Formule voor een gelukkig huwelijk

Deze zomer verkent weer verboden liefdes. Deel 1: vrijwillige uithuwelijking.
Illustratie Anne van Wieren

‘Ik ben zo blij dat me al dat gedoe met liefde bespaard wordt”, verzucht P. (23) en neemt nog een hap van haar moeders roti. Pauze in een faculteitsgebouw van de Universiteit Leiden. Ik lunch met een groepje vrouwelijke studenten. Er wordt gepraat over vriendjes, vriendinnetjes en wellustige affaires.

„Ik ben nog nooit verliefd geweest”, vertelt P. haast trots. „Moet er niet aan denken. Verliefdheid is zo overrated. Het is niets meer dan een hormonale explosie die ergens tussen zes weken en acht maanden aanhoudt. Echte liefde is een duurzame verbinding.”

„Maar als het goed is transformeert die verliefdheid daar vanzelf in toch?”, vraagt een andere studente. Ze heeft net een nieuwe vriend en is „over haar oren”.

„O ja? De helft van alle huwelijken strandt. En voor koppels die eerst gaan samenwonen is de toekomstprognose nog ongunstiger.”

De studentes schuifelen wat op hun stoel. Het is me niet duidelijk of hun onrust de hartsgesteldheid van P., of hun eigen relationele toekomst betreft. Eén van hen woont net samen, de ander staat op het punt dat te doen. P. neemt nog een hap van haar roti en vervolgt op de toon van een volleerd wetenschapper: „Als je met meer dan drie partners hebt samengewoond, is de kans van slagen van een uiteindelijk huwelijk significant nihil.” De studente met een Indiase vader en Hindoestaanse moeder is een cijfergenie. Het beruchte statistiek-programma SPSS noemt ze „haar beste vriend”. Blijkbaar heeft ze haar berekeningen ook op de liefde losgelaten.

„Wil je dan nooit trouwen?”, vraagt een Libanees-Nederlandse medestudent die als sjiitisch moslim een Iraanse vriend heeft, maar die relatie voor haar ouders verborgen houdt. „Anders kan ik het daten wel vergeten”, fluistert ze me toe. „Bij ons wordt meteen getrouwd.”

„Natuurlijk ga ik trouwen”, zegt P. blij. „Volgend jaar!”

Nu is de verwarring compleet.

„Met wie dan?”, vraag ik.

„Met een bruidegom die mijn moeder voor mij uitzoekt. Wie kent mij beter dan zij?”

„Nou jijzelf misschien”, mompelt een studente.

P. negeert haar opmerking en doceert: „Wat zijn de ingrediënten van een duurzaam huwelijk? Gemeenschappelijke waarden. Gedeelde religieuze opvattingen. Overeenkomende cultuur.”

Mesj’Allah, jij bent echt hardcore”, mompelt de Libanees-Nederlandse verwonderd.

„Koppels van eenzelfde afkomst en context zijn simpelweg het gelukkigst. Zo ook mijn ouders. Mijn moeder is vanuit Suriname via gemeenschappelijke contacten en verre voor-familie met mijn vader in India getrouwd.”

P. pakt haar telefoon. „Kijk, dit is mijn broer tijdens zijn bruiloft in het geboortedorp van mijn vader. Dit ben ik...” We verdringen ons om haar beeldscherm. Ze toont foto’s van haarzelf in sari. „Dat daar wordt waarschijnlijk mijn man.” Ze tikt met haar gelakte nagel op een wat schuchter-kijkende twintiger in traditionele kleding. „Maar hij kan het ook zijn”, ze wijst op een andere kandidaat die rechts van haar broer staat. „Mijn moeder zoekt nu uit wie het meeste land en de beste connecties heeft. Want dat is natuurlijk ook een geluksfactor. Niets is meer funest dan geldstress.”

Mounir Samuel schreef ook over verboden liefde in zijn nieuwste boek God is groot: eten, bidden en beminnen met moslims. De naam van P. is om privacyredenen geanonimiseerd.
    • Mounir Samuel