Gezocht: meester/juf (1.000 euro)

Basisonderwijs Stagiaires, ouders en desnoods de directeur zelf: iedereen moet bijspringen zodat leerlingen op de basisschool na de zomer een leerkracht voor de klas hebben staan. „Het beeld van een klas van 25 kinderen moeten we loslaten.” De problemen en de oplossingen op een rij.

Tijdens een lerarenstaking in juni 2017 namen ouders de les over op basisschool De Goede Herder in Bodegraven. Foto Marlies Wessels

Problemen

Nul sollicitaties. „Heel frappant”, zegt directeur Senne Donders van de Petrus Dondersschool in Den Haag. „Voorheen kreeg ik op elke vacature zeker drie reacties.” Vlak voor de zomervakantie had hij nog drie leraren nodig voor komend schooljaar. Zelfs de gebruikelijke plichtmatige sollicitaties van mensen met een uitkering bleven uit.

„De vijver is leeg”, zegt ook Albert Renders, interim-directeur van basisscholen De Waayer in Tiel en Wadenoijen. Hij moest het afgelopen halfjaar al leraren van de ene naar de andere school verplaatsen, vanwege een gebrek aan invallers. Voor komend schooljaar is hij rond, maar er hoeft maar één griepgolfje te komen of alles loopt „gigantisch vast”. „Dat houdt mij erg bezig.”

Komend schooljaar zijn er naar verwachting 1.262 leraren te weinig in het basisonderwijs, bleek dinsdag uit onderzoek van DUO Onderzoek & Advies, in opdracht van de PO-Raad. Daarvoor zijn 315 van de circa 1.000 schoolbesturen gepeild. Op 10 juli had ruim de helft van de besturen nog vacatures voor komend schooljaar.

Op de school van Senne Donders komt de intern begeleider voor de klas. „Het werk dat daardoor blijft liggen, neem ik over.” Voor de andere twee vacatures heeft hij tot de kerstvakantie docenten ingehuurd via een uitzendbureau.

Die commerciële bureaus zijn scholen een doorn in het oog, hoewel ze ook een uitkomst bieden. Ze trekken docenten met hogere salarissen. „Ik had een sollicitant die graag bij ons op school wilde werken maar uiteindelijk toch voor zo’n bureau koos”, zegt Donders. „Dan kreeg ze extra geld, een autootje erbij.”

Een docent via een uitzendbureau is 5 tot 10 euro per uur duurder, zegt Maurice Schaepkens, directeur van basisschool Waterland in Leidschenveen. Toch heeft hij drie voltijdvacatures op die manier ingevuld. „Anders heb je een probleem: een onbemande klas.” Hij vindt het een „kwalijke zaak” dat scholen hierdoor noodgedwongen overheidsgeld besteden buiten het onderwijs.

Doordat docenten de banen voor het uitkiezen hebben, gaan ze gemakkelijker weg. „Ik zie veel uitstroom van mensen die in hun eigen woonplaats werk vinden”, zegt Mirjam Leinders, bestuurder van Innoord, een schoolbestuur met zestien basisscholen in Amsterdam-Noord.

In de Randstad hebben scholen het moeilijk: de huizen zijn duur, parkeerplekken schaars. Het noorden heeft het wat dat betreft makkelijker, zegt Roelof van den Berg van een schoolbestuur met 33 scholen in Friesland, Drenthe en Groningen. „Maar wij hebben weer moeite met het platteland. Jonge mensen trekken daar weg en vinden het te ver reizen. Hoe verder van de steden, hoe moeilijker het wordt.”

De onderwijskwaliteit lijdt onder de schaarste, zeggen directeuren. De lat wordt lager gelegd: je bent al blij als je iemand vindt. „Men trekt zelfs geen referenties meer na”, zegt Senne Donders. „Van de vijf docenten die bij mij zijn vertrokken, heeft slechts één andere directeur naar het functioneren gevraagd.”

Oplossingen

Scholen halen noodgrepen uit. Parttimers werken extra. Ambulante medewerkers komen voor de klas te staan. Onderwijsassistenten, ouders, onbevoegden, zij-instromers, bijna afgestudeerde stagiaires. Desnoods de directeur zelf.

„Met kunst- en vliegwerk hebben we de meeste gaten opgelost”, zegt Mirjam Leinders van schoolbestuur Innoord in Amsterdam-Noord. Ze gaat de zomervakantie in met een paar vacatures. „Twee weken terug hadden we nog zeventien voltijdbanen open op zestien scholen.” Volgens directeur Maurice Schaepkens van basisschool Waterland in Leidschenveen is er altijd wel een oplossing. „Maar wenselijk is die niet altijd. Soms moet je concessies doen aan de kwaliteit.”

Lees ook: Ict’ers en gepensioneerden voor de klas

Sommige schoolbesturen profileren zich als aantrekkelijke werkgever. „Via een website en sociale media maken we ons kenbaar als leuk schoolbestuur om bij te werken”, zegt Harry Dobbelaar, bestuurder van Bijzonderwijs, met zeven basisscholen in Amsterdam-Zuidoost. Dat werpt vruchten af, denkt hij: van de 15 à 20 vacatures staan er nog drie open.

Besturen bieden extraatjes: ze betalen studiegeld terug, beloven bonussen, salarisverhoging, reiken een dinerbon of 1.000 euro uit als je een nieuwe werknemer aandraagt. Een vaste benoeming is geen probleem, een proefles niet altijd nodig.

Het Rijk betaalt 160 zij-instroomtrajecten, waarbij zij-instromers binnen twee jaar een pabo-diploma halen en tegelijkertijd al aan de slag gaan. Gemeenten bieden extra beurzen. De grote steden doen van alles om leraren te trekken: ze reiken parkeervergunningen uit, stellen woningen beschikbaar, betalen reiskosten of een welkomstpremie.

„We hebben al een paar docenten aan middeldure huurwoningen geholpen en vijftig aan jongerenwoningen”, zegt Joke Middelbeek, die namens de Amsterdamse vereniging van schoolbesturen (BBO) werkt aan oplossingen voor het lerarentekort. Gemeente Amsterdam heeft vijfhonderd extra parkeervergunningen uitgereikt aan scholen en leraren. „Ook al wil Amsterdam autoluw zijn.”

Maar mensen kun je niet uit de lucht toveren, in de woorden van bestuurder Roelof van den Berg. „Als iemand bij ons komt werken, betekent dat dat-ie niet naar een andere school gaat.” Middelbeek vindt het woord ‘lerarentekort’ daarom niet meer gepast. „We kunnen wel op zoek gaan, maar ze zijn er niet. Want ze worden de komende twee jaar opgeleid.”

Het onderwijs moet op een andere manier georganiseerd worden, denkt ze. „Leerkrachten zijn er voor de didactiek. Andere activiteiten zouden andere mensen kunnen doen.” Zoals pedagogisch medewerkers.

Bestuurder Leinders heeft daar ervaring mee. Afgelopen jaar voegde ze klassen samen wegens het tekort en ook komend jaar zal dat gebeuren. Twee groepen 4 worden dan één klas van zo’n vijftig kinderen. Daarvoor staan een „heel goede leerkracht”, een onderwijsondersteuner en een klassenassistent. „Het beeld van één leerkracht en een klas van 25 kinderen moeten we loslaten.”

    • Mirjam Remie