Foto Jack Vartoogian / Getty Images

‘Volksmuziek uit Estland is raar en natuurlijk tegelijk’

Interview De Estse bard Maarja Nuut is een van de opmerkelijkste acts dit weekend op het klassieke buitenfestival Wonderfeel. „Het gaat om de verhalen die ik vertel, stokoude, zeer verfijnde verhalen over leven, liefde en dood.”

Een hese vrouwenstem neuriet een volksmelodie in een ritme dat je niet meteen meetikt. Een kopie van de stem weeft zich daar in canon doorheen. Een derde laag begint te zoemen. Voor je geestesoog lichten grasvelden groen op in nachten die niet donker worden, of bossen waarin elfen en faunen logische verschijnselen zouden zijn.

Ziedaar de wereld van de 32-jarige Estse bard Maarja Nuut. Je zou haar zangeres kunnen noemen, of violiste, of stemartieste: wie luistert naar het nummer ‘Vaga Linuken’ van haar album Une Meeles hoort alle drie tegelijk.

In haar liedjes combineert Maarja Nuut zingend en vioolspelend traditionele dansmelodieën met oude Estse volksverhalen en elektronica. Soms werkt ze daarbij samen met andere musici, maar niet in Une Meeles, het naar de cd vernoemde soloprogramma dat ze zaterdag brengt op Wonderfeel. „Une Meeles betekent ‘in de greep van een droom’.”

Nuut valt tussen veel genres in. Optreden op een klassiek muziekfestival is niet ongewoon voor haar, al zijn popzalen, wereldmuziekevenementen en jazzfestivals gebruikelijker. „Wat me opvalt is het verschil in luisterhouding”, zegt ze vanuit woonplaats Talinn. „Klassiek publiek is gewend gefocust te luisteren. En al liggen mijn eigen muzikale wortels elders, die aandacht heeft mijn muziek ook nodig. Stilte en details zijn belangrijke componenten.”

Volksmuziek is hip in Estland

Nuut groeide op in een muzikaal gezin: haar moeder is koordirigent, als kleuter gaf Maarja al haar eerste concert („voor mijn konijn”) en ze is voortdurend met muziek bezig sinds ze als 7-jarige op vioolles ging. „Eerst kreeg ik gewoon klassiek les, maar vanaf mijn 15de begon ik andere muziek te spelen”, vertelt ze. „Na het conservatorium ben ik een jaar naar New Delhi gegaan om daar te studeren. Daarna wist ik: voor mij geen westers klassiek meer.”

In Estland is volksmuziek hip. Nuut: „Er is een enorme revival aan de gang: veel musici brengen oude volksmuziek op een moderne manier, vaak voor een heel jong publiek.”

Maar haar eigen fascinatie voert al langer terug. In haar studententijd stuitte ze op archiefopnames van Estse volksmuziek uit de jaren twintig en dertig. „Ik was er sceptisch over. Estse traditionele muziek, zou die net zo interessant zijn als Indiase? Maar vanaf het moment dat ik een traditionele fiddlespeler hoorde, was ik verkocht. Die klank had niks te maken met wat ik kende als Estse ‘volksmuziek’: dit was raar en natuurlijk tegelijk.”

Vijf jaar lang deed Nuut „manisch” onderzoek naar oude opnames. „Ik wilde echt geheel en al doorgronden wat ik hoorde. Aan de oppervlakte is het heel minimalistisch: korte frases van vier noten die zich herhalen, en dan wel en niet hetzelfde zijn. Alles komt aan op articulatie, details, accenten en dat geldt ook voor de wijze waarop werd gezongen – heel rijk aan microtonen. Zo klinkt die muziek, ondanks de herhalingen, heel levendig.”

Schommelen

En dan zijn er nog de enorme regionale verschillen. „Wij Esten hebben een traditie van schommelen, en daar horen ook locale schommelliedjes bij. In Zuid-Estland heb je heuveltjes, dus kleinere schommels en liedjes met een snel ritme. In Noord-Estland zijn minder bossen en heb je grotere schommels, dus ook liedjes met een langzamer puls.”

Zelf gebruikt Nuut voor haar liedjes traditionele teksten, soms van ouder dan 1.000 jaar, maar de muziek is van haar eigen hand – al is die sterk beïnvloed door haar onderzoek naar oude volksmuziek. Kenmerkend voor haar is het gebruik van loops: opgenomen herhalingen die zich door de live-zang mengen – wat opmerkelijk genoeg juist heel natuurlijk ‘volksmuzikaal’ klinkt.

„Mijn oorspronkelijke idee was dat herhalingen een authentiek fenomeen zijn, en dat ze dus ook zo zouden klinken”, beaamt Nuut. „Maar tegelijkertijd was ik er bang voor. Het domweg mixen van herhalingen is ook wel erg primitief en doet weinig recht aan de veelkleurigheid van de oude zangers en spelers die ik beluisterde. Dus heb ik een systeem ontwikkeld om ritmische patronen over elkaar heen te dubben, een beetje afgekeken uit de Indiase volksmuziek. Door de verschuivingen die zo ontstaan krijg je wisselende ritmische accenten. Het geheel is vrij wiskundig, maar klinkt gelukkig niet zo. De aandacht van de luisteraar moet niet uitgaan naar de techniek, maar naar de verhalen die ik vertel: stokoude maar tijdloze, in de beeldspraak zeer verfijnde verhalen over leven, liefde en dood.”

En verhalen die ook nog eens lekker dubbel zijn in hun moraal, lacht ze. „Pure helden en onversneden slechteriken vind je er niet in, het is allemaal ambivalent en in die zin heel waarachtig. Dat bevalt me. Sterker: ik denk dat het een actueel doel dient. De informatieoverdaad lijkt ons soms bijna te dwingen tot het vereenvoudigen van alles wat binnenkomt. En vervolgens ligt, vanuit die simplificatie, het veroordelen van andermans visie op de loer. Niet doen. De enige manier om de wereld te verbeteren is open en kwetsbaar te blijven, en bereid zijn om al je gezichtspunten de hele tijd te herijken.”

    • Mischa Spel