Pekingeend zwaarlijvig door ‘vleesgen’

Genetica Hoe komt de pekingeend zo zwaar en wit? Door twee genvarianten, ontdekten Chinese onderzoekers na kruisingsexperimenten en uitgebreide genanalyse.

De pekingeend is de favoriet van eendenfokkers, die een hoge opbrengst eieren, dons en vlees willen. Foto Istock

De pekingeend is een grote witte vlezige eend die in China tijdens de Ming dynastie (van 1368 tot 1644) door gericht fokken zijn forse postuur en kleur kreeg. Nu is hij wereldwijd de favoriet van alle eendenfokkers die een hoge opbrengst eieren, dons en vlees willen hebben.

Chinese onderzoekers hebben met kruisingsexperimenten tussen wilde eenden en pekingeenden, en met uitgebreide genanalyse, twee genvarianten gevonden die de witte kleur en de forse vleesaanzet van de pekingeend bepalen. De groeibevorderende mutatie in dat ‘vleesgen’ werkt ook bij zoogdieren en is van belang voor de hele vee-industrie, schrijven de onderzoekers in hun dinsdag verschenen publicatie in Nature Communications.

De pekingeend is als levend dier beroemd onder eendenfokkers. Anderen denken bij pekingeend vooral aan een gerecht. Het is een krokant gebakken eend die voordat hij de oven in gaat is ‘gelakt’ met een suiker-soja-azijnsausje. Pekingeend wordt bij voorkeur bereid met een pekingeend – die heeft vaak een vetlaagje onder zijn huid, wat helpt bij het bakken.

Een pekingeend kan wel drie keer zo zwaar worden als een wilde eend

De Chinese onderzoekers ontrafelen de overgang van wilde eend naar pekingeend door genetische analyse van 30 pekingeenden, van 40 wilde eenden en van 36 individuen van 12 andere Chinese gefokte eendenrassen. De wilde eend (Anas platyrhynchos) is 2.500 jaar geleden in China gedomesticeerd. Dat gebeurde in één beperkte periode.

Het is niet voor het eerst dat de domesticatie van een dier genetisch is beschreven, maar de Chinese onderzoekers doen het in ongekend detail. Uit verschillen in de erfelijke code van wilde en huisdieren is af te leiden hoe lang geleden dieren gedomesticeerd werden. Het is eerder gedaan voor bijvoorbeeld hond, kip, konijn, varken en duif. Maar wat de betekenis van de verschillen voor het functioneren van het dier is, bleef grotendeels verborgen.

Door de erfelijke code van meer dan 100 pekingeenden, wilde eenden en andere oude Chinese eendenrassen te vergelijken, vonden de onderzoekers tientallen gebieden in het genoom (de hele erfelijke code) die veranderden tijdens domesticatie.

Twee plaatsen in het genoom lieten bijvoorbeeld zeer duidelijke, grote verschillen zien tussen wilde en gedomesticeerde dieren. Dat was dichtbij genen voor eierstok- en zenuwontwikkeling. Het wijst op verbeterde reproductie (meer eieren leggen!) en op selectie op gedrag, schrijven de onderzoekers.

Na de domesticatie van de eend, zo’n 2.500 jaar en 1.500 eendengeneraties geleden, wist de mens de ingesloten dieren grotendeels apart te houden van de wilde eend. Er zijn daarna waarschijnlijk nog maar weinig wilde-eend-genen in fokkerij-eenden terechtgekomen. De gedomesticeerde eenden worden sindsdien in het zuidoosten van China op steeds grotere schaal als pluimvee gehouden. Er is een aantal regionale eendenrassen uit ontstaan.

Uit de voorouders van die regionale is 726 tot 978 eendengeneraties geleden de pekingeend ontwikkeld. Die werd een stuk noordelijker gehouden en heeft daarna weinig genetische uitwisseling met de andere regionale eendenrassen gehad.

In het genoom van de pekingeend vonden de onderzoekers een mutatie in een gen (IGF2BP1) dat de groei regelt. De pekingeend heeft twee kopieën van het gemuteerde gen, waardoor dat altijd actief is, en groei bevordert. Muizen die het gen missen worden muizendwergjes, maar eenden met de altijd-aan-mutatie bereiken bijna gansformaat.

De genmutatie die de pekingeend wit maakt (MITF) reguleert de aanmaak van het huidpigment melanine. Dat gen werkt niet in de pekingeend.

De verandering van de lokale rassen naar de pekingeend is, zeker ook genetisch gezien, groter dan de stap van wilde eend naar lokale rassen, vinden de Chinese auteurs. Zij noemen de genetische veranderingen van wilde eend naar regionale rassen domesticatie-overgang, wat een neutrale term is. De genetische verandering daarna, naar pekingeend noemen ze de ‘verbeteringsfase’. Daar zal niet iedereen het mee eens zijn, want de pekingeend benadert wat we bij de kip de plofkip noemen. Een pekingeend kan wel drie keer zo zwaar worden als een wilde eend.

    • Wim Köhler