(Bijna)moeder? Vergeet dat onderzoeksgeld dan maar

Subsidies

Onderzoekssubsidies zijn cruciaal voor een academische loopbaan. Maar bij het aanvragen ervan staan vrouwen met kinderen op grote achterstand. NRC sprak met zes vrouwen, van wie er twee een rechtszaak aanspanden.

Christina Eckes, hoogleraar Europees recht, thuis met haar dochter. Foto Roger Cremers

Christina Eckes, inmiddels hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam, vroeg in oktober 2015 een Vidi-beurs aan bij wetenschapsfinancier NWO. Nu, bijna drie jaar later, is ze nog steeds in een juridische strijd verwikkeld, doordat ze zwanger was toen ze de subsidie van 800.000 euro aanvroeg. Eckes was de eerste, en is nu een van de twee vrouwelijke wetenschappers in Nederland die naar de rechter zijn gestapt met een klacht over seksediscriminatie in de behandeling van een subsidieaanvraag.

De jaarlijkse aanvraagrondes voor de begeerde NWO-beurzen kennen een strak tijdpad (zie kader) dat niet altijd goed met het eveneens strakke tijdpad van een zwangerschap te combineren is, of met de zorg voor een pasgeboren baby. Soms moeten vrouwen daardoor op een ongunstig moment een weerwoord schrijven of interview geven. NWO probeert wel om dan ‘maatwerk’ te leveren, maar heldere regels ontbreken.

Voor dit artikel sprak NRC zes vrouwen die hebben geworsteld met subsidieaanvragen tijdens de zwangerschap en las de rechtbankdossiers van twee van hen. Hoeveel vrouwelijke wetenschappers met deze problemen kampen, is onbekend. Ze praten er niet graag over. Bang dat hun gebrek aan ambitie verweten wordt omdat ze moederschap zouden verkiezen boven een academische carrière. Bang om ‘zwakte’ te benadrukken: in de tijd rond de bevalling halen ze het niet om vijftig uur per week topwetenschap te bedrijven. En ze zijn bang dat publiciteit zoeken hun kans op subsidiegeld beïnvloedt. Drie van de zes vrouwen die NRC sprak, willen daarom niet met hun naam in de krant. „De commissieleden die mijn aanvraag beoordelen, lezen ook de krant”, zegt een van hen.

Wat gebeurde er bij Christina Eckes? Zij zag toen ze haar aanvraag schreef al dat ze in de dagen dat ze haar weerwoord zou moeten indienen, half januari, uitgerekend was voor de geboorte van haar tweede kind. Dat mailde ze NWO. Een beleidsmedewerker mailde diezelfde week terug dat ze zou proberen referenten te zoeken die hun rapporten al voor de kerstvakantie konden leveren, zodat Eckes ze eerder had. Maar dat gebeurde niet.

NWO had de referentenrapporten weliswaar op 21 december binnen, maar Eckes ontving ze pas op 7 januari, net als de andere aanvragers. „Pas tijdens de kerstvakantie viel het me op dat ik ze niet had gekregen”, zegt Eckes. Niet alleen was ze al vanaf half december met zwangerschapsverlof; ook was haar moeder ernstig ziek (die overleed een jaar later), en zelf moest ze vaak naar het ziekenhuis wegens zwangerschapsdiabetes. Daarnaast solliciteerde ze in december voor haar huidige hoogleraarspositie.

Gordijnen ophangen

Op 13 januari, één dag voor ze uitgerekend was, diende Eckes haar weerwoord in. Het werd beoordeeld als ‘matig’, terwijl haar aanvraag ‘excellent’ en ‘zeer goed’ was. Ze kreeg de beurs niet. Eckes tekende bezwaar aan bij NWO en toen dat vergeefs bleek, nam ze de ongebruikelijke stap naar de bestuursrechter om een nieuwe beoordeling van haar voorstel te eisen. „Tijdens de zitting verklaarde mijn contactpersoon bij NWO dat zij op de dag van haar bevalling nog gordijnen bij haar moeder had opgehangen”, vertelt Eckes geïrriteerd. „Dat is toch geen argument. En misschien hangen ze wel scheef.” Jaap Schouten, bij NWO verantwoordelijk voor het diversiteitbeleid, kent dit voorval niet, maar de opmerking van de NWO-contactpersoon representeert niet het officiële NWO-standpunt, zegt hij desgevraagd.

In juli 2017 verklaarde de bestuursrechter Eckes’ klacht ongegrond: ze had beter voor haar belangen moeten opkomen. Maar Eckes vindt dat NWO in gebreke is gebleven door haar de referentenrapporten niet eerder te sturen. „En NWO heeft geen algemene regels voor wat er moet gebeuren als aanvragers zwanger zijn”, zegt ze. „Dat is sterk tegen het principe van gelijke behandeling.” Ze ging in hoger beroep; de uitspraak volgt dit najaar.

