Waarom de eerste bergrit in de Tour zo saai was

Alpenetappe

Zowat alle klassementsrenners hadden in de eerste Tourweek pech en dus zijn de verschillen niet al te groot. Met verlangen werd uitgekeken naar de eerste bergrit. Ook daarin bleef het relatief saai. Waarom?

Het peloton tijdens de tiende etappe van de Tour de France. Foto Yoan Valat/EPA

Een week van vlak en wat heuvelachtig, van rijden in een treintje en over kasseien, schudde het algemeen klassement in de Tour nog niet door elkaar. Bijna alle kopmannen gingen tegen de grond of kampten met pech, zo bleven de verschillen beperkt. Het verlangen naar vuurwerk in de eerste bergetappe was dan ook groot.

Tussen Annecy en Le Grand-Bornand, een rit over 158,5 kilometer, lagen vijf cols. Er was een strook met grind, vooral een publicitair ding. Chris Froome reed er lek, en daar was alles mee gezegd. Hij keerde terug, zette zijn Team Sky aan kop en hield de etappe in een ijzeren greep.

Alleen de Ier Daniel Martin durfde het op de slotklim aan. Vijfhonderd meter voor de top van de Colombière trok hij ten aanval. Iedereen, behalve Bauke Mollema, kon volgen. En dus was het saai. Waarom?

  1. Dominantie Team Sky

    Sinds de Britse formatie Sky in 2010 met grote poeha de wielersport betrad, wonnen ze de Tour de France vijf keer: één keer met Bradley Wiggins en vier keer met Chris Froome. Een zesde zege ligt in lijn der verwachtingen. Het dermate hoge budget laat de beste renners ter wereld in dienst van één kopman rijden. Sky beschikt in de Tour vaak over vijf, zes mannen die allemaal een goed klassement kunnen rijden. Andere teams blijven in de slotfase van een zware bergrit met hooguit twee man over. Het resultaat is een surplus aan kracht waarmee het tempo van het peloton wordt gecontroleerd. Sky rijdt bewust in een tempo dat de meeste renners niet kunnen bolwerken. Er is simpelweg niemand goed genoeg om bergop een nog hogere snelheid te ontwikkelen. Zo ook dinsdag: tot op de slotklim reden minstens vier renners Chris Froome uit de wind. Niemand heeft die luxe. En dus bleven echte aanvallen uit. Tom Dumoulin: „Als je vijf Sky-renners achter je aan gaat krijgen, kun je beter niets doen.”

  2. Tegenwind

    Weersomstandigheden zijn vanaf een televisiescherm amper zichtbaar, zo bleek maar weer. In de tiende etappe leken de klassementsmannen het prima te vinden om met elkaar naar de finish te rijden, maar Tom Dumoulin vertelde dat er op de flanken van de Colombière, normaliter dicht genoeg op de finish om een aanval te plaatsen, een stevige tegenwind stond. „Met volle bak tegenwind kan je maar beter je krachten sparen voor de komende twee zware dagen.”

  3. Te vroeg

    Omdat het algemeen klassement na week één nog zo dicht bij elkaar ligt – de grote favorieten staan op maximaal een minuut van elkaar – voorspelde Dumoulin dat nog niemand het hart zou hebben om de koers open te breken deze dinsdag. Waren er al wel grote verschillen geweest, dan moest er wat worden geforceerd. Bovendien kijkt iedereen met een schuin oog naar de komende twee Alpendagen, om nog maar te zwijgen over de ritten in de Pyreneeën.

  4. Lees ook over de winst van Annemiek van Vleuten in La Course: De rauwe veerkracht van Van Vleuten
  5. Aankomst bergop

    Voor een echte schifting in het algemeen klassement is naast een tijdrit een aankomst bergop vereist. Op een slotbeklimming is het duidelijk: valt een renner aan, dan staat de duur van de maximale inspanning vast, en is het resultaat ook gelijk duidelijk. Slotklimmen zijn een man-tegen-mangevecht, en de beste komt bovendrijven. Op een slotklim durven klassementsrenners all out te gaan en dan ontstaan er gaten. Dinsdag lag de finish na een niet zo steile afdaling. Daar valt geen verschil te maken.

  6. Wonden na Roubaix

    De rit van zondag naar Roubaix was een slagveld. Richie Porte moest opgeven, Bauke Mollema liep verwondingen aan zijn rug en armen op, Rigoberto Uran viel hard, net als Mikel Landa. En dan hebben we het alleen over de mannen van het klassement. Voor Dylan Groenewegen werd de rit een hel: met een gekneusde knie kwam hij nog maar net binnen de tijdslimiet binnen. Aan de start in Annecy was het zoeken geweest naar renners zonder bandage. En dan wordt zo’n bergrit geen pretje. Mollema verloor 50 seconden, Uran twee minuten. Voor hen rest overleven.

  7. Belangen

    En dan zijn er nog de torenhoge belangen in de Tour die een verlammende werking kunnen hebben en voor chaos kunnen zorgen. Elke etappe herbergt een wedstrijd in een wedstrijd. Er wordt strijd geleverd om de dagzege, de bolletjestrui, in de aanloop naar een tussensprint, en kennelijk zelfs om de laatste plaats in het peloton.

    De grootste wielerrace ter wereld heeft een publicitaire waarde die niet te onderschatten valt. Drie weken lang zijn de ogen van de wereld gericht op 170 renners en 22 teams. Elke minuut in beeld is geld waard. Wie durft er tegen orders in te gaan als er tienduizenden euro’s op het spel staan?

Woensdag etappe 11 in de Tour de France:
Na de eerste dag de bergen in, deze woensdag de eerste finish bergop. Een van de kortste etappes deze Tour met een afstand van 108,5 kilometer. Kort en, zo wordt gehoopt en verwacht, krachtig. Vanuit Albertville gaat het direct omhoog. De eerste van de drie grote beklimmingen is 26 kilometer naar de top van de Montée de Bisanne, met 12,4 kilometer à 8,2 procent. Na een afdaling gaat het weer omhoog, de tweede klim van de dag, naar de Col du Pré, een van de buitencategorie.

Op de top van die tweede klim is het nog 50 kilometer tot de finish. Geen moment is het vlak deze etappe. Na een korte afdaling een klim van de tweede categorie naar de Cormet de Roselend, met 8 procent stijging. Daarna volgt een technische afdaling naar Bourg-Saint-Maurice. De slotklim van 17,6 kilometer gaat naar skioord La Rosière, met een stijging van gemiddeld 5,8 procent en de finish bergop.

Correctie (18 juli 2018): In een eerdere versie stond in het uitslagenblok de verkeerde wittetruidrager vermeld, dit is aangepast.

    • Dennis Meinema