Nachten wachten op de bevallende olifant, voor de film ‘Het nieuwe Artis’

Documentaire Het nieuwe Artis toont het dilemma van de dierentuin: je wil dieren zo natuurlijk mogelijk tonen, tegelijk blijft het vermaak voor mensen.

Olifant Sanuk kwam in 2016 zo snel ter wereld dat de filmcrew van Het nieuwe Artis haar geboorte miste. Foto KRO-NCRV

Pelikanen kunnen vliegen op drie slagpennen. En een pelikaan vliegt vrij hard. Dus knippen de verzorgers van Artis iedere vijf weken de veren van de vogels op het landje bij de pelikanenvijver. Vogelverzorger Mark van de Hoef, tuinschaar in de hand: „Het is als haren knippen, een tijdelijke ingreep. Niet schadelijk voor het dier. Het is géén amputatie.”

Toch had Mark van de Hoef het zelf liever anders gezien. Hij schetst een verblijf waar pelikanen kunnen vliegen, met „dikke takken” waarop ze kunnen rusten. Maar zo’n volière maken is duur, en, belangrijker nog: de bezoeker krijgt het gevoel dat dieren opgesloten zitten, en dat gevoel weegt zwaarder. Het is „de illusie van vrijheid”, zegt hij, die het hier van de vleugels wint.

Willemiek Kluijfhout filmde voor haar documentaire Het nieuwe Artis een jaar lang in de dierentuin in Amsterdam. Ze kon zich tussen de medewerkers zo goed als vrij bewegen, en mocht ook buiten openingstijden het park in. Rode draad zijn de olifanten en de bouw van hun nieuwe verblijf.

Maar veel meer dan over dieren, gaat het in deze film over de mensen in Artis. Wie goed kijkt naar de film ziet dat juist zij vaker achter de hekken staan. Het gaat over bezoekers, verzorgers, ontwerpers, de directie en de communicatie-afdeling. Steeds dreunen hun uiteenlopende belangen en dilemma’s door. Kluijfhout: „Ik hoop dat je eruit haalt dat niet één oplossing goed is, en een andere fout. En dat ze daar in Artis voortdurend heel goed over nadenken.”

Lees ook over het nieuwe olifantenverblijf: De olifanten in Artis hebben nu een jacuzzi

Kluijfhout kwam tot een paar jaar geleden zelf vaak in Artis. Ze woonde er vlakbij, met jonge kinderen, in een huis zónder tuin. „Je hebt het idee dat je iets educatiefs doet”, zegt Kluijfhout. „Het is verantwoord vermaak.” Al zit volgens haar juist daarin de paradox. „Het héét natuur-educatie, maar tegelijkertijd zitten dieren er in verblijven…. opgesloten.”

Als in 2015 de roofdierengalerij op de schop gaat, dieren meer ruimte krijgen, en Kluijfhout hoort dat ook in Artis over zulke vraagstukken wordt nagedacht (‘Kun je in de 21ste eeuw nog wilde dieren opsluiten midden in de stad?’) stelt ze voor om de vernieuwingen te volgen.

Een dag nadat Kluijfhout de financiering voor haar documentaire rond heeft, belt de dierentuin. De Aziatische olifant Thong Tai zal waarschijnlijk die nacht bevallen. Kluijfhout: „Die beelden moest ik hebben.” Terwijl ze in allerijl een filmcrew optrommelt, regelt de communicatie-afdeling kampeermatrasjes.

‘Alsof het mijn eigen bevalling betrof’

Maar die nacht komt er geen kalf – evenmin als in de twee daaropvolgende nachten. Kluijfhout filmt verzorgers die de nacht doorbrengen in het stro. Om kosten en draaidagen te besparen, overweegt de crew zich in nacht vier op te splitsen. Kluijfhout maakt een testrit – „alsof het mijn eigen bevalling betrof ” – en timed dat ze vanuit haar huis in Amsterdam Noord 11 minuten nodig heeft om bij Artis aan te komen, inclusief parkeren. De geluidsman heeft acht minuten nodig. Ze gokken: alleen de cameraman blijft achter.

Die avond belt Artis. Kluijfhout: „Ze zeiden: er ligt hier al een kalf.” Op een onbewaakt ogenblik – slechts één verzorger is getuige – wordt met een doffe plof Sanuk geboren.

Kluijfhout moet het doen met de beelden van de bewakingscamera’s.

In de dagen hierna filmt ze wat zo’n geboorte voor „microkosmos Artis” betekent. We horen verzorgers discussiëren over de vraag wat de beste weersomstandigheden zijn om het kalf voor het eerst naar buiten te sturen (droog en boven de tien graden) maar krijgen ook de overwegingen van de afdeling communicatie mee: „Liever niet op zaterdag. Perstechnisch zou donderdag of vrijdag perfect zijn. Dan heb je voor het weekend de communicatie eruit.”

Lees ook over het namenbeleid van Artis: Een dierentuin is fake, net als films

Als Sanuk dan eindelijk de slurf tussen de zwarte tochtflappen naar buiten steekt, staat er rijendik publiek. Het regent zachtjes.

Vermenselijking van dieren is een belangrijk thema in de film. Artis doet zijn best de dieren niet in menselijke termen te presenteren. Een olifant krijgt een kalf, geen baby, luidt de instructie aan het personeel. Namen geven ze dieren liever niet – het zijn geen huisdieren. „En in plaats van dat we zeggen: de olifanten kunnen straks lekker poedelen in hun nieuwe bubbelbad, zeggen we: er is stroming toegevoegd aan het water, want olifanten zijn van nature goede zwemmers.”

Kinderen op de rand van de leeuwenkuil

Ondertussen zien we bezoekers die proberen een leguaan te aaien. Artis-directeur Haig Balian windt zich op: „Mensen zetten hun kinderen op de rand van het leeuwenverblijf!”

Kluijfhout: „Dat vind ik spannend: je wil aan de ene kant alles zo natuurlijk mogelijk laten zijn, die dieren hun eigenheid laten bewaren, terwijl het aan de andere kant volledig door en voor de mens is vormgegeven.”

Kluijfhout draaide tachtig uur aan materiaal. Tijdens het filmen waren er dat jaar voortdurend dilemma’s: „In Artis gebeuren iedere dag wel dertig dingen. Dan belden ze ‘Oh er ligt nu een chimpansee aan de beademing’. Vraag is: moet je dat dan wel of niet gaan filmen?”. Van Kluijfhout mocht de film geen ‘dagje dierentuin’ worden.’. „Ik vroeg me steeds af: zegt dit iets over de manier waarop mensen met natuur omgaan?”

Ook de dieren zelf maakten het filmen lastig. „Dan stonden wij u-ren te filmen bij zo’n kleine kantjil (dwerghert), omdat die misschien zijn eerste stapje zet. En ondertussen wist ik dat er ook een beleidsvergadering was. Dat geduld, dat had ik meestal niet.”

    • Lineke Nieber