Opinie

    • Maarten Schinkel

Hete zomer? Laag arbeidsethos

Ook niet vooruit te branden? Nu de hete dagen zich eindeloos aaneen rijgen dringt zich de vraag op of al dit warme weer wel goed is voor de productiviteit. Een beetje werknemer doet het ’s ochtends wat rustiger aan, loopt rond met dat knagende gevoel dat deze geweldige dag toch beter besteed had kunnen worden, de lunch loopt een tikje uit, ’s avonds toch nét wat langer op dat terras. Waarna ’s ochtends… enzovoort.

En wordt dat in de toekomst een probleem als het structureel warmer wordt? Dat we opwarmen staat voor de statistici vast. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is de gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt in de periode 1952 tot en met 2017 met 1,7 graad Celcius gestegen, en waren de laatste jaren in Nederland „veruit de warmste sinds het begin van de meetreeks”. De temperatuur in de wereld lag in 2017 0,9 graad boven het gemiddelde van de jaren 1961 tot en met 1990. Deze opwarming noemt het CBS statistisch significant.

Er is wereldwijd een samenhang tussen temperatuur en welvaart, al is correlatie hier nog geen causaliteit. Het is makkelijk om het stereotype van de hardwerkende Noord-Europeaan te zetten tegenover het cliché van de zuiderling die vanonder zijn sombrero de zaak liever uitstelt tot morgen. Daar denken ze in het tropische en succesvolle Singapore vast anders over. En bovendien: onze hele beschaving vindt grotendeels zijn wortels in gebieden waar het, ook destijds, nogal aan de hete kant was.

Toch: hitte maakt kennelijk loom. Het World Economic Forum waarschuwde drie jaar geleden al voor productiviteitsverlies als gevolg van hogere temperaturen. Het baseerde zich daarbij op een onderzoek van het Amerikaanse National Bureau for Economic Research (NBER), dat stelt dat elke graad dat de temperatuur in de VS stijgt, productiviteitsverlies oplevert van 1,7 procent. Een weekdag boven de 30 graden scheelt zo’n 20 dollar aan omzet per werknemer. In het weekeinde hebben zulke warme dagen echter geen effect.

Onderzoek in de VS is in dit opzicht waardevol. Het land is dermate groot dat het verschillende klimaten binnen de grenzen heeft. De Harvard-econoom Jisung Park doet al jarenlang onderzoek naar de samenhang tussen klimaat en productiviteit. Hij concludeert onder meer dat Amerikaanse steden waar men gewend is aan hitte, zoals Phoenix, Arizona, zonder veel moeite omgaan met een temperatuurstijging, terwijl een stad als Boston er schade aan ondervindt. Vooral bouw, landbouw en industrie lijden.

Er hangt dus veel af van ervaring en van organisatie. Als het klimaat verder verandert zullen landen met een lage welvaart vermoedelijk meer productiviteitsverlies kennen dan landen waar voldoende middelen en organisatie zijn voor aanpassing. Maar zaligmakend is organisatievermogen ook weer niet, zeker niet op de korte termijn. In een ander onderzoek vond Park dat de prestaties van NewYorkse scholieren op hete dagen met tot wel 15 procent verminderen, onafhankelijk van extra koeling of maatregelen van leraren.

Gaat het warme 2018 Nederland welvaart kosten? Dat zou dus best kunnen, al zegt dat niet per definitie iets over de volgende zomers. Ook structurele klimaatverandering onttrekt zich niet aan de gangbare variaties van het weer. Maak het vanavond dus lekker laat op dat terras.

Maarten Schinkel schrijft over macro-economie en de financiële markten

    • Maarten Schinkel