Onderwijs

De school komt veel te snel met een psychiatrische diagnose

Onderwijsblog Ermond van Beek weerstond de druk van school om zijn zoon het psychiatrische label autismespectrumstoornis op te plakken. Dat was ook niet nodig, want hij leert nu beter zonder.

Zoon staat niet op de foto. Foto Mischa Schoemaker/ANP

In de NRC-onderwijsblog van 22 maart 2017 heb ik een artikel gepubliceerd onder de titel ‘De school praat mijn zoon een psychiatrische stoornis aan’. Daarin beschrijf ik hoe de school en de schooladviesdienst jarenlang druk op ons uitoefenden om ons zoontje, dat in de klas lastig en storend gedrag vertoonde, met het label autismespectrumstoornis (ASS) naar het speciaal onderwijs te manoeuvreren. Aangezien wij thuis echter geen problemen met hem hebben en hij ook sociaal normaal functioneert, zijn wij altijd van mening geweest dat hij geen stoornis heeft. Wij zijn dan ook niet gezwicht voor de druk om hem te laten diagnosticeren.

In dit artikel beschrijf ik hoe het onze zoon is vergaan aan het eind van groep 8 en in klas 1 van het vmbo-tl. De laatste maanden van groep 8 constateerden wij een kentering in de visie van het onderwijzend personeel op ons kind. In plaats van klachten kregen we tot onze vreugde te horen dat het beter ging. Hij lette meer op, deed beter mee en maakte leuke werkstukken. Bij de Cito-eindtoets kwam er een vmbo-tl-/havo-advies uit de bus, in plaats van onderkant vmbo kader zoals in voorgaande testen.

Oudergesprek

Eenmaal op het vmbo werden wij binnen drie weken toch weer door de school uitgenodigd voor een oudergesprek. Men maakte zich zorgen daar onze zoon gedurende de les niet oplette en veel naar buiten keek. Ook nu wilde men weer onmiddellijk hulp inschakelen, maar wij zeiden hiermee te willen wachten tot na Kerst. Het hele jaar door haalde onze zoon prima cijfers en we kregen ook geen klachten meer. Op het eindrapport stond dat de docenten op alle punten, waaronder inzet en werkhouding, onverdeeld positief over hem waren. Bovendien scoorde hij met een eindcijfer van ruim een 7 bovengemiddeld, en gaat hij zonder hulp of problemen over naar het tweede jaar.

Is ons verhaal bijzonder? Of groeien veel kinderen over hun aanvankelijk vervelende, opstandige of storende gedrag heen? Uit mijn eigen tijd kan ik mij herinneren dat het, vooral bij jongens, wel tot het einde van de schooltijd kon duren voor ze in het gareel liepen. In die zin lijkt onze zoon er dus nog vroeg bij te zijn.

Als ouders waren wij bang dat een diagnose met bijbehorend label en speciaal onderwijstraject levenslange negatieve gevolgen kan hebben. Of onze zoon daadwerkelijk dit traject in zou zijn gegaan, is natuurlijk speculatie. Maar de orthopedagoge van de schooladviesdienst deelde ons destijds mee dat er binnen twee weken plaats voor hem was op het speciaal basisonderwijs: ‘Er was haast geboden.’ Verder werd onze vraag of hij dan een label zou krijgen volmondig met ‘ja’ beantwoord, want ‘een indicatie was verplicht’, in verband met het te volgen behandeltraject. Bovendien werd de door ons geopperde mogelijkheid van een psychologische test direct van tafel geveegd, wat er bij ons geen twijfel over liet bestaan dat de orthopedagoge haar woorden hoe dan ook waar zou maken.

Ziek verklaren

Het is duidelijk dat het voor een leerkracht zwaar is om aandacht eisende en storende kinderen in de klas te hebben. Maar is de oplossing voor dit probleem het op grote schaal diagnosticeren, ziek verklaren en verwijderen van kinderen uit het reguliere onderwijs? Komt een kind met een label eenmaal in het speciaal onderwijs terecht, dan wordt het daar als zorgkind behandeld. Door deze aparte behandeling en het stigma op psychiatrische stempels kunnen in principe gezonde kinderen zowel door hun omgeving als door henzelf als probleemgeval ervaren worden, met alle consequenties voor hun zelfbeeld, ontwikkeling en prestatieniveau. Het lijkt mij dan ook van eminent belang dat alleen kinderen met serieuze chronische gedragsproblemen met een label naar het speciaal onderwijs verwezen worden.

Achteraf bezien is de basisschooltijd van onze zoon zowel voor het onderwijzend personeel als voor ons onplezierig geweest. Maar ondanks alle klachten, oudergesprekken, rapporten, observaties, wiebelkussentjes, handelingsplannen en doemscenario’s van de schooladviesdienst, is onze zoon zonder label, speciale zorg of enige andere interventie een prima functionerend en gelukkig kind. Misschien is het spreekwoord ‘Geduld is een schone zaak’ ook van toepassing op de ontwikkeling van kinderen en in het bijzonder die van jongens.

Ermond van Beek