tatort, en soms een grote historische serie: Berlin Alexanderplatz (1980), Heimat (1984), en laatst nog Unsere Mütter, unsere Väter (2013). Op Netflix heb je nu Dark, een Duitse scifi-serie die in tientallen landen te zien is, doorgaans nagesynchroniseerd.

Synke Hotje van het Duitsland Instituut in Amsterdam betreurt de Nederlandse nasynchronisatie van Bad Banks, juist omdat Duitse programma’s zo belangrijk zijn voor de taalverwerving. Ze vindt dat de NPO een „Bildungsopdracht” heeft om kijkers in aanraking te brengen met buitenlandse talen en culturen.

Volgens Hotje is er al zo weinig Duits op tv. In de jaren zeventig keken Nederlanders in de oostelijke provincies nog wel naar de Duitse televisie: Die Sendung mit der Maus en Die ZDF-Hitparade, met schlagers. Die generatie spreekt nog redelijk Duits, stelt Hotje. Na de komst van commerciële televisie, is dat verdrongen door Amerikaanse programma’s.

Het gebrek aan Duitse programma’s op de Nederlandse tv heeft volgens haar te maken met een algemene desinteresse in de Duitse cultuur. „Animositeit is er niet meer, maar er is weinig kennis.” Volgens haar is dat schadelijk omdat Duitsland een belangrijke handelspartner is en een cultureel nauw verwante buurman.

Die Originalfassung klingt so:

Taalkundige Marc van Oostendorp ziet niet alleen het Duits, maar alle vreemde talen verdwijnen uit Nederland. Op één na: het Engels. Volgens hem is Nederland een tweetalig land aan het worden. „Ik maak me geen zorgen om de staat van het Nederlands – die taal is sterk genoeg – maar de andere talen worden wel verdrongen door het Engels. We worden een soort Amerikanen die toevallig Nederlands spreken en alle andere talen vreemd vinden.”

Van Oostendorp benadrukt dat Duitsers en vele anderen ook die sterke gerichtheid op het Engels hebben. Niet voor niets hebben Scandinavische, Duitse of Franse series vaak Engelse titels, zoals Bad Banks. Over die serie zegt hij „Zolang de publieke omroep geen Duitse series in het Engels gaat nasynchroniseren, valt het nog mee.”

Tv-directeur Klein vind de ophef overdreven. „We bieden heel wat series in de oorspronkelijke talen aan. Slechts eentje gaan we nasynchroniseren. Dat is heel bescheiden.” Voor de kijkers die toch graag Bad Banks in de oorspronkelijke taal willen zien, komt de Originalfassung tegelijkertijd op digitaal kanaal NPO 1 Extra. Beide versies komen op online videoplatform NPO Start.

    • Wilfred Takken