Vrij zijn is…tuinen bezoeken

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken. Deze week met de tuinclub op pad.

Behorend tot de rubriek 'Vrij' in samenwerking met Sanneke van Hassel. Mee met de Tuinclub Geertruidenberg op bezoek bij een tuin in Waspik. Foto: Peter de Krom Peter de Krom

In de schaduw van een Amerikaanse eik hebben zich zo’n dertig vrouwen en twee mannen verzameld. Tuinclub Geertruidenberg bezoekt de tuin van Ria Glas (71). Zij vertelt hoe haar heuvelachtige parktuin ooit één grote, vlakke moestuin was. Een tuinarchitect maakte een „keigoed ontwerp”, hij koos voor bijzondere bomen en hagen en liet een grote vijver graven.

Eind jaren 80 werd de ‘tuinvriendenclub’ opgericht. Het was in de tijd dat de BBC de serie Gardeners World uitzond en tuinclubs als paddestoelen uit de grond schoten. Weg met de felgekleurde perkplantjes van de plantsoenendienst, vanaf nu kon het avontuurlijker, met woeste grassen, of zesendertig soorten hosta’s in één tuin. Ook in Geertruidenberg wilde men niet achterblijven. Het echtpaar Aalhuizen-Nijhuis (zij was voorzitter van de fuchsiaclub en schreef het boek 1001 Kuipplanten) organiseerde een tuinenreis naar Engeland en harkte dit clubje bij elkaar.

In tuinprogramma’s op televisie gaat het over bouwen en betegelen. Niemand weet meer iets van plantjes

Ursula van Eersel, voorzitter van Tuinclub Geertruidenberg

Waar het om gaat? „Aandacht voor elkaars tuinen”, zegt voorzitter Ursula van Eersel (56). „Maar ook kennis delen en ideeën opdoen.” Zelf is ze veel bezig met wat ze kan doen voor bijen, vogels en vlinders. Voor biodiversiteit. „Voorbij ’t plantje”, zegt ze. „Dat ik een kolibrievlinder in mijn tuin zie, of ’s nachts de oehoe weer hoor. Maar iedereen doet het anders, dat is de meerwaarde.” Van Eersel signaleert meer belangstelling voor de natuur. „Te veel mensen beseffen niet dat je die ook in je eigen tuintje kunt vinden. In tuinprogramma’s op televisie gaat het over bouwen en betegelen. Niemand weet meer iets van plantjes.”

Lees ook: Een mooie tuin, die ook goed is voor de bijen

De meeste leden zijn plantjesfanaat. Jaarlijks hoogtepunt is dan ook het planten ruilen in april. „Geen minuscuul sprietje van het tuincentrum voor 7,50 euro maar een flinke kluit”, zegt Van Eersel. „En dat voor vijftig cent, die gaat in de clubkas.”

Postzegel in de stad

Een groepje bewondert de grote vijver met kattenstaarten en lisdodden. Jos Krols (58), projectleider onderhoud bij een woningbouwcoöperatie, is enthousiast. „Zelf heb ik maar een postzegel in de stad.” Wat voor tuinen ze bezoeken maakt hem niet uit, het gaat om de groep. „Ik ben graag met gelijkgestemden op pad”, zegt hij. „Een gewone busreis hoeft voor mij niet.”

De gelijkgestemden bewegen zich keuvelend langs de beukenhagen. Gegiechel bij een gespleten eik: „Deze is wel heel vrouwelijk.” Men maakt foto’s. Men bewondert de zaaddozen van de Koelreuteria, een mimosa-achtige boom. „Koel-reu-te-ria, hoe spel je dat?”

De 52- jarige melkveehouder Wendy Kamp (120 koeien) is al bijna twintig jaar het jongste lid. „Ik vermaak me goed met mijn oudere vriendinnen. Het zijn wandelende encyclopedieën.”

De dames nemen afscheid van de eigenaresse. „Het was heel bijzonder voor ons. Normaal is het blommekes, blommekes, maar hier is het bomen, bomen.” Ria Glas knikt. „Het is geen afgepaste vakjestuin. Zo ben ik niet.”

De dames bedanken. „Geniet ervan. Wel thuis. Houdoe.” In de avondzon stappen ze op de fiets.

    • Peter de Krom
    • Sanneke van Hassel