Minister Blok, een zaakwaarnemer op Buitenlandse Zaken

Profiel Stef Blok Bevlogenheid is hem vreemd en hij vindt zijn ministerschap geen jongensdroom, zoals enkele voorgangers. Stef Blok bekijkt zijn baan pragmatisch: „Te veel vaktechniek kan ook een handicap zijn.”

Mark Rutte en Stef Blok na de onderhandelingen op het Catshuis. Foto’s Phil Nijhuis / Martijn Beekman / ANP

„Niet goed gekozen woorden.” „Ik had de uitspraken niet moeten doen.” „Ik betreur dat ik aanstoot heb gegeven.” In Haagse politieke termen heet dit: diep door het stof gaan. Het was woensdag minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) die de gang naar Canossa maakte: hij moest publiekelijk boete doen.

Stef Blok die voor opschudding zorgt? Het gaat het voorstellingsvermogen bijna te boven. De VVD-politicus wordt al twintig jaar getypeerd met de trefwoorden saai, grijs en degelijk. Wie Stef Blok ziet, denkt de stofjas van de magazijnbediende er automatisch bij, is een veelgehoorde observatie in de Haagse wandelgangen.

Die Stef Blok dus. Deze liet vorige week tijdens een besloten bijeenkomst in Den Haag zijn gedachten over de multiculturele samenleving de vrije loop. Hij kende geen landen waar verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam samenleven. Het is volgens hem genetisch bepaald dat we niet goed in staat zijn binding aan te gaan met onbekende mensen. En Suriname is een failed state.

Toen beelden van de bijeenkomst afgelopen woensdag via het tv-programma Zembla naar buiten kwamen, viel iedereen over Blok heen. Het berouw en de excuses volgden snel, maar konden niet voorkomen dat het onkreukbare imago van Stef Blok – „het verborgen juweel” in het kabinet noemde zijn voormalig PvdA-collega Ronald Plasterk hem in 2017 – ernstig is aangetast.

Lees ook: Wat zei Blok (en kloppen zijn uitspraken)?

Het ging juist zo goed

En dat terwijl het juist zo goed ging met Stef Blok. Hij was aan het bewijzen dat hij ook het ministerschap van Buitenlandse Zaken goed aan kon. Dat hij oog in oog zou komen te staan met de Amerikaanse president Trump bij de NAVO-top in Brussel was iets wat hij zich een jaar geleden absoluut niet kon voorstellen. Toen zag hij zich rond deze tijd „een klus in het bedrijfsleven klaren”. Meer tijd ook besteden aan zijn hobby’s na al die jaren Haagse politiek. Roeien, fietsen, zeilen, rennen, bergsport. „Alles wat zich in de buitenlucht afspeelt en waar je moe van wordt”, zei hij in een afscheidsinterview.

Zo ging het dus niet. Premier Rutte riep. Zodoende verkeert veteraan Stef Blok, dit keer als minister van Buitenlandse Zaken, midden in de wereld van wereldpolitieke verschuivingen en de daarbij behorende taal. Hij beschouwde zijn onverwachte vierde ministerschap als een „cadeautje”. Geen jongensdroom zoals voorgangers het leiden van Buitenlandse Zaken nogal eens wilden noemen. Maar het is wel een „mooie wereld” waar hij nu in is gestapt, vindt hij zelf. De in 1998 naar Den Haag gekomen VVD-politicus dacht in 2017 alles al te hebben gedaan: Tweede Kamerlid, campagneleider, fractievoorzitter, minister voor Wonen, minister van Binnenlandse Zaken, minister van Veiligheid en Justitie. Hij was 52 jaar, tijd voor iets heel anders. Een leven buiten de politiek.

Behoefte aan een vertrouweling

Terwijl Blok in februari als ex-minister nog aan het rondkijken was wat hij zou kunnen gaan doen, werd hij benaderd. Of hij de – wegens een verzonnen verhaal over een bezoek aan de Russische president Poetin – afgetreden minister Halbe Zijlstra wilde opvolgen. Rutte had dringend behoefte aan een ervaren vertrouweling in het kabinet. Blok hield de boot aanvankelijk af, maar uiteindelijk won de combinatie van loyaliteit en plichtsbesef het. „Je moet wel heel goede redenen hebben om te blijven roepen: maar ik wilde eigenlijk wat anders doen.”

Ruim vier maanden is Stef Blok nu minister van Buitenlandse Zaken. De man die in het vorige kabinet, als collega’s weer eens uitvoerig verslag deden van belangrijke ontmoetingen in het buitenland, de boel wist te ontnuchteren met de opmerking dat hij die week „in Spijkenisse” was geweest, heeft er al 28 reizen op zitten. Die brachten hem naast Europese hoofdsteden onder andere naar de Veiligheidsraad in New York, Venezuela, Colombia, Indonesië, Moskou en Marokko. „Ik slaap goed in vliegtuigen”, zegt hij.

Blok begroet oud-Kamerlid Astrid Oosenbrug-Blokland na een Kamerdebat.

Foto Martijn Beekman/ANP

Stef Blok kwam in zijn nieuwe functie van ver. Als journalisten hem in zijn begintijd vroegen naar een internationale bijeenkomst die twee dagen later zou worden gehouden, prevelde hij verontschuldigend: „U moet het mij maar niet kwalijk nemen, maar bij dat mapje ben ik nog niet.”

Het overleg met de Tweede Kamer verliep aanvankelijk stroef. Waar voorgangers zoals Bert Koenders of Frans Timmermans uitvoerig de wereld beschouwden en daarbij – als dat tenminste zo uitkwam – nog eens ingingen op een gestelde vraag, koos Blok voor de elk debat doodslaande benadering, door ieder Kamerlid afzonderlijk tergend traag uitvoerig antwoord te geven. „Koenders en Timmermans vonden het intellectuele debat interessant. Bij Blok heb je de indruk dat hij een vragenlijst afwerkt”, zegt het Tweede Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks).

Lees ook het opinieartikel van Zihni Özdil: Hopelijk is de ophef over Blok een wake-up call voor progressief Nederland

Niet uit de buitenlandhoek

Dat is het grote verschil tussen Blok en eerdere ministers van Buitenlandse Zaken: net als directe voorganger Halbe Zijlstra komt hij niet uit de buitenlandhoek. Bevlogenheid is hem vreemd. Zaakwaarnemer is een veelgehoorde kwalificatie.

Gebrek aan buitenlandervaring. Blok kent de kritiek, maar zit er verder niet mee, zo maakte hij afgelopen maandag – twee dagen voor de storm rond zijn persoon zou uitbreken – in Brussel duidelijk tijdens een kort gesprek over zijn eerste ervaringen als minister van Buitenlandse Zaken. „Als ik dat criterium toepas op mijn Europese collega’s blijven er weinig over.”

Hij draait het liever om: „Ik ben ervan overtuigd dat binnenlandse ervaring voor een minister van Buitenlandse Zaken cruciaal is om effectief te kunnen zijn. Dat zie je aan een groot onderwerp als migratie. Er was sprake van 60.000 mensen per jaar die zouden komen. Het leidde tot zalen vol met ongelooflijk boze mensen. Dan scheelt het wel als je daar als politicus gewoon tussen hebt gestaan.”

Het gaat er volgens hem vooral om of iemand het vak van minister aankan. De portefeuille doet er minder toe. „Te veel vaktechniek kan ook een handicap zijn. Voor elke minister geldt dat je om moet kunnen gaan met belangenorganisaties en het parlement. Je kan alleen maar effectief zijn als je een draagvlak weet te creëren maar tegelijk ook donders goed weet waar je zelf heen wil. Die combinatie is belangrijk maar ingewikkeld voor mensen die van buiten komen.”

Bedrijfskundige blik

Van huis uit is Stef Blok bedrijfskundige. Zo kijkt hij ook naar zijn huidige baan en ziet de parallellen met zijn vorige ministerschappen. Het verschil is, zegt hij, dat Buitenlandse Zaken niet „politiek gepolariseerd” is. „Het is minder erop of eronder. Het gaat om een groot aantal belangen waarover men het eens is. Opkomen voor de berechting van de daders van de aanslag op de MH17, daar is iedereen het mee eens. Dat maakt het minder politiek.”

Maar hoe politiek ook Buitenlandse Zaken kan zijn en dan vooral politiek gevoelig, heeft Blok woensdag ervaren. Zijn omstreden opmerkingen, „deels om te prikkelen” zoals hij zegt, worden hem zwaar aangerekend. De teneur was toch dat hij geen geloof hechtte aan de multiculturele samenleving.

Hoe dat viel te rijmen met zijn eerdere activiteiten als voorzitter van een parlementaire onderzoekscommissie naar het gevoerde integratiebeleid? Die integratie was geheel of gedeeltelijk geslaagd, stelde hij in 2004. Blok had het zelfs over „een prestatie van formaat”.

Maar dat was veertien jaar geleden. En het was toen al direct Bloks eigen VVD die weinig gelukkig was met de „naïeve” toon van het rapport. Zes jaar later, toen de VVD in het eerste kabinet-Rutte met de PVV van Geert Wilders in zee ging, werd Blok fractievoorzitter. Tijdens het debat over de regeringsverklaring toonde hij zich veel kritischer. Maatregelen waren nodig om „selectiever bij de toelating” en „veeleisender bij de inburgering” te zijn, zei Blok toen.

Een jaar later bezocht hij met fractievoorzitters uit de Tweede Kamer de Nederlandse Antillen. In Curaçao botste hij met parlementsleden van het eiland door hun te suggereren uit het koninkrijk te stappen als zij ontevreden waren over Nederland. „Wij zullen u niet tegenhouden”.

„Alleskunner Stef”, wordt hij wel genoemd in Den Haag. Daarmee heeft hij veel krediet opgebouwd. Maar het is ook ‘alleszegger’ Stef. En met dat laatste is hij nu in de problemen gekomen.

Lees ook ons commentaar: Borrelpraat minister kan niet zonder gevolgen blijven.
    • Mark Kranenburg