Jozias van Aartsen (70): „Het Binnenhof moet zich afvragen: gaan we ons bemoeien met de lokale democratie? Meestal is het ’t beste om dat niet te doen.”

Foto Roger Cremers

‘Ik hield me aan mijn opdracht: niet ingrijpen in beleid’

Interview Jozias van Aartsen De interim-burgemeester van Amsterdam is weer „vrij man”. Hij kreeg stevige kritiek in een voor de stad onrustige periode.

Zeven maanden lang woonde Jozias van Aartsen in de Lange Leidsedwarsstraat, op een steenworp afstand van feestcafé Bubbels en de Cooldown. Zijn vrouw en hij kozen voor een huis midden in het drukste uitgaansgebied van Amsterdam. „Mensen zeiden tegen ons: het is er verschrikkelijk. Nou, dat viel reuze mee.” Kotsende en schreeuwende mensen hebben de Van Aartsens wel eens voor hun deur gehad. „Maar zo’n drukke uitgaansbuurt heeft ook een voordeel: dan kun je de harteklop van de stad aan den lijve ondervinden.”

Eind deze maand keert Van Aartsen terug naar zijn huis in het Haagse Statenkwartier. Als interim-burgemeester moest hij Amsterdam na de dood van Eberhard van der Laan door een onrustige periode heen loodsen: politieke ruzies, verkiezingen, college-onderhandelingen en de zoektocht naar een nieuwe burgemeester. Die eindigde afgelopen donderdag, toen Femke Halsema (GroenLinks) in de Stopera de ambtsketen kreeg omgehangen. Sindsdien is Van Aartsen (70) „vrij man”, zoals hij zelf zegt: na een ambtelijke en politieke loopbaan van bijna vijftig jaar gaat hij met pensioen.

In die zeven maanden is Van Aartsen enorm van Amsterdam gaan houden, zegt hij. De zeventiende-eeuwse prent van de grachtengordel die hij bij zijn afscheid kreeg, „die gaan we ophangen in Den Haag”.

Toch kwam hij aanvankelijk met de grootst mogelijke tegenzin naar Amsterdam – daar doet Van Aartsen niet ingewikkeld over. „Als een bokkig kind dat geen zin had om z’n kamer op te ruimen, zo kwam ik volgens Rutger Groot Wassink [GroenLinks-wethouder] binnenlopen bij mijn kennismakingsgesprek.” Van Aartsen had grote twijfels: wat moest een geboren Hagenaar als burgemeester in Amsterdam? „Maar ze wilden per se iemand met ervaring in één van de vier grote steden. Iemand die rust kon brengen. Door het overlijden van Van der Laan heeft Amsterdam in 2017 niet echt een teamleider gehad.”

Uiteindelijk trokken twee zaken Van Aartsen over de streep: een telefoontje van premier Rutte en vermanende woorden van zijn vrouw Henriëtte. „Je kunt er misschien geen zin in hebben, zei ze, maar als er zo’n beroep op je wordt gedaan, dan moet je het gewoon doen.”

We hebben in Nederland angst om veranderingen aan te brengen aan onze instituties

Wat was het grootste verschil tussen Amsterdam en Den Haag, waar u eerder burgemeester was?

„Den Haag is verschrikkelijk leuk geworden in de afgelopen twintig jaar, al zal het beeld van saaie ambtenarenstad nog wel eventjes voortbestaan. Maar Amsterdam, de hoofdstad, heeft altijd iets enorm... Het tintelt er. Het pákt je.”

En het bestuur?

„Amsterdam heeft van oudsher een sterke ambtenarij, dat zit diep in de genen van de stad. De bureaucratie is hier een eilandenrijk. Tot een paar jaar geleden waren er op het stadhuis nog 126 directeuren, ieder met hun eigen directie. Dat is flink teruggebracht: nu zijn het er 56.

„De stad heeft heel intelligente, ambitieuze ambtenaren – maar juist daarom hebben ze ook de neiging om met elkaar in discussie te gaan – om het netjes te zeggen. Dat leidt tot trage besluitvorming, veel competitie. Het management van de Stopera was niet bezig met de vraag: hoe kunnen we de eenheid bevorderen?”

„In het vorige college van D66, VVD en SP heeft de samenwerking altijd wat gehaperd. Ze zijn nooit echt een team geworden. Je kunt in colleges een gevoel hebben van chemie – dat was hier niet het geval.”

Als keurige Hagenaar („Hagenees, want ik ben er geboren”) leek Van Aartsen de afgelopen maanden niet helemaal op zijn plek in de Republiek Amsterdam. Hij kreeg stevige kritiek van landelijke politici, tot aan zijn eigen VVD toe, omdat hij niet hard genoeg zou zijn opgetreden tegen vluchtelingencollectief We Are Here. Waarom ging de burgemeester niet over tot ontruiming toen ze een aantal leegstaande socialehuurwoningen in Amsterdam-Oost kraakten?

De golf aan kritiek deed denken aan de zomer van 2014, toen Van Aartsen als burgemeester van Den Haag volgens zijn critici niet stevig genoeg zou zijn opgetreden tegen demonstrerende IS-sympathisanten in de Schilderswijk.

Lees ook het portret van Jozias van Aartsen: Haagse man in streepjespak gaat naar Amsterdam

Staat u nog steeds achter uw besluit om niet te ontruimen?

„Ik heb mij exact gehouden aan de opdracht die ik als interim-burgemeester had meegekregen: niet ingrijpen in het beleid van deze stad. Amsterdam heeft een lange kraaktraditie, er wordt hier niet ontruimd als panden leegstaan zonder duidelijke bestemming. Als ik het oneens was geweest met het Amsterdamse kraakbeleid, had ik deze post niet moeten aanvaarden. Je kon uittekenen dat zoiets zou gaan gebeuren.”

„Bovendien heb ik als burgemeester van Den Haag al een belangrijke rol gespeeld in de discussie over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers. Als die gaan zwerven, hebben de steden daar last van. Maar noch dit kabinet, noch het vorige heeft enig idee wat ze met dat probleem aan moeten. In het vorige kabinet was Klaas Dijkhoff [VVD-fractievoorzitter] staatssecretaris van Justitie. Het bed-bad-brooddossier lag op zijn bordje, maar hij heeft er niet zoveel aan gedaan. En vervolgens heeft hij het overgedragen aan een nieuw kabinet.”

Het Tweede Kamerlid Arno Rutte (VVD) zei: Van Aartsen is losgezongen van zijn eigen partij.

„Ik heb geen idee wie de heer Rutte is. Ik heb hem nog nooit ontmoet. Er was nog zo’n VVD-Kamerlid – kom, de heer Koerhuis ofzo? Ook geen idee wie dat was. Het was netjes geweest als ze die kritiek persoonlijk hadden geuit, maar dat durfden ze waarschijnlijk niet. Het Binnenhof moet zich afvragen: gaan we ons bemoeien met de lokale democratie? Meestal is het ’t beste om dat niet te doen.”

Hij begint hard te lachen.

„Je moet als burgemeester werkelijk boven de partijen staan. Stel je voor dat ik helemaal nerveus was geworden omdat de VVD in de Kamer kritiek had. Dan had ik m’n werk niet goed gedaan, dan was ik een partijfunctionaris geweest. Zo voel ik dat.”

U heeft niet één interview gegeven om uw argumenten uiteen te zetten. Het beeld dat ontstond: Van Aartsen doet niets.

„De instructie van de raad was: ga daar niet zitten om een profiel te hebben. Ik laat me niet opjutten door De Telegraaf. Die schaarde zich volledig achter de rechterkant van de politiek in een poging een burgemeester aan het wankelen te brengen. Dan moet je niet bij mij wezen. Als landbouwminister in Paars I heb ik ook al het nodige over me heen gekregen, tot en met bedreigingen aan mijn gezin aan toe.”

Jozias van Aartsen stopte eerder als burgemeester van Den Haag. Daar stond hij pal voor zijn politie, gaf hij de stad internationale allure en kreeg hij een band met 'de Hagenezen'. Lees daarover: Den Haag verliest een statig heethoofd

U bent nu twaalf jaar weg uit de landelijke politiek. Hoe kijkt u inmiddels naar het Binnenhof?

„Het zou heel mooi zijn als er wat meer ideologische lading, wat meer échte overtuiging zou komen in de Tweede Kamer – gebaseerd op kennis. Neem die twee VVD-Kamerleden, hoe heten ze ook alweer?”

Hij maakt een gebaar tussen duim en wijsvinger. „Dit is de termijn die men wil overzien. Kort, korter, kortst. Maar dit land heeft juist behoefte aan een beetje visie. Als je dat constant voor je uitschuift, heeft het land daar last van. Dat is jammer.”

Wat het meeste indruk op hem heeft gemaakt? „Oh, dat was Wittenburg”, zegt Van Aartsen meteen. Hij doelt op de ‘vergismoord’ op Mohammed Bouchikhi. Eind januari werd de 17-jarige jongen op klaarlichte dag geliquideerd in een buurtcentrum in de wijk Wittenburg, waar hij stage liep. De schutters waren op zoek naar iemand anders. Bouchikhi was het vijfde onschuldige slachtoffer van het geweld in de drugscriminaliteit dat de hoofdstad teistert.

„Mohammed was een jonge moslim, met een ontzaglijk mooi karakter. Hij ging op eigen kosten naar Calais en Thessaloniki om in vluchtelingenkampen te werken. Tegen zijn vader heb ik gezegd: als Mohammed was blijven leven, was hij bij de VN terechtgekomen. En zo’n jongen wordt dan gewoon afgemaakt door een stelletje amateurcriminelen.”

„Je kunt niet zeggen: Amsterdam is een grote stad, het hoort er nu eenmaal bij. Dit kan niet zo doorgaan, het vreet aan de stad. De zware drugscriminaliteit is een verdienmodel geworden. Dat is een groot probleem waar álles aan gedaan moet worden om het tegen te gaan.

„Het vrijzinnige moet Amsterdam houden. Maar de stad kan niet de ogen sluiten voor deze uitwassen. Het kan niet zo zijn dat de lifestyle van de een bijdraagt aan de dood van de ander. De grens van vrijheid-blijheid is hier overschreden.”

Lees ook over Jozias van Aartsen: Van Aartsen: reik salafistische moslims de hand

Heeft u in Amsterdam nog last gehad van ‘de twitterij’, zoals in Den Haag?

„Dat moet ik íédere keer weer uitleggen. In Den Haag riepen raadsleden telkens tegen elkaar: ‘Maar u heeft eerder op Twitter beweerd dat...’ Toen heb ik gezegd: dat soort twitterij gaan we hier dus niet meer doen. Hoe kunnen mensen op de publieke tribune, die niet continu op zo’n rotding zitten te kijken, anders zo’n vergadering volgen?”

Bent u voorstander van de rechtstreeks gekozen burgemeester?

„Ja, al eeuwen. Kijk naar hoe het in Amsterdam is gegaan, met de benoeming van Femke Halsema. De uitkomst is goed, maar het is geen houdbaar systeem meer. Uit een geheime stemming tussen twee mensen in de gemeenteraad komt een burgemeester gerold. Dat is niet bevredigend.

„Een burgemeester moet bij de start een vol mandaat krijgen om ook invloed uit te oefenen op de rest van het beleid, niet alleen openbare orde en veiligheid. Ik hoop dat minister Ollongren [Binnenlandse Zaken, D66] daar nou eens vaart mee maakt. Maar ik denk niet dat ze daar de ruimte voor krijgt in het kabinet. We hebben in Nederland angst om veranderingen aan te brengen aan onze instituties. We leuteren er de hele tijd over, maar er gebeurt niets.”

    • Thijs Niemantsverdriet