Opinie

    • Lamyae Aharouay

Ik hoef niet meer zo nodig iets te vinden

Het is tijd om als columnist te stoppen als je moe wordt van opinies, ook die van jezelf. Bij mij begon de aversie na twee jaar, en na nog eens een half jaar is het klaar, op. De verleiding om overal iets van te vinden, is groot. We worden aan de lopende band gevraagd naar onze mening, wat we ergens van vinden. Let er maar eens op. Met een muisklik reageer je op een poll. Zeg wat je ergens van vindt en je maakt kans op een waardebon. In het tekstvakje van Twitter staat niet voor niets ‘Wat houdt je bezig?’. Als je naar de radio luistert, hoor je zomaar wat mensen van alles vinden over onderwerpen waar ze weinig over weten. Als je naar een nieuwsitem op tv kijkt, is er een grote kans dat de man op straat ook mag reageren. Wat vindt u?

Er zijn mensen die zich schaamteloos opiniemaker noemen. Dat wóórd alleen al. Autoriteit op een bepaald onderwerp, of kennis die verder reikt dan wat een zoekopdracht op Google oplevert, het is onnodig. Debatprogramma’s zijn in de kern een uitwisseling van standpunten. En door ernaar te luisteren en het te delen, al dan niet met toevoeging van ons eigen oordeel, houden we het in leven. En ja, als je gevraagd wordt om columns te schrijven, dan moet er toch een opinie doorklinken in je stukken en draag je actief bij aan die meningenwaterval.

Lees ook wat voor reacties Lamyae Aharouay kreeg op haar columns en vooral over haar hoofddoek: Hoe ik een dikke huid kreeg

Ik groeide op in de jaren dat er veel te vinden was. Tijdens de aanslagen van nine eleven was ik elf, tijdens de moord op Fortuyn twaalf, tijdens de moord op Van Gogh veertien. Mijn pubertijd, een periode van zelfontplooiing en zelfbewustzijn, speelde zich af in een context waarin het veel ging over mensen zoals ik. De vraag ‘Maar wat vind JIJ hier nou van’ werd geregeld gesteld. Het is eigenlijk nooit opgehouden. En ik ben er altijd in meegegaan, had altijd een antwoord. In talkshows, in praatprogramma’s op de radio, in deze column, op sociale media.

Maar het afgelopen jaar ben ik me steeds minder in het debat gaan mengen, tot ik alleen deze plek overhield. En ook daar doe ik nu afstand van. Er begon iets te knagen.

Ik zie de impact van al die meningen: hoe het ontaardt in feitenvrije, luie debatten. Het slaat alle nieuwsgierigheid en empathie dood. Politici en bestuurders maken er handig gebruik van. Opinies zijn overzichtelijker dan feiten.

En alles moet kort, het gaat erom wát je vindt, niet waarom. Ja of Nee. Voor of Tegen. Kleur bekennen, aan welke kant sta jij. We hebben een omgeving gecreëerd waarin geen ruimte bestaat om je te laten overtuigen.

Er zijn natuurlijk columnisten met verstand van zaken over bijvoorbeeld politiek, Midden-Oosten, of economie, die weten waar ze het over hebben. Hun stukken zijn gebaseerd op de kennis die ze in de loop der jaren hebben verzameld en zijn een toevoeging aan het publieke debat. Maar er is een onderscheid tussen hen en columnisten die geen autoriteit of ervaring hebben, maar vooral dingen vinden. Daar reken ik mijzelf – vooralsnog – toe.

Bijna zou je vergeten dat het hebben van een mening geen verplichting is. Dat het goed is om te zeggen dat je ergens te weinig vanaf weet om er iets van te vinden. Of dat het je gewoon niet zoveel kan schelen. Ja, de vrijheid van meningsuiting moeten we beschermen en koesteren. Dat betekent alleen niet dat alle opinies daarom per se relevant, belangrijk of interessant zijn.

Meningen zijn als hamburgers. Ze zijn zo makkelijk te krijgen, ze ruiken zo lekker, je geniet er even van, maar in the end hou je er een onverzadigd gevoel aan over. Ik hoef niet meer zo nodig te vinden. Liever wil ik gewoon weten.

Lamyae Aharouay presenteert de podcast NRC Haagse Zaken. In september begint ze als politiek verslaggever voor NRC.
    • Lamyae Aharouay