Recensie

Nederlandse schilders zijn zo veel beter dan dit

Nieuwe Nederlandse schilderkunst

Geweldig idee, de Nederlandse actuele schilderkunst laten zien. Maar de expositie in Dordrecht valt erg tegen. Geen goede selectie en slecht opgehangen.

Raquel van Haver: Hookers in toilets// dancehall version explicit#2

Ina van Zyl vat het mooi samen. In de catalogus bij De Meest Eigentijdse Schilderijen Tentoonstelling in het Dordrechts Museum vertelt Van Zyl, schilder, dat zij in 2012 naar de Documenta ging, de expositie die als hét ijkpunt van de hedendaagse kunst wordt gezien. Ze trof daar, tussen vele tientallen kunstenaars, precies drie schilders aan. „En dan ook nog eens meer oude en dode dan jonge en levende. [...] Dat vond ik zo raar. Het gaat over de nieuwste kunst en dan zijn juist de schilders overwegend oud of dood.”

Daarmee beschrijft Van Zyl het kernprobleem van de hedendaagse schilderkunst: die is de afgelopen decennia langzaam uit de artistieke voorhoede verwijderd. Kunstenaars die de toon aangeven, zo vinden de meeste curatoren en critici, maken video’s, beelden, installaties, foto’s. Schilders zijn grotendeels aan de andere kant van het artistieke spectrum beland: van de kunst die de markt bedient, die bijzondere objecten maken waarmee je investeert, je huis opfleurt, je kantoor inricht.

De meeste schilders háten die positie (zie Van Zyl) maar weten niet wat ze eraan moeten doen: het lijkt soms wel of louter hun medium, de verf, het doek, ze diskwalificeert van deelname aan het actuele debat. En dat terwijl je natuurlijk evengoed kunt volhouden dat juist de schilderkunst met haar lange, rijke traditie een uitstekend middel is om commentaar te geven op de rijke en complexe hedendaagse beeldcultuur. Maar daar moet je dan wel oog voor hebben. Tonen wat de schilderkunst actueel maakt.

Dat dilemma maakt De Meest Eigentijdse Schilderijen Tentoonstelling (de titel is ontleend aan een werk van René Daniëls uit 1983) meteen prikkelend en belangrijk. Juist door de ambitie: samenstellers Han Schuil en Gerrit Willems brengen hier 28 schilders bij elkaar die volgens hen de stand van zaken in de Nederlandse schilderkunst weerspiegelen. De werken zijn maximaal zeven jaar oud en Schuil en Willems zeggen er met nadruk bij dat deze 28 niet per se de beste schilders zijn, maar dat ze laten „zien wat de hedendaagse schilderkunst in al haar verscheidenheid kan”.

En daar begint het gedonder.

In Dordrecht gleed er al na anderhalve zaal een zwaar en muf gevoel over me heen

De luiken dicht

Laat ik het maar eerlijk toegeven: ik had me verheugd op deze expositie, omdat zo’n ambitieuze schilderkunststaalkaart een zeldzaamheid is – ook musea zijn graag hip, en positioneren zich niet graag als volgers van markt en massa. Maar in Dordrecht gleed er al na anderhalve zaal een zwaar en muf gevoel over me heen – en dat werd alleen maar erger. De eerste reden daarvoor is simpel: op De Meest Eigentijdse… hangen veel te veel werken, waardoor de afzonderlijke schilderijen niet kunnen ademen, fluisteren, schreeuwen – er hangt altijd meteen een doek naast dat ook om aandacht vraagt.

Frank Ammerlaan: Untitled, 2016
Frank Ammerlaan: Untitled, 2016
Dordrechts Museum

Daar ontstaat meteen het tweede probleem, want dat eerste doek heeft vaak heel weinig met dat tweede te maken: de samenstellers hebben de meest wonderlijke combinaties uit hun hoge hoed getoverd. Bij binnenkomst dacht ik even dat de werken alfabetisch waren opgehangen (Philip Akkerman en Frank Ammerlaan zijn de eersten) maar dat was vermoedelijk een beter oplossing geweest dan deze grabbelton waarin Klaas Kloosterboer, RaQuel van Haver, Robert Zandvliet en Tjebbe Beekman bijvoorbeeld samen in een zaal zijn gehangen – als iemand me kan vertellen wat die gemeen hebben hoor ik het graag. Bovendien, weer een graadje erger, is bijna geen enkele schilder met zijn of haar beste recente werk vertegenwoordigd. Daarbij speelt vast het ruimteprobleem een rol, maar het verraadt ook een gebrek aan daadkracht en betrokkenheid en nog erger: een zeer beperkte visie.

Want dat is het ware manco van De Meest Eigentijdse: in Dordrecht worden de luiken van de schilderkunst naar de wereld niet opengezet, maar dichtgegooid.

In de eerste plaats doemt onvermijdelijk de vraag op of het verstandig is om zo’n tentoonstelling mede te laten samenstellen door een schilder (Han Schuil) die ongegeneerd zijn eigen werk ertussen hangt. Schuil is ook een representant van de Nederlandse modernistische school, die de schilderkunst hier jarenlang heeft gedomineerd: in zijn werk heeft Schuil een voorkeur voor kale, abstracte schilderijen waarin subtiel-ironisch wordt gespeeld met onderwerpen als de kunstgeschiedenis en representatie – en verdomd, dat is ook de hoofdteneur van deze expositie. Dat werkt rampzalig: het is alsof bijna al het werk (hoe oprecht goed vaak ook) naar een onzichtbaar middelpunt wordt gezogen, alsof de Nederlandse schilderkunst nog steeds in de ban is van één en dezelfde traditie.

Waar zijn ze?

Tegelijk ontbreken er opvallend veel belangrijke schilders. Waar is in vredesnaam Maaike Schoorel? Rob Birza? Marc Mulders? Rob van Koningsbruggen? Vrouwelijke superschilders-in-de-sociale-marge Rezi van Lankveld en Hannah van Bart? Derk Thijs? Charlotte Schleiffert? Waarom wel de talentvolle verfstapelaar RaQuel van Haver (nu in dit gezelschap een volkomen odd one out) en niet Michael Tedja of Sam Samiee?

Voor alle duidelijkheid: het gaat me niet om het spel met namen, maar om het feit dat de voornoemde ontbrekende schilders vrijwel allemaal een breuk vertegenwoordigen met het Hollandse poldermodernisme – datzelfde poldermodernisme dat je in Dordrecht de indruk geeft dat de Nederlandse schildergemeenschap een besloten, in zichzelf gekeerd clubje is wier grootste ambitie het is om hun werk boven de bank van een gemiddelde Almeerse doorzonwoning op te hangen. Terwijl er de laatste jaren nu juist zoveel frisse lucht door de Nederlandse schilderkunst stroomt, nadrukkelijk óók van schilders die hier hangen, en deze expositie bij uitstek de kans bood om die nieuwe geest te markeren. Maar niks daarvan. De Meest Eigentijdse Schilderijen Tentoonstelling zet geen stap vooruit maar maakt een sprong terug – een tentoonstelling waar helemaal niemand iets mee opschiet.

    • Hans den Hartog Jager