Herinneringen van voor je tweede verjaardag zijn fictief

Jeugdherinneringen Mensen ouder dan 25 jaar zeggen vaker herinneringen te hebben aan hun vroegste jeugd dan jongeren, blijkt uit een enquête. Die herinneringen zijn alleen wel fictief.

Foto Istock

Mensen ouder dan 25 jaar zeggen vaker dat ze betrouwbare herinneringen hebben aan hun vroegste jeugd (jonger dan twee jaar) dan jongeren. Veel van die herinneringen zijn ook nog eens buitengewoon gedetailleerd. Dit blijkt uit een grootscheepse enquête naar herinneringen. Volgens de onderzoekers gaat het hier helaas om ‘fictieve herinneringen’, die oudere mensen soms voor waar aannemen omdat ze zo mooi passen in hun levensverhaal. Het onderzoek is deze week gepubliceerd in Psychological Science.

De onderzoekers, onder leiding van de bekende geheugenpsycholoog Martin Conway (University of London) noemen dit soort gedetailleerde herinneringen van voor het derde levensjaar ‘onwaarschijnlijk vroeg’. De laatste decennia is in het geheugenonderzoek duidelijk vastgesteld dat er van voor de tweede verjaardag geen herinneringen bewaard blijven.

We verzinnen ons verleden waar we bij staan, schrijft Marjoleine de Vos, want het geheugen is afschuwelijk onbetrouwbaar

De vroegste kinderherinneringen, vanaf het derde levensjaar, zijn ongeorganiseerd, fragmentarisch en raadselachtig. Pas met het vijfde levensjaar komen er meer samenhangende herinneringen aan ‘gebeurtenissen’. Eerder dan twee jaar oud zijn er dus zéker geen gedetailleerde verhalen mogelijk over een box met speelgoed waarin je nog niet kon staan en je moeder die je door de kamer ziet lopen wier aandacht je niet kunt vangen omdat je nog niet kon praten, zoals een van de herinneringen in de enquête luidde (met anderhalf jaar). Sowieso geldt in de geheugenwetenschap een herinnering als steeds onbetrouwbaarder naarmate er meer details inzitten. De meeste mensen – ook in de rechtbank – beschouwen zo’n gedetailleerde herinnering overigens juist wél als betrouwbaarder. ‘Trivial persuasion’ wordt in de psychologie dat effect genoemd: ‘onbeduidende overtuigingskracht’.

Veel vroege herinneringen

De internetenquête was georganiseerd door de BBC naar aanleiding van de radioserie The Memory Experience, met Conway. In totaal 6.441 herinneringen werden toen ingestuurd waarvan de inzenders zeiden zeker te zijn dat het hun eerste echte herinnering was, en dat ze die niet baseerden op een foto of een verhaal. De gemiddelde leeftijd van de inzenders (grotendeels Britten) was iets ouder dan 40. Normaal worden dit soort geheugenonderzoeken gehouden onder hooguit enkele honderden studenten, meestal minder, die ook zelden ouder zijn dan 23.

De onderzoekers waren verrast door de grote hoeveelheid extreem vroege eerste herinneringen in de enquête: ruim 38 procent. De inhoud van de herinneringen was niet verrassend. Onder de twee jaar ging het vooral over verdriet, de wieg en familie. Tussen de 2 en 6 ging het over speelgoed, geboorte in het gezin, school, vakantie, huilen en dromen. Boven de 6 jaar (door de onderzoekers overigens weer ‘onwaarschijnlijk láte eerste herinneringen’ genoemd) ging het over spellen, thuis en school.

Kun je je eigen herinneringen vertrouwen? Graven in je geheugen is moeilijk. In deze video leggen we uit waarom dat is.

Hoe kan dat? Dat vooral mensen met extreem vroege herinneringen de BBC-enquête invulden lijkt de onderzoekers onwaarschijnlijk: door het grote aantal inzenders en vooral omdat diezelfde zelfselectie dan ook zou moeten gelden voor de jongere inzenders. En dat is niet zo. Het waren vooral ouderen die extreem vroege herinneringen inzonden. De gemiddelde leeftijd van de eerste herinnering van 25-plussers is 3,1 jaar tegenover 3,5 jaar bij de jongeren. De grote hoeveelheid onwaarschijnlijk vroege herinneringen lijkt dus een gevolg van de grote groep oudere deelnemers.

Fictief, maar niet vals

De verklaring daarvoor zoeken Conway en zijn collega’s in de meer ontwikkelde levensgeschiedenis die 25-plussers hebben. Het gebrek aan duidelijke vroege herinneringen wordt onbewust ingevuld aan de hand van familieverhalen, oud speelgoed of foto’s. De onderzoekers benadrukken dat het vriendelijk klinkende ‘fictieve herinneringen’ hiervoor een betere term is dan de nogal afwijzende typering ‘valse herinneringen’. Deze oprechte maar onwaarschijnlijke herinneringen spelen vaak een positieve rol in het leven van de mensen.

Het ‘kindertijdgeheugenverlies’ (infantile amnesia) is in 1915 zo benoemd door Sigmund Freud. Sindsdien geldt het als een klassiek raadsel in de psychologie. Waar komt die leegte in het begin vandaan? Het wordt in ieder geval niet veroorzaakt door een plotseling opbloeien van de geheugenfunctie na die eerste levensperiode. In de loop van de eerste levensjaren wordt het kindergeheugen geleidelijk aan beter, sneller en rijker en dat gaat gewoon door in en na het derde levensjaar. Stapje voor stapje. Ook vijf- en zesjarigen hebben een paar dagen later nog maar fragmentarische herinneringen aan het bezoek aan een brandweerkazerne, veel beperkter dan de redelijk gedetailleerde herinnering van negen- en tienjarigen die ook mee waren, zo bleek vijf jaar geleden uit een veel geciteerd geheugenexperiment met schoolkinderen in Nieuw-Zeeland.

Lees ook de column van Maxim Februari: Wij blijven gevangenen van ons eigen brein

Taalvaardigheid

Dat vanaf het derde levensjaar wel herinneringen worden opgeslagen die later nog opgediept kunnen worden, heeft waarschijnlijk te maken met de groeiende taalvaardigheid van kinderen van twee jaar en ouder. Taal biedt meer mogelijkheden om informatie op te slaan en ook om die informatie weer terug te vinden. Taal biedt aldus een belangrijke extra mogelijkheid aan een toch al groeiend geheugensysteem. Zodat je je de eerste onderwijzer van school vaak nog wel herinnert, maar de juf van de peuterspeelzaal niet.

Luister ook naar de wetenschapspodcast ‘Onbehaarde Apen’, deel 4, over de werking van het geheugen
    • Hendrik Spiering