Eckes is niet de enige met dit soort problemen. De Leidse ontwikkelingspsychologen Berna Güroglu en Jiska Peper moesten allebei op gesprek, een subsidieaanvraag verdedigen, toen hun baby’s net een paar weken oud waren. Güroglu, die rond de bevalling nog vanuit het ziekenhuis met NWO had gebeld over de beoordeling van haar voorstel, kreeg geen Vidi-beurs. Peper sleepte haar Veni wel binnen.

Twee andere vrouwen, hier A. en B. genoemd, moesten hun weerwoord voor een Veni-beurs net als Eckes rond hun uitgerekende datum indienen. A. vertelt dat ze dagen bezig was om iemand bij NWO te pakken te krijgen. Uiteindelijk werd haar gevraagd of twee dagen uitstel voor het weerwoord genoeg was.

B. kreeg na overleg met NWO de referentenrapporten eerder, maar moest vanwege een ernstige zwangerschapscomplicatie nóg vroeger bevallen en legde in het ziekenhuis de laatste hand aan haar weerwoord. „Ik wilde er geen aandacht op vestigen dat ik ziek was, bang dat mensen denken: een vrouw met een baby heeft wel wat anders aan haar hoofd dan topwetenschap. Dat je op zo’n ongunstig moment op hoog niveau moet presteren zet je op een achterstand.” Dat is oneerlijk, vindt ze: „Het feit dat ik op het toetsmoment misschien niet fit ben, zegt niets over de vraag of ik over een half jaar onderzoek kan doen. Ik kan dat prima.”

Lees ook over Britse onderzoek naar wetenschappelijke kennis van vrouwen: De bias van mannelijke wetenschappers over vrouwen

En subsidies zijn belangrijk voor je carrière. „Je hebt altijd meer onderwijstaken dan waar je tijd voor hebt”, zegt Eckes. „Maar dé manier om carrière te maken aan de universiteit, is onderzoek doen. Met een Veni kun je voor jezelf onderzoekstijd kopen, met een Vidi kun je ook nog een paar promovendi betalen.” En omdat geld binnenhalen wordt gezien als teken dat je goed bent, vergroot het de kans dat een volgende aanvraag óók gehonoreerd wordt. Wetenschappers die vroeg in hun carrière nét een beurs binnenslepen, werven de acht jaar daarna twee keer zoveel onderzoeksgeld als wetenschappers die er nét naast grijpen, bleek onlangs nog uit Nederlands onderzoek(PNAS, 29 maart). Het binnenhalen van subsidies wordt steeds meer gezien als een voorwaarde voor een carrière in de Nederlandse wetenschap.

Tegelijk weten we: bij elke stap hoger op de wetenschappelijke carrièreladder wordt het aandeel vrouwen kleiner. Slechts 19,3 procent van de hoogleraren is een vrouw. Die uitstroom aan vrouwelijk talent kost de universiteiten jaarlijks tientallen miljoenen, becijferde het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren vorig jaar. NWO heeft dan ook wel degelijk speciaal genderbeleid: beurzen, netwerken, loopbaantrajecten voor vrouwen. En de mogelijkheid om verlenging te krijgen van de indientermijn voor de Veni-, Vidi- en Vici beurzen: je moet je aanvraag hiervoor respectievelijk binnen 3, 8 en 15 jaar na je promotie hebben ingediend, maar biologische moeders krijgen een verlenging van achttien maanden per kind.

Waarom heeft Eckes daar niet van geprofiteerd? Waarom vroeg ze tijdens haar zwangerschap subsidie aan, met het risico dat ze op een onhandig moment haar weerwoord moest schrijven? „Dat zou betekenen”, kaatst ze terug, „dat ik de hele tijd dat ik zwanger ben geen geld zou kunnen aanvragen? Geld aanvragen is deel van mijn werk en ik werkte toen gewoon.” Uitstel leek haar slecht voor haar carrière. „Op een gegeven moment ben je in hun ogen niet meer dat jonge talent dat zich nog gaat ontwikkelen. En ik denk dat je met uitstel een gat opbouwt. In 2016 had ik één kind van anderhalf en één was net geboren. Ik heb toen wel 38 uur gewerkt, maar niet 55 uur, zoals normaal. Het gevolg is dat ik afgelopen jaar voor het eerst niet in één van de topjournals heb gestaan. En daar kijken beoordelaars naar.”

