Evelyn Rochel Villalba: „Ik wilde voorkomen dat mijn neefjes en nichtjes hetzelfde kloteleven als ik zouden hebben.”

Foto James Rajotte

‘In Spanje besta je niet als prostituee’

Interview Sekswerker Evelyn Rochel Villalba strijdt voor de rechten van Spaanse sekswerkers. „Feitelijk zijn we, middenin Europa, gewoon slaven.”

Het verzet dat Evelyn Rochel Villalba ruim een jaar geleden tegen de eigenaren van seksclub Flowers probeerde aan te wakkeren, keerde zich al snel tegen haar. De 43-jarige prostituee moest zich zelfs verschansen in haar kamer 113, om te voorkomen dat een groep collega’s haar iets aan zou doen. De Colombiaanse stuurde daarop uit angst tal van media – waaronder NRC – een mailtje, waarin ze aandacht vroeg voor haar verhaal en dat van talloze andere prostituees in Spanje. Het bleek haar redding, ze werd na een week door de politie ontzet. Maar een structurele oplossing voor haar problemen kwam er niet. Sterker nog: Rochel Villalba was in één klap haar baan én haar huis kwijt. Nu, een jaar na het drama in de Madrileense seksclub, voert Rochel Villalba nog steeds een eenzame juridische strijd tegen haar voormalige bazen, die ze beticht van jarenlange uitbuiting en het schenden van haar mensenrechten.

Nog steeds wacht ze in twee zaken tegen de eigenaren van Flowers op een uitspraak. Op een bankje voor de deur van Hotel Diana Plus – haar nieuwe werk- en woonplek – blikt ze terug op bijna twintig jaar prostitutie. Maar ze kijkt ook strijdbaar vooruit. „Ik weet wel dat het vrijwel onmogelijk is mijn zaken te winnen. En toch vind ik het belangrijk dat iemand ze voert. Zodat de Spanjaarden later niet kunnen zeggen dat ze niet wísten hoe prostituees hier behandeld worden. Feitelijk gezien zijn we, middenin Europa, gewoon slaven. We werken voor een club, maar krijgen er geen rechten voor terug.”

Kloteleven

Rochel Villalba gaat in gedachten twintig jaar terug, naar de tijd waarin ze in het Colombiaanse Barranquilla in armoede leefde. „Ik maakte er schoon in huizen van buren, in ruil voor eten. Totdat ik een leuke Spanjaard ontmoette. Ik was 22 jaar en besloot met hem mee te gaan naar Europa. Wat had ik te verliezen? Maar na een paar jaar bleek de relatie niet te werken.” Terugkeren naar Colombia was geen optie, en via een ex-vriendin van de Spanjaard, een Dominicaanse die hij had leren kennen in een seksclub, werd de interesse voor de prostitutie gewekt. „Ik prikte met mijn ogen dicht op een advertentiepagina van allerlei sekshuizen. Zo kwam ik in het Catalaanse Empuriabrava terecht.”

Het is het begin van een onstuimig en onzeker leven in een netwerk van Spaanse seksclubs, waar Rochel Villalba eigenlijk nog steeds onderdeel van is. „Ik dacht eerst alleen maar aan mijn familie in Colombia, ik wilde voorkomen dat mijn neefjes en nichtjes hetzelfde kloteleven als ik zouden hebben. Ik heb hun studies betaald en bij de notaris laten vastleggen dat zij dat ook voor hun kinderen doen. Eén is nu architect, een ander advocaat. Dat geeft me veel voldoening.”

Maar zelf staat ze na al die jaren nog altijd met vrijwel lege handen. „In Spanje besta je simpelweg niet als prostituee. Je kunt daarom nergens aanspraak op maken.”

De geboren Zuid-Amerikaanse houdt even stil als er een man met een hond langs loopt, en legt dan uit hoe geraffineerd de Spaanse seksindustrie in elkaar steekt. „In Spanje zijn er talloze seksclubs waar vrouwen als prostituees werken. Dat is een publiek geheim, de prostitutie wordt gedoogd.”

Formeel gezien hebben de eigenaren van de clubs dan ook geen enkele overeenkomst met de vrouwen, vertelt Rochel Villalba. De prostituees zijn voor de wet gewone hotelgasten, die een kamer huren en beneden in de discotheek andere gasten mee naar boven nemen. „Daarmee is deze business voor de bazen volkomen legaal, maar hebben de vrouwen geen enkel recht.”

Arbeidsrelatie

Met haar zaken wil Rochel Villalba aantonen dat er wel degelijk een arbeidsrelatie bestaat tussen haar en de eigenaren van de seksclubs, inclusief allerlei plichten. Bij Flowers kost een kamer in het tweesterrenhotel aan de snelweg naar Madrid bijvoorbeeld 90 euro per nacht, geld dat je als prostituee zelf terug moet verdienen. De club verplicht je van vijf uur in de middag tot diep in de nacht te werken, de sleutel van je kamer krijg je alleen als je een klant mee naar boven neemt. „En dan word je ook nog geacht voor 10 euro lakens en handdoeken te huren.”

Ondanks alles blijft Rochel Villalba kiezen voor een leven in de club. „Simpelweg voor mijn eigen veiligheid. In deze wereld weet je nooit wie je tegenkomt. Maar zelfs binnen de club kan er nog van alles gebeuren.” Zo vertelt ze hoe in Flowers een Dominicaanse eens een hele nacht gemarteld werd door een klant. „Ze had geluk dat ze het heeft overleefd.”

Onlangs nog werden twee jonge vrouwen direct vanuit een club afgevoerd naar een psychiatrische instelling. „Die waren geestelijk kapot. Ik ben gelukkig sterk van geest, ik kan negatieve ervaringen goed verdringen. Dan reset ik mijn hoofd.” Slecht één keer is Rochel Villalba echt bang geweest. „Een klant zag me in gedachten aan voor zijn ex. Hij wilde me wat aandoen, maar ik bleef kalm en blufte dat camera’s alles vast zouden leggen.”

Toch kan ze ook positieve dingen opnoemen aan haar vak. „Ja, soms krijg ik ook een orgasme samen met een klant. We zijn mensen van vlees en bloed, en prostituees hebben net als ieder ander behoefte aan genegenheid. Het is heel fijn als een klant je die geeft.” En soms moet je ook gewoon genieten van het geld wat je verdient, vindt ze.

Al steekt ze nu vrijwel al haar geld in de bouw van een sportschool in haar geboortestad Barranquilla. „Vergeet niet dat alles wat wij verdienen zwart geld is. We bewaren het in oude panty’s, in de poot van een bed of achter het plafond.”

Eens in de zoveel tijd stuurt Rochel Villalba geld naar huis. „Daarvoor betaal je 10 procent aan een mannetje in Spanje en 10 procent aan een mannetje in Colombia – de enige manier om het wit te wassen.” Ze zou graag willen dat het anders was, vertelt ze. Dat prostituees worden erkend, gewoon belasting betalen, naar de dokter kunnen als dat nodig is en op hun oude dag van een pensioen kunnen leven. „Is dat dan écht te veel gevraagd?”

In Utrecht verdween vorig jaar een tippelzone, en daarmee alweer een werkplek voor prostituees. „Waar moet ik dan mijn boterham van betalen?”
    • Koen Greven