Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Artistiekerig

Ik was mijn bril kwijt. Hij lag niet onder de bank of onder het bed en ook bij de kassa van de Vomar wilde hij niet worden gevonden. Het kwam omdat ik hem de hele tijd af moest zetten als ik wat wilde lezen. Bij de opticien in het dorp, een zaak met een chique uitstraling, begrepen ze dat.

„Zo wil je toch niet oud worden”, zei de toegewijde blonde mevrouw die een paar keer ongevraagd benadrukte dat ze net als ik uit ‘de grote stad’ kwam. Ik was geen man voor een bril aan een koord om de nek, zoals ze die al zo veel had geholpen.

Ik kreeg koffie met een schuimlaagje, dat mijn kinderen ondertussen de winkel afbraken gaf niets.

Varifocus, kende ik dat?

Ja, dat kende ik, mijn vader had ook al een varifocusbril en die was al weer vier jaar dood.

Natuurlijk kende ik dat, maar ik moest eens weten hoe vaak.., ach laat maar.., ze ging mijn ogen meten.

Daarna weer een kopje koffie, nu zonder schuimlaag.

Ze wees naar de rekken aan de muur, de monturen waren op merk gesorteerd.

„Dus niet op dames en heren, dat is achterhaald. De nieuwste trend is dat dames herenmonturen dragen...”

„Uniseks”, zei ik op een toon alsof ik helemaal op de hoogte was.

Al babbelend kwamen we bij de duurste monturen uit.

Ik was een uitdaging, zei ze eerlijk. Mysterieus, een artistiek type.

Ze had een nieuw model montuur, te gek voor woorden eigenlijk dat ze dat voor deze vestiging had ingekocht. Een beetje jaren zeventig. Je zou ze er in het dorp niet mee zien rondlopen, hahaha.

Terwijl de kinderen elkaar met goedkope monturen achtervolgden bekeek ik mezelf in de spiegel, aangemoedigd door de verkoopster.

„Een ander mens”, constateerde ze met mij. „Prachtig. U lijkt wel een acteur uit een film.”

Verrek, nu zag ik het ook. Zo’n bril droeg Johnny Depp ook in Fear and Loathing in Las Vegas.

Ik bestelde de bril.

We spraken nog wat na, ze zei dat ik de jongste dochter best mocht verschonen in een hoekje.

Terwijl ik daar op de grond zat te hannesen met een luier meldde zich een nieuwe klant. Het was de buurman van het café tegenover ons huis die daar binnenstapte, vrouw aan de arm.

Hij begroette me enthousiast, we waren misschien elkaars type niet, maar wel goede buren. Hij zei: „Moet jij zo eens opletten als je klaar bent met die luier… Ik ga me zo toch een bril opzetten.”

Zijn vriendin: „Een ander mens wordt-ie.”

Even later stond hij met mijn bril op zijn hoofd voor me.

Hij zei: „Het maakt me artistiekerig, zegt ze, ik denk dat ze gelijk heeft.”

Marcel van Roosmalen

    • Marcel van Roosmalen