Tom Dumoulin vlamt in de Alpen voor zijn overleden oom

Elfde etappe Tom Dumoulin maakte veel indruk in de bergrit naar La Rosière. Hij wilde winnen voor zijn overleden oom, die hem daar leerde skiën.

Tom Dumoulin op weg naar de finish met in zijn rug de latere winnaar Geraint Thomas. Foto Benoit Tessier/ Reuters

In de afdaling van de Cormet de Roselend zorgt Tom Dumoulin voor anarchie in de Tour, eindelijk, we hebben er jaren op moeten wachten. Hij ziet ploegmakker Søren Kragh Andersen uit de kopgroep wapperen, kent de man goed, en weet: die kan als een malloot omlaag. De verrassingsaanval die dan volgt is niet gepland, veel meer „een ingeving”. Er doet zich een kans voor. En die grijpt hij.

Ongenadig hard dalen ze af met z’n tweeën, de Deen met z’n neus in de wind, en Dumoulin er vol vertrouwen achter. Het duo stort zich met meer dan negentig kilometer per uur naar beneden, naar Bourg-Saint-Maurice, wintersportdal. Van de gekken zo hard, maar „zonder risico”. Dumoulin verkende de rit uitvoerig, kent de regio op z’n duimpje, en weet waar de winst te halen viel. Hier, en nu, „je moet het proberen, als je de Tour wil winnen”.

Controle kwijt

Sky is de controle kwijt, wat een genot voor de wedstrijd. Een berg rijden ze zo hard omhoog dat er voor ’s werelds beste renners zelden meer op zit dan volgen, illusieloos, vaak bij voorbaat al. Dumoulin had het de laatste dagen vaak gezegd: als Sky zich op kop zet, met al die motoren die een vermogen leveren waar collega’s scheel van gaan kijken, dan moet je het niet in je hoofd halen te demarreren. Ze slokken je met huid en haar op, met die machinale manier van fietsen. Een renner die de Britse armada wil doorbreken moet met ideeën komen die niet te voorspellen zijn. Hersenspinsels, ingevingen, en maar zien waar het eindigt.

Bijvoorbeeld door met de borst op het stuur een berg af te vliegen, de knieën tegen het frame te klemmen, en als het ware onder de luchtweerstand door te kruipen. Binnen de kortste keren hebben de mannen van Sunweb Alejandro Valverde te grazen, de man die op de Col du Pré ten strijde trok. Voor die inspanning betaalt de 38-jarige Spanjaard de prijs. Aan de voet van de slotklim naar La Rosiere kan hij een tot op het bot begeesterde man uit Maastricht niet volgen. Dumoulin is op missie.

Het begin is zo steil niet, Dumoulin rijdt met zijn ellebogen op het stuur naar boven, als in een tijdrit, zijn specialisme. Het is een lust om hem aan het werk te zien, zo in harmonie met zijn gereedschap, alsof het allemaal geen kracht kost. Voor hem rijdt Mikel Nieve, en nog een hus renners die hun kruit reeds hebben verschoten. Dumoulin denkt nog maar aan één ding: de dagzege. Want deze woensdag is voor hem „een speciale dag”.

Lees ook: Waarom de eerste bergrit in de Tour zo saai was

Maar zijn achtervolgers weten wie hij is, winnaar van de Giro d’Italia, een van de grootsten van zijn generatie, uitdager van Chris Froome, le papillon voor de Fransen. De Pool Michal Kwiatkowski, nota bene klassiekerspecialist en op het oog te zwaar voor een beulsinspanning in de Alpen, trapt tot de kramp hem bijna tot stilstand dwingt.

Even later moet ook het Colombiaanse wonderkind Egan Bernal uitsturen. Velen zien hun kans schoon en vallen aan, voor het eerst sinds tijden is het in de Tour de France weer ieder voor zich. Maar Sky is diep in de finale evenwel oververtegenwoordigd. Ze zitten er met een luxeprobleem, dat krijg je ervan als je louter de beste renners aankoopt: ze hebben nu twee renners die de Tour kunnen winnen.

Schaduwkopman

Als Geraint Thomas op zijn pedalen gaat staan houdt Chris Froome zijn benen stil. Een curieus moment. De schaduwkopman treedt in het licht, en de grote leider moet dan wachten, hij weet nog hoe dat is: in de Tour van 2012 deed hij het ook, toen Bradley Wiggins de grote man was.

Even later versnelt Froome toch. Hij ziet dat Thomas door gaat stomen, Dumoulin voorbij, Nieve voorbij. De Brit pakt de rit, en het geel.

In de laatste vijfhonderd meter sluit Froome bij Dumoulin aan. De verrassingsaanval is op de valreep geneutraliseerd. Maar Dumoulin zou Dumoulin niet zijn als hij het daarna laat lopen. Hij wint de eindsprint voor plaats twee. Met een venijnige beweging drukt hij zijn stuur over de streep. Hij verdient er vier bonusseconden mee. Als hij bij de teambus aan komt, legt hij aan een nietsvermoedend groepje journalisten in zorgvuldig afgepaste woorden uit waarom hij op deze woensdag iets extra’s kon.

„Mijn oom huurde hier altijd een groot chalet af, en hij leerde mij hier skiën. Dat was een mooie tijd. Dit voorjaar is hij overleden, twee weken na mijn tante. Mijn vader is in twee weken zijn zus en zijn broer verloren. Ik wilde ze vandaag eren door er in ons skidorpje vol voor te gaan.”

Niet voor het eerst laat de nieuwe nummer drie in de Tour het journaille in totale stilte achter.

Correctie (20 juli 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond dat Søren Kragh Andersen een Noor is. Hij is een Deen. Dat is hierboven aangepast.

    • Dennis Meinema