Opinie

    • Arjen Fortuin

De spectaculaire vondsten van de kunstdetective

Zap Het programma ‘De kunstdetective’ volgt Arthur Brand tijdens zijn zoektocht naar verdwenen kunst. De eerste aflevering gaat over de twee reusachtige bronzen paarden van Hitler.

Bustes van Göring en Hitler in De kunstdetective (Omroep Max).

“MAX is er. Oók in de zomer”, meldt de ouderenomroep dezer dagen tussen de programma’s door en inderdaad lijkt MAX zich te onttrekken aan de zomersluimer van de collega’s. Er zijn zelfs nieuwe programma’s. Vorige week stuurde men Mr. Pieter van Vollenhoven de natuur in (Professors op pad) en begon het (weliswaar mislukte) Eindredactie. Bovendien zag ik tot mijn vreugde aankondigingen waarin campers moeizaam werden ingeparkeerd. We zijn er bijna, het enige programma dat méér ontspant dan vakantie zelf, komt er ook weer aan.

Alle lof voor MAX dus, dat de logica volgt dat vijftigplussers juist niet tijdens de schoolvakanties het land uit gaan en dus best verse televisie lusten. Dinsdag werd De kunstdetective opgediend. Die kunstdetective is Arthur Brand, een man die al vijftien jaar de wereld afreist in pogingen om gestolen of anderszins verdwenen kunst boven water te krijgen. De resultaten zijn spectaculair.

Drie jaar geleden gaf mijn voorganger Hans Beerekamp de omroepen een gratis tip na het zien van Brand: „Geef de Peter R. de Vries van de kunsthandel snel zijn eigen televisieshow!” Die is er nu dus, waarbij kunstliefhebbers zich er wel op moeten voorbereiden dat het meer een detectiveprogramma dan een kunstprogramma is.

De eerste van de zes geplande afleveringen ging over de paarden van Adolf Hitler. Dat wil zeggen: de vondst van twee reusachtige bronzen paarden, die in de jaren veertig voor de Rijkskanselarij in Berlijn stonden. Hitler had ze zelf laten maken door Josef Thorak, een van zijn favoriete beeldhouwers.

Nu is het verhaal van die ontdekking in 2015 uitgebreid in de pers geweest, dus de reconstructie zal niet voor iedereen even spannend geweest zijn, maar er waren veel fijne details te zien. Neem de Duitse kasteelheer die een kolossale hoeveelheid nazikunst bezit. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen zijn afkeer van oorlog en zijn bewondering voor de mecenas Hitler. We zagen de verzamelaar, gefilmd met een verborgen camera, teder over de wang van een van zijn beelden aaien en mochten zelf bedenken wat dat betekende.

Ook in Nederland staat een landhuis (het gaat in de nazikunstbranche vaak om mannen in landhuizen) dat vol werken van Hitlers lievelingskunstenaars staat. Brand mocht binnen filmen, zolang hij maar niet vertelde waar hij was of hoe de eigenaar heet.

In de buurt van Berlijn bezocht Brand Sportverein Eberswalde. Daar was ooit een Sovjetkazerne, waar de bronzen paarden tot begin 1989 werden bewaard. Nu hing er een spandoek met de tekst ‘Sport Frei’ en een getuige die een plek in het gras aanwees: „Hier stond een paard.”

Klapstuk was het gesprek met de twee autoslopers die de paarden van het terrein hadden gehaald – met hulp van de Stasi waren ze kort voor de val van de Muur verpatst aan belangstellenden in het westen. Ze wisten alles nog precies. De paarden waren veel groter dan gedacht, ze hadden de benen eraf moeten zagen. Fluks ging een van de mannen de elektrische zaag halen waarmee ze dat dertig jaar geleden hadden gefikst. Hij zette het ding meteen lekker aan voor de camera.

Ze vonden het nog steeds een geweldig avontuur, met die paarden van die bekloppten Führer. Het kunstwerk had de autoslopers toch al niet onberoerd gelaten. De paarden keken zo siegesbewusst, vonden ze.

Zo ging het op de valreep van De kunstdetective over de magie van kunst. Al was het dan kunst die siegesbewusst en wel aan de verkeerde kant van de geschiedenis is beland.

    • Arjen Fortuin