Gebroken nachten

Een andere vrouw kwam inderdaad in de problemen door haar publicatielijst – ze heet hier C. Zij maakte van die verlenging gebruik; ze had sinds haar promotie drie kinderen gekregen. In het cv bij haar Veni-aanvraag had ze keurig haar ‘effectieve onderzoekstijd’ uitgerekend, met aftrek van zwangerschaps- en ouderschapsverlof. De aanvraag werd niet gehonoreerd, haar cv had de doorslag gegeven: niet genoeg gepubliceerd. „Ik heb redelijk kort verlof gehad”, zegt ze somber. „En na de geboorte van mijn eerste kind was 36 uur werken, wat in mijn contract staat, ook echt even 36 uur, en niet ruim 50 uur wat ik daarvoor wel deed. Je zit toch met je gezin, borstvoeding, gebroken nachten. Ik ga niet opvoeren: ik heb die dag twee uur gekolfd. Maar ik dacht wel: daar word ik nu dus op afgerekend.”

Toen stuitte ze op onderzoek van Romy van der lee en Naomi Ellemers (PNAS, 2015) waaruit bleek dat 14,9 procent van de vrouwen in 2010-2012 haar Veni-aanvraag gehonoreerd kreeg tegenover 17,7 procent van de mannen. Vrouwen kregen lagere beoordelingen op ‘kwaliteit van de onderzoeker’ dan mannen, maar gelijke beoordelingen op ‘kwaliteit van het onderzoeksvoorstel’. In vakgebieden met relatief veel vrouwen (gezondheidswetenschappen, sociale wetenschappen) was het verschil in honoreringen tussen mannen en vrouwen het grootst. Omdat het daar al goed lijkt te gaan met de representatie van vrouwen, wordt misschien minder op een eerlijke genderverdeling bij de honoreringen gelet, schrijven Van der Lee en Ellemers.

C. werkt ook in zo’n vakgebied. Ze maakte bezwaar tegen haar afwijzing bij NWO en toen dat niet hielp, stapte ook zij naar de bestuursrechter. „Dat werd me afgeraden door collega’s, maar ik dacht: als ik nu mijn mond houd, ben ik het stilzwijgend eens met het huidige beleid. En veel gesettelde groepsleiders zijn oudere mannen van wie de vrouw thuis alle zorgtaken op zich nam. Er zijn er weinig die ook maar een papadag hadden. Dat zijn de commissieleden die ons beoordelen, maar wij zijn niet zoals zij.” NWO laat weten dat commissies altijd voor 40 procent uit vrouwen bestaan.

De rechter gaf C. geen gelijk, onder andere omdat ze dan maar minder effectieve onderzoekstijd had moeten opgeven. „Op papier is het beleid goed”, zegt C., „maar dit heb ik meemaakt. Als je kinderen krijgt, verlies je een stuk productiviteit. Daarom bestaat die extensieregeling. Maar voor mijn gevoel werd die in mijn nadeel gebruikt.”

Foto Roger Cremers

Grensgevallen

Zijn deze problemen op te lossen? Vrouwen krijgen nu eenmaal baby’s, mannen niet. Wat kan NWO nog doen? „Ik denk dat er regels op de website moeten komen: wat te doen als je zwanger bent”, zegt Christina Eckes. „Nu zijn die regels informeel. En NWO moet veel pro-actiever hulp aanbieden als vrouwen zeggen dat ze zwanger zijn.” „Ik kreeg steeds het gevoel dat ze hier niet echt een procedure voor hebben”, zegt A.

Het probleem is, vindt B.: „Je moet meedraaien in een procedure waar de deadlines al vastliggen. Ze hebben bij mij wel iets van maatwerk willen leveren, maar je houdt het meer algemene punt: kun je vrouwen in die situatie vragen zo te presteren? Je hebt rondom een bevalling niet voor niets verlof en dan zou je wel op topniveau wetenschap moeten bedrijven.” Wanneer kun je dat dan weer wel? „Dat is natuurlijk best ingewikkeld, je blijft altijd grensgevallen houden. Maar NWO is een bestuursorgaan, dat moet rekening houden met grensgevallen.” NWO wil inderdaad maatregelen nemen (zie inzet met reactie van NWO).

C. gaat niet in hoger beroep. Ze kreeg andere beurzen en heeft een vaste aanstelling. „Ik kan het nu beter loslaten, maar een tijd zat het me echt dwars. Je hebt ook het gevoel dat je de enige bent; weinig vrouwen laten het zo ver komen.” Eckes en zij kregen inhoudelijk advies en ondersteuning van het Bureau Clara Wichmann, dat ook samen met het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren bij NWO lobbyde voor goed beleid. Maar Eckes en C. betaalden de juridische procedure zelf, zo’n 3.000 euro. „Dat vind ik het wel waard”, zegt C. „Alleen: die tijd die het kost, besteed je ook weer niet aan onderzoek, waar het eigenlijk om gaat.”

Reacties via wetenschap@nrc.nl
    • Ellen de Bruin