Drugs in Amsterdam steeds meer buiten het nachtleven gebruikt

Drugs Drugsgebruik waaiert uit buiten de clubs en festivals, zo blijkt uit een al jaren lopende studie naar drugstrends in Amsterdam.

Slagroompatronen die achtergebleven zijn na de viering van Koningsdag in de hoofdstad. Foto Bas Czerwinski/ANP

Voordat drugsonderzoeker Ton Nabben op vrijdagochtend naar zijn werkkamer bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) gaat, fietst hij naar de sportschool. Het eerste wat hij in het ochtendlicht aantreft, zijn drie twintigers met lachgasballonnen. In de sportschool ziet hij een kennis – „met het meest fitte lijf van Amsterdam” – die eerder bekende weleens een pilletje te slikken. Rond half tien zit de onderzoeker weer op de fiets en passeert een dealer. „Die gaat het bij de vrijmibo druk krijgen.” Even verderop ruikt Nabben wietdampen.

Het past in het beeld van de nieuwste Antenne, het jaarlijkse onderzoek dat Nabben voor het Bonger Instituut voor Criminologie uitvoert onder uitgaanspubliek in de regio Amsterdam. Uit de gedetailleerde rapportage – een survey onder ruim zeshonderd uitgaanders en gesprekken met 23 sleutelfiguren, zoals portiers, dj’s en dealers – komt naar voren dat drugs steeds meer buiten het nachtleven worden gebruikt. Clubs en festivals hebben de reputatie, maar „een potje poolen met ketamine op komt ook voor”, zegt Nabben. „Of een beetje xtc terwijl je in een bootje op het IJ dobbert. Het is typerend voor millennials: try out and repeat. Totdat de kick verveelt en er andere prioriteiten komen.”

De nieuwe Antenne signaleert ook dat cocaïne, na xtc, een goede tweede is bij stappers. Opvallend is dat coke vaker thuis wordt gebruikt. Een gebruiker: „Als aflaat tegen alle stress.”

‘Agendahedonisten’

Het drugsgebruik verloopt daarnaast planmatiger: op zaterdag alle remmen los, maandag moet er weer gepresteerd worden. Nabben spreekt van agendahedonisten: „Je hebt een mooie baan, eet gezond en doet aan sport. Tussendoor plan je je drugsgebruik nauwkeurig. Die zelfregulering is een onderdeel van normalisering.”

Vorige week bekritiseerde Jozias van Aartsen bij zijn afscheid als waarnemend burgemeester van Amsterdam nog het drugsgebruik in de stad. „Maar wat”, vroeg hij zich af, „als de lifestyle van de een bijdraagt aan de dood van een ander?” Hij refereerde daarmee aan de schietpartij in een buurthuis, waarbij in januari een onschuldige 17-jarige jongen omkwam.

Eerder klaagde hoofdcommissaris Erik Akerboom al over ‘yogasnuivers’ die „door de week hard sporten, gezond leven en een lijntje snuiven in het weekend”. Drugsgebruik wordt zo ‘genormaliseerd’. Hij kreeg veel bijval uit justitiële hoek, die de handen vol heeft aan drugscriminaliteit.

Lees ook: Doordeweeks sporten, drugs in het weekend.

Dat is één kant van de medaille. De ander is die waarin gebruikers hun waren laten testen bij de GGD, tv-programma Spuiten en Slikken of Drugslab op YouTube en zich op festivals laten bijpraten over de risico’s.

„Ik zie normalisering als iets waardoor er meer openlijk over drugsgebruik wordt gepraat”, zegt Judith Noijen van verslavingszorginstelling Jellinek. Dit blijkt volgens haar uit de gesprekken die gebruikers voeren met de vrijwilligers van Unity; een voorlichtingsproject van Jellinek, waarbij getrainde jongeren op festivals leeftijdgenoten informeren over drugs. „Erover praten staat gelijk aan minder stigmatisering van de gebruikers. Men stelt daardoor makkelijker vragen. Ze hebben het niet alleen over de leuke kant, maar ook over de risico’s en hoe je die kunt beperken. Het is dan ook belangrijk dat die ‘normalisering’ niet gelijk staat aan het idee dat gebruik zonder risico’s is.”

Lees ook: Aantal drugsdoden in twee jaar verdubbeld naar 235

„We praten hier al wat langer over dan in onze buurlanden”, zegt Tom Kiel, wetenschapsjournalist en moderator van Changing Perspective. Binnen deze Facebookgroep wisselen de ruim zesduizend leden informatie uit over drugs, en hoe die verantwoord te gebruiken. „Je merkt dat mensen er meer over nadenken en weloverwogen keuzes maken over wat ze nemen. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld is de boodschap: het mag niet, want je bent dan crimineel. Er is daar niet veel voorlichting, terwijl het in Nederland mensenlevens scheelt.”

Wat de impact van die gebruikscultuur in Nederland op het aantal incidenten en doden is, laat zich lastig meten; je kunt sterfgevallen die zijn voorkomen, niet bijhouden. En internationaal vergelijken is ook lastig. Lang niet alle EU-landen houden het aantal drugsgerelateerde doden en incidenten even precies bij als Nederland. Nabben: „We moeten ook niet vergeten dat 90 procent van de Nederlandse bevolking géén ervaring heeft met wat voor harddrug dan ook.”

Ook al weten steeds meer gebruikers de kraampjes van Unity op de festivals te vinden, volgens Noijen blijven sommige zaken lastig bespreekbaar. Zo staan drinkers veel minder open voor voorlichting, zegt ze, terwijl alcohol toch het meest gebruikte middel is, met flinke gezondheidsrisico’s. „Verder is het voor veel gebruikers normaal om te praten over welk middel er wordt gebruikt, of wie de dealer belt. Maar als je het gebruik niet meer in de hand hebt, dan heerst daar zeker nog een taboe op.”

M.m.v. Wietse Pottjewijd
    • Philippus Zandstra