Pasteitje met kippenragout

Vroeger was ragout een feestmaaltijd die werd opgediend bij speciale gelegenheden. Tegenwoordig zie ik het bijna nooit meer iemand eten. Tijd dus om het weer een beetje trendy te maken.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Bekleed een ovenplaat met bakpapier. Snijd de plakjes bladerdeeg in vieren. Prik er met een vork gelijkmatig gaatjes in. Kluts een eitje los en voeg een klein scheutje water toe. Smeer de vierkantjes in met wat ei en plak vier plakjes op elkaar. Leg de pasteibakjes op de bakplaat en bak ze circa 15 minuten. Als ze bruin gekleurd zijn en aan de onderkant droog aanvoelen, zijn ze gaar. Laat ze afkoelen en druk dan met je duim een gat in het midden.

Pel en snipper een witte ui zeer fijn. Verwarm in een pan wat boter en fruit de ui circa 1 minuut. Voeg dan de bloem toe en roer goed met een houten lepel. Voeg de overige boter toe en maak een roux. Blus het geheel af met de sherry of wijn. Blijf goed roeren zodat de roux niet aan de bodem kleeft. Voeg langzaam de kippenbouillon toe en blijf goed roeren. Kook de ragout goed door. Voeg peper, zout, een eetlepel fijne mosterd en de madera toe. Als de ragout de juiste dikte heeft, kun je het kippenvlees en gebakken champignons toevoegen. Serveer de pasteitjes met net iets te veel ragout.

    • Sam de Voogt