Recensie

Debuutalbum MocroManiac met puike beats en vloeiende raps

CD recensie

Op zijn eerste soloalbum rapt MocroManiac over het straatleven in de Amsterdamse buurt Kraaiennest. Soms vrolijk als g-funk, dan weer ijskoud als klassieke East Coast-hiphop.

MocroManiac Foto Andreas Terlaak

Als MocroManiac het niet maakt als rapper, kan hij altijd nog rondleidingen gaan geven door Amsterdam-Zuidoost. Niet alleen omdat hij er de weg op zijn duim kent, maar simpelweg omdat hij Kraaiennest ís, zo blijkt uit zijn eerste soloalbum.

Abdelilah el Foulani (Amsterdam, 1987) is ruim negen jaar actief als rapper en bracht solo en als onderdeel van Hydroboyz mixtapes uit. Met andere rappers is hij te horen op een ode aan de legendarische hiphopgroep N.W.A. Ook maakte hij samen met rapper Fresku een album.

Op Maniac debuteert hij nu eindelijk solo. Soepel flowt MocroManiac over veelal traditionele hiphopinstrumentaties die soms klinken als zomerse g-funk (‘Waar Ik Ga’, ‘Family Things’) en het volgende moment doen denken aan de ijskoude New Yorkse hiphop van de latere jaren negentig (‘Rauw’, ‘Loyaal Zijn’). Met zijn nasale stem beschrijft hij tot in detail het straatleven dat hij leefde in ‘de 1104’, zoals MocroManiac zijn buurt steevast omschrijft.

De teksten zijn nooit vrolijk. De raps – vaak dubbelrijms waarin meerdere delen van de zinnen op elkaar rijmen – gaan vaak over geld, wapens en drugs. Dat moet vooral bijdragen aan zijn straatimago als muzikant, want MocroManiac weet waar hij naartoe wil. In ‘Ken Die Dagen’ rapt hij zinnen als „Eerst was de boy op ki’s [kilo’s coke, red.]/ Nu pak ik liever money via royalties” en „Deze rapshit is de reden dat ik hoop heb gekregen”. Met puike beats en zeer fijne vloeiende manier van rappen gunt hij een kijkje in de grillige, grauwe wereld die Kraaiennest heet.

    • Bowie van Loon