Opinie

    • Ellen Deckwitz

Zonuren

‘Nou”, zegt de arts tegen mijn vriendin (34), „Vertelt u maar wat beter kan.” Ze begint op te sommen wat er allemaal moet worden behandeld: onder de ogen, langs de mond, het hele voorhoofd. Ik zit ernaast en zeg niets.

Vannacht belde ze me, dat ze het nu toch echt ging doen, maar of ik wel haar hand vast wilde houden. Ze is altijd al bang geweest voor naalden en sinds haar moeder afgelopen voorjaar overleed is ze ook panisch voor alles dat ook maar een beetje aan een kliniek doet denken. En toch zitten we hier, in een witte behandelkamer, met een arts die naar eigen zeggen 53 is maar wiens gezicht zo glad is dat het lijkt alsof hij hem vanochtend nog even heeft geglaceerd.

Mijn vriendin neemt plaats op de behandelstoel. De afgelopen maanden is ze twaalf kilo afgevallen. Slaappillen, kalmeringsmiddelen en radeloosheid hebben hun werk gedaan. Waar ze vorige zomer nog haar ID moest laten zien om drank te krijgen, heeft het verdriet haar in een half jaar tijd zeker twee decennia ouder gemaakt.

„Ik wil er niet meer zo doorleefd uitzien”, zei ze vannacht. „Ik wil er weer jong uitzien, zoals vroeger.” Toen haar moeder er nog was.

De arts zet met een stift puntjes waar de injecties moeten komen. Ik houd haar hand vast. De eerste dagen na haar moeders dood hing ze ieder uur aan de lijn.

„Ik heb geen ouders meer”, snikte ze, „ik ben de volgende die eraan gaat!”

En nu gaan we de dood foppen.

Haar voorhoofd is als eerste aan de beurt. De naald gaat diep, de arts schuift op en neer in de spier, ik kijk af en toe weg.

„Doet het pijn?” vraag ik.

„Ja”, zegt ze, „maar ook omdat ik ongesteld ben.” Ik knik. Als je ongesteld bent doet alles pijn, zelfs menstrueren.

Bij de prikken in de arcadeboog, om de wenkbrauwen te liften, komen de eerste tranen. Tijdens het consult zei de arts dat de meeste rimpels niet door huilen komen, maar vooral door zonschade. Mijn vriendin ging iedere zomer met haar moeder naar Spanje, zelfs toen ze het huis al uit was. En nu worden al die zonuren weggespoten. Ik denk aan hun vakantiekiekjes. De lange wandelingen en zwempartijen met haar moeder. Het samen spelen op het strand, de fietstochtjes door de bergen. Het bakken in de zon, naast een schaal vol sangria.

De huid onder haar ogen is aan de beurt. Ze huilt inmiddels onophoudelijk, maar weet haar mimiek in bedwang te houden. De arts plaatst de naald door de tranen heen. Tot ze weer jong is. Tot het lijkt alsof ze nog nooit in de zon is geweest.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.
    • Ellen Deckwitz