Opinie

    • Michel Krielaars

De horeca versus de boekhandel

Edelachtbare mevrouw Halsema, Allereerst wil ik u feliciteren met uw benoeming als burgemeester van Amsterdam, die ik op grond van uw beleidsvoornemens toejuich. Wel miste ik iets in uw bezielende toespraak van vorige week. U wijdde namelijk geen woord aan de in zwaar weer verkerende hoofdstedelijke boekhandel. Juist omdat u zelf president-commissaris van uitgeefhuis WPG bent geweest en ook als bevlogen auteur het gedrukte woord een warm hart toedraagt, had ik anders verwacht.

Zo schreef ik twee weken geleden in deze column over Athenaeum Boekhandel op het Spui, een van de beste boekhandels ter wereld en een cultureel monument in uw stad. Athenaeum heeft te lijden onder zowel het afnemend aantal studenten dat wel eens een boek koopt als onder de groeiende stroom toeristen, die zich liever aan het bier van omliggende horeca-gelegenheden laaft dan aan de literatuur. De door u voor 2025 voorspelde toename van die meute met nog eens 34 procent zal Athenaeum en de andere boekhandels in het centrum een extra zware slag toebrengen. Al was het maar omdat dan nog meer lezers hun boeken bij Bol.com of Amazon zullen bestellen om zich de martelgang naar het Spui te besparen.

Nu begrijp ik dat het niet eenvoudig is om het aantal horeca-vergunningen in Amsterdam te beperken. Maar toch zou u maatregelen moeten treffen om het voortbestaan van die boekhandels te kunnen garanderen. Een gemeentelijke campagne die lezers oproept hun boeken in levenden lijve of digitaal bij die boekhandels met hun belezen medewerkers te kopen of te bestellen, zou al wonderen kunnen verrichten.

Ter inspiratie van uw aanstaande bemoeienis met het Amsterdamse boekenvak, wil ik u wijzen op twee onlangs verschenen romans over de boekenwereld. Allereerst Juliette of het geluk van boeken van de Franse schrijfster Christine Féret-Fleury. Het is het verhaal van een jonge vrouw, die wordt verleid tot bookcrossing – het doorgeven van gelezen boeken aan mensen van wie je vermoedt dat je ze er een plezier mee doet. Juliette doet denken aan de film Amélie, vooral dankzij de vele anekdotes. Bijvoorbeeld als een van de hoofdpersonages over een vrouw in de metro, die op bladzijde 247 van een liefdesroman in tranen raakt, zegt: ‘Op bladzijde 247 lijkt alles verloren. Dat is het mooiste moment, begrijpt u?’

Van een literair hoger niveau is The Bookshop (1978) van de herontdekte Britse schrijfster Penelope Fitzgerald. Deze roman, die zich afspeelt in 1959, is toepasselijker op het huidige boekhandelsklimaat dan Juliette. In een stadje in Suffolk koopt een weduwe van goede wil het leegstaande The Old House en vestigt er een boekhandel. Maar de vrouw van een gepensioneerde generaal met veel lokale macht wil in datzelfde huis een kunstencentrum beginnen. Uiteindelijk krijgt die snobistische generaalsvrouw haar zin.

The Bookshop, waarvan nu ook een filmversie bestaat, is oer-geestig en wrang tegelijk. Maar vooral staan er betekenisvolle zinnen in als: ‘A good book is the precious life-blood of a master spirit, embalmed and treasured up on purpose to a life beyond life.’ Die woorden zijn van de 17de-eeuwse dichter John Milton en doen er nog altijd toe. Ik hoop dat u ze ter harte neemt.

Met beleefde boekengroet,

Michel Krielaars

    • Michel Krielaars