Nu zijn de aandeelhouders aan de beurt bij AkzoNobel

Pensioenconflict

Vakbonden willen dat AkzoNobel geld stort in het bedrijfspensioenfonds.

De bedrijfstop weigert en vindt dat onnodig.

Naast de pensioenkwestie lopen cao-gesprekken stroef. Personeel, in onder meer de verffabriek in Sassenheim, staakt. Foto Lex van Lieshout/ANP Xtra

Vakbonden en werknemers van AkzoNobel die rekenden op een ruimhartige storting in de pensioenpot komen bedrogen uit. Het verfbedrijf weigert de reserves van het bedrijfspensioenfonds APF aan te vullen. Laat staan met de 400 miljoen euro die het APF en de bonden eisen. Aandeelhouders kunnen tevreden zijn, maar de verhouding met de vakbonden verhardt.

De ruzie tussen pensioenfonds, bonden en bedrijfstop ontstond al in februari. Het APF deed toen een „moreel appèl” op het management van AkzoNobel (46.000 werknemers, omzet 14,6 miljard euro) om de pensioenbuffers te versterken. Aanleiding was de afsplitsing en verkoop van de chemietak. Die leidt ertoe dat zo’n 2.500 werknemers in Nederland straks werken voor een bedrijf van de Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle.

Het APF was bang dat de verhouding tussen premiebetalers en pensioengerechtigen door die splitsing in één klap kon worden scheefgetrokken, als de gepensioneerden van de chemietak bij APF blijven en de werknemers het fonds verlaten. Zoiets gebeurde eerder in 2007, toen AkzoNobel farmadivisie Organon verkocht. APF is al vergrijsd, met 5.600 sparende werknemers en 17.532 gepensioneerden.

Voorlopig blijven de chemie-werknemers bij APF, zo is met AkzoNobel afgesproken. Toch is de splitsing niet zonder risico’s. Deze afspraak geldt maar voor drie jaar. En het pensioenfonds staat er nog lang niet goed genoeg voor om de pensioenen te laten meestijgen met de inflatie.

Nu AkzoNobel netto 7,5 miljard euro ontvangt uit de verkoop van de chemietak, vinden bonden en APF dat het verfbedrijf zijn personeel best tegemoet kan komen met een bijstorting of desnoods een lening van 400 miljoen euro. Of was het management soms vergeten hoe bevlogen vakbonden en werknemers vorig jaar hebben gestreden om een overname door de Amerikaanse concurrent PPG te voorkomen?

Verken ook het dossier over de overnamestrijd: AkzoNobel vs. PPG

FNV-bestuurder Erik de Vries zegt dat hij de bedrijfstop toen al waarschuwde dat steun van de vakbond „nooit gratis” is. „Ik zei: als je de boel niet verkoopt, maar de aandeelhouders dwingen je te saneren, dan weten we je te vinden. Dat is precies wat er nu aan de hand is.” De Vries vindt de 400 miljoen een schijntje ten opzichte van de miljardenopbrengst. „Als de mensen die dit bedrijf groot hebben gemaakt een pensioengat zien aankomen, heb je als bedrijf de morele plicht om daar iets aan te doen.”

Geld is al toegezegd

Maar zo simpel ligt het niet, volgens AkzoNobel. De loyaliteit van het personeel alléén heeft de zelfstandigheid van het verfbedrijf niet gegarandeerd.

De steun van aandeelhouders is nog veel belangrijker – zeker nu de resultaten voorlopig tegenvallen, zoals woensdagochtend bleek uit de kwartaalcijfers. Om zich van de steun van de aandeelhouders te verzekeren, heeft Akzo vorig jaar al beloofd de miljarden van chemie uit te keren aan zijn beleggers. „Het geld is al toegezegd”, vat een woordvoerder het samen.

Het verfbedrijf vindt de bijstorting onnodig, omdat APF er niet veel slechter voor staat dan andere pensioenfondsen. Slechts 25 van de 205 fondsen mogen hun pensioenen dit jaar laten meestijgen met de inflatie.

Volgens een advies van advocatenkantoor Looyens & Loeff, in opdracht van de ondernemingsraad, is de storting zelfs risicovol. Het APF heeft sinds 2005 een pensioenvorm (een ‘premiecontract’) waarin alle risico’s bij de pensioenspaarders en gepensioneerden liggen. De werkgever hoeft in slechte tijden geen geld bij te storten. Dat is fijn voor AkzoNobel. En nog een voordeel: het bedrijf vermijdt zo de strenge boekhoudregels voor bedrijven die hun pensioenfonds wél financieel moeten helpen. Die moeten daar geld voor reserveren op hun balans, waardoor hun eigen vermogen slinkt. Akzo vreest dat het zich na de storting alsnog aan die strengere regels moet houden.

Lees ook: Van AkzoNobel blijft steeds minder over

De vakbonden houden vast aan hun eis en ook AkzoNobel stelt zich onwrikbaar op. Daar komt nog bij dat er ook onenigheid is over de nieuwe cao voor AkzoNobel. Die stroeve onderhandeling loopt nu parallel aan de pensioendiscussie. De vakbonden begonnen vorige week met stakingen. Werknemers in Sassenheim, Wapenveld en Hengelo legden dinsdag en woensdag hun werk neer.

Niet onafhankelijk genoeg

FNV’er De Vries noemt het advies van Looyens & Loeff „niet onafhankelijk genoeg” omdat dat kantoor vaker zaken doet met AkzoNobel. Daarom hebben de FNV en CNV Vakmensen een eigen advies gevraagd, aan Jaap Koelewijn, hoogleraar aan de universiteit Nyenrode. Koelewijn concludeert dat de storting geen problemen oplevert voor de boekhoudregels. Als maar heel duidelijk wordt gemaakt, zo schrijft hij, „dat de bijdrage onverplicht en eenmalig is”. Volgens hoogleraar pensioenrecht Erik Lutjens is het ook juridisch prima mogelijk voor AkzoNobel om vrijwillig en eenmalig bij te storten.

Zelfs voormalig AkzoNobel-topmannen Aarnout Loudon (1982-1994) en Kees van Lede (1994-2003) hebben zich in de discussie gemengd. In Het Financieele Dagblad riepen zij het bedrijf maandag op de vakbonden en het APF tegemoet te komen. Ze vinden dat werknemers en gepensioneerden niet de dupe mogen worden van de splitsing van het bedrijf.

Een einde aan het pensioenconflict is voorlopig nog niet in zicht. FNV en CNV stelden dinsdagmiddag in een persbericht voor om een bemiddelaar aan te stellen, maar volgens een woordvoerder van AkzoNobel heeft dat geen zin. „We hebben al heel duidelijk aangegeven dat de pensioenstorting niet kan en onnodig is.”

    • Christiaan Pelgrim
    • Joris Kooiman