OM onderneemt geen actie in #MeToo-zaak Brandt Corstius

Gijs van Dam wordt niet vervolgd voor verkrachting, terwijl Brandt Corstius zelf niet voor de rechter hoeft te verschijnen voor smaad en laster.

Jelle Brandt Corstius Foto Koen van Weel/ANP

Justitie gaat geen vervolging instellen tegen Gijs van Dam, de producent die door tv-maker Jelle Brandt Corstius wordt beschuldigd van een verkrachting in 2002. De aangifte wegens smaad en laster die Van Dam op zijn beurt indiende tegen Brandt Corstius zal evenmin voor de rechter komen, liet het OM donderdag weten.

In het geval van de aangifte wegens verkrachting concludeert justitie dat er geen informatie is die het verhaal van Brandt Corstius “in voldoende mate ondersteunt”. Het OM heeft naar eigen zeggen wel geprobeerd “zestien jaar na dato zo veel mogelijk getuigen te horen”. Dat waren onder anderen mensen die destijds bij hetzelfde programma werkten als Van Dam en Brandt Corstius.

Lees ook: Waarom verkrachtingszaken zo lastig en complex zijn

De officier van justitie seponeerde Van Dams aangifte wegens smaad en laster, omdat er geen sprake kan zijn van die misdrijven. In het stuk in Trouw waarin Brandt Corstius zijn verhaal over de verkrachting voor het eerst naar buiten bracht, noemt hij Van Dam niet bij naam en geeft hij weinig details. Bovendien benadrukte hij dat hij alleen zijn eigen, persoonlijke weergave had opgeschreven. Brandt Corstius heeft dus niet opzettelijk iemands eer of goede naam aangetast.

Voorpagina-artikel

Het artikel van Brandt Corstius verscheen op 23 oktober vorig jaar op de voorpagina van Trouw. Hij schreef dat hij “in het prille begin van zijn televisiecarrière” is gedrogeerd en daarna gedwongen tot orale seks. Brandt Corstius besefte dat hij zijn aantijgingen niet hard kon maken: “Het is zijn woord tegen mijn woord.” Daarom verwerkte hij geen details in het stuk die terug te leiden waren naar Van Dam. Twee dagen later vertelde hij het - nog steeds geanonimiseerde - verhaal ook op tv bij DWDD.

Lees ook: #MeToo-verhalen stellen journalisten voor dilemma

Van Dam zocht een week na de publicatie in Trouw zelf de media op. Hij vertelde dat hij degene was die door Brandt Corstius beschuldigd werd, en ontkende de aantijgingen. Hij deed aangifte wegens smaad en laster. Daarop gaf Brand Corstius Van Dam aan voor verkrachting.

Via zijn advocaat Peter Plasman laat Van Dam weten dat hij niet verrast is door het besluit van justitie om hem niet te vervolgen. Plasman en Van Dam hadden daarentegen wel gedacht dat de aanklacht voor smaad en laster tot een zaak zou leiden, zegt de raadsman tegen persbureau ANP. Brandt Corstius schrijft in een reactie op het besluit van justitie dat hij “geen seconde spijt heeft” van zijn artikel.

“Ik wist dat mijn zaak na 16 jaar niet gemakkelijk te bewijzen zou zijn. [...] Het is, zoals ik al in Trouw schreef ‘mijn woord tegen het zijne’. Dat geldt niet alleen voor mijn zaak, maar dat geldt voor de meeste mensen die zijn misbruikt. Het was destijds precies de reden waarom ik dat stuk geschreven heb.”

De zaak leidde eerder al tot twee uitspraken van de Raad voor de Journalistiek. Van Dam had klachten ingediend tegen Trouw en DWDD. Die laatste klacht was volgens de Raad ongegrond: het tv-programma had zorgvuldig gehandeld. Trouw kreeg wel een berisping. De krant had in de inleiding van het stuk meer afstand had moeten bewaren tot de beschuldigingen. Het was onzorgvuldig om Brandt Corstius “slachtoffer” te noemen, oordeelde de Raad. Het artikel van Brandt Corstius op zich was volgens de Raad dan weer wel zorgvuldig.

    • Vincent Sondermeijer