Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Gras

Toen we ons huis kochten, het was herfst, moest ik aan mijn vader denken. Niet alleen omdat het een onderwijzerswoning is (zijn vader was hoofd van een school), maar vanwege de tuin. Mijn vader hield van tuinieren, maar hij kon het niet.

In mijn herinnering stond hij na zijn pensionering hele dagen op een keukentrapje met een allesknipper zijn druivenstruik te snoeien. Raadselachtig waarom hij voor dat klusje altijd rubberlaarzen aantrok. Er was een dag dat hij op advies van de postbode alle blaadjes van de struik knipte.

Daarover zei hij ’s avonds: „Ik denk dat ik nu overdreven heb.”

„Je hebt je hobby om zeep geholpen”, haakte mijn moeder in. „Maar van mijn plantjes blijf je af. Met je schaar.”

Kort daarop kreeg hij kanker, dus uiteindelijk maakte het toch niet uit.

Terug naar ons huis.

Bij de inboedel zaten een schep en een kruiwagen, ik kocht er bij Blokker ook een paar rubberlaarzen bij. Ik trok ze één keer aan om het gras te maaien. Heel even was ik mijn vader, maar daarna was ik weer mezelf en liet ik de natuur haar gang gaan. Resultaat is dat de voortuin is verworden tot een dorre, bruine vlakte.

Ik stond er met mijn oudste dochter vorige week wat onkruid weg te trekken toen de buurman met de handen in zijn afgeknipte spijkerbroek kwam constateren wat iedereen kon zien. Het regende tegeltjeswijsheden.

‘Ik zei het nog tegen mijn vrouw”, zei hij, „wedden dat de nieuwe buurman pas in actie komt als het te laat is. Als het kalf is verdronken is, dempt men de put.”

Daarna: „Dat gazon is hartstikke dood, joh. Je had in april al moeten beginnen met ’s avonds sproeien.”

„En nu?”, vroeg ik. „Opnieuw zaaien? En dan iedere dag sproeien?”

„Je kunt ook tegels nemen”, zei de buurman. „Of kunstgras.”

Daarna slofte hij weg.

Later zag ik hem en zijn vrouw steeds vaker halfbloot in tuinstoelen zitten als ik mijn dochter van de opvang haalde. Ze deden dan extra hun best om van hun sappige gras te genieten. Het viel mijn dochter ook op.

„Groen”, riep ze telkens, wijzend naar hun gras.

Ik heb haar toen maar de uitdrukking ‘Het gras bij de buren is altijd groener’ geleerd.

Helaas wonen we op een plek waar de buren dat ook graag komen vertellen